< Terug naar overzicht

Zerotolerantie voor geweld op de werkvloer

Tussen twee werknemers deed zich een handgemeen voor dat werd gefilmd door de camera’s van de werkgever. Na geconfronteerd te worden met de camerabeelden in het bijzijn van hun vakbondsafgevaardigde, nam de ene werknemer betrokken bij het gevecht zelf ontslag. De andere werknemer minimaliseerde zijn aandeel in de feiten en werd door de werkgever ontslagen om dringende reden. De Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel boog zich vervolgens over de feiten en oordeelde dat feiten van agressie en provocatie de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer verbreken en de voortzetting van de professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Terecht had de werkgever de werknemer in kwestie dan ook ontslagen om dringende reden.

Sofie Vitse, Medewerker, Claeys & Engels

Feiten

In de voorliggende casus ontstond aldus een schermutseling tussen twee werknemers. Meer concreet verlieten op het einde van de werkdag twee werknemers de gebouwen van de werkgever en begaven zij zich naar de parking. De twee bewuste werknemers liepen de trappen op richting de parking. Bovenaan de trap wou de ene werknemer de andere werknemer die voorop liep, voorbij steken. Hij week uit naar de andere kant omdat de werknemer die voorop liep, weigerde om hem door te laten. De werknemers raakten elkaar vervolgens met de schouder en gaven elkaar een duw. De werknemer die initieel de doorgang blokkeerde, gaf vervolgens de andere werknemer opnieuw een duw, waarop deze laatste op zijn beurt eveneens tweemaal een duw gaf om zich te verdedigen. Het volledige incident werd door camera’s van de werkgever gefilmd.

Na het incident liepen beide werknemers naar het kantoor van hun leidinggevende waar ze een verklaring aflegden over het zich voorgedane incident. De werknemers in kwestie werden vervolgens apart uitgenodigd voor een gesprek met de werkgever in het bijzijn van hun vakbondsafgevaardigde. Tijdens deze gesprekken werden ook de camerabeelden van het incident getoond. De ene werknemer, die had uitgeweken, nam zelf ontslag. De andere werknemer, die de doorgang had geblokkeerd, bevestigde de feiten, doch minimaliseerde zijn aandeel. De werkgever besloot hierop de werknemer te ontslaan om dringende reden, aangezien beide gedragingen voor de werkgever totaal onaanvaardbaar waren en deze geen enkele vorm van geweld tolereerde.

Oordeel van de arbeidsrechtbank

De arbeidsrechtbank aanvaardde het ontslag om dringende reden van de werknemer dat door de werkgever werd doorgevoerd. Zij was van oordeel dat een handgemeen tussen werknemers of het provoceren of dreigen met fysiek geweld, op de werkvloer of daarbuiten, wel degelijk een ontslag om dringende reden rechtvaardigt. Zij verduidelijkte verder dat feiten van agressie en provocatie de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer verbreken en de voortzetting van de professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maken.

Volgens de arbeidsrechtbank kon geen twijfel bestaan over het feit dat de werknemers met elkaar hadden gevochten op de parking, aangezien dit onomstotelijk uit de camerabeelden bleek en hiervan ook screenshots met toelichting werden toegevoegd aan de kennisgevingsbrief. Door de werknemers werd ook niet betwist dat het handgemeen had plaatsgevonden, maar zij stelden wel dat de andere persoon het gevecht had uitgelokt en ze handelden uit wettige zelfverdediging.

Nadat de werkgever de werknemer had ontslagen om dringende reden, stelde deze laatste nog dat hij in het verleden slachtoffer was geweest van racistische opmerkingen door de andere betrokken werknemer en hij tientallen klachten hiervoor had neergelegd. Uit onderzoek bleek evenwel dat de ontslagen werknemer slechts éénmaal in het verleden had geklaagd over de collega in kwestie, dit 4,5 jaren voorafgaand aan de feiten was en de ontslagen werknemers destijds zelf besloot geen verdere stappen te ondernemen. De werkgever had bovendien geen kennis van het informeel gesprek dat destijds hierover had plaatsgevonden met de vertrouwenspersoon. De arbeidsrechtbank was dan ook van oordeel dat de werknemer in gebreke bleef het bewijs te leveren dat er andere problemen zouden zijn geweest met de betrokken collega of dat hij het slachtoffer zou zijn geweest van racistische uitlatingen. De arbeidsrechtbank merkte vervolgens ook nog op dat het feit dat de andere werknemer inging op het aanbod om zelf ontslag te nemen, niet betekende dat hij de schuld voor het incident op zich zou hebben genomen.

Plicht van de werkgever om streng tegen geweld op te treden

Dit vonnis bevestigt andermaal dat fysiek geweld op de werkvloer absoluut onaanvaardbaar is. Dat het om een eenmalig en geïsoleerd incident zou gaan, doet daarbij niet ter zake. Werkgevers hebben steeds de plicht om te waken over de veiligheid en gezondheid van hun werknemers, wat impliceert dat zij bij dergelijke geweldsincidenten hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en streng moeten optreden. Een ontslag om dringende reden is in deze omstandigheden dan ook gerechtvaardigd.

Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel 10 februari 2022, 21/55/A, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen