< Terug naar overzicht

Vormt betaald loon steeds een aftrekbare kost voor de vennootschap?

Een bezoldiging betaald aan een werknemer of aan een bedrijfsleider is in principe steeds belastbaar voor de verkrijger en aftrekbaar voor de vennootschap. De vennootschap moet deze voordelen dan wel vermelden op een fiscale fiche. Enkel en alleen de voordelen die vermeld zijn op een fiscale fiche zijn immers aftrekbaar voor de vennootschap. En zelfs dat volstaat niet altijd meer.

In de rechtspraak werd heel lang geoordeeld dat de toegekende voordelen inherent zijn aan de beroepsactiviteit van een vennootschap en daarom dus aftrekbaar zijn. Dat principe gold ook indien bepaalde voordelen forfaitair werden gewaardeerd en daardoor op een fiscaalgunstige wijze werden belast bij de werknemer of de bedrijfsleider. Sinds enkele jaren wordt dit standpunt genuanceerd. In verscheidene recente arresten oordeelt de rechtspraak dat de vermelding op een fiscale fiche niet langer volstaat om kosten te kunnen aftrekken.

Geen loon zonder prestaties

Algemeen stelt de fiscale wetgeving dat een kost aftrekbaar is indien ze gemaakt wordt om inkomsten te verwerven of te behouden. De rechtspraak oordeelt dat loon enkel aftrekbaar is indien aan deze algemene voorwaarde wordt voldaan. Dit houdt volgens het Hof van Cassatie concreet in dat er werkelijke prestaties moeten staan tegenover een verkregen voordeel. Het hof van beroep van Antwerpen heeft in twee recente arresten een praktische invulling gegeven aan deze voorwaarde, die reeds in 2016 werd gesteld door het Hof van Cassatie.

Indien voordelen worden toegekend aan werknemers of kaderleden die actief zijn in een grote onderneming, zal het in principe niet moeilijk zijn om aan te tonen dat de werknemers werkelijke prestaties leveren en dat zij voor deze prestaties verloond worden. Hun loon zal immers vaak bepaald worden door het remuneratiecomité of zal worden bepaald op basis van een zekere objectieve verloningspolitiek die wordt gevoerd binnen de onderneming. Slechts zelden zullen er in een grote vennootschap voordelen worden toegekend op een subjectieve basis, dus zomaar (zonder wederdienst) worden toegekend.

Woning ter beschikking

Dit is echter niet altijd het geval indien een bezoldiging wordt toegekend aan een bedrijfsleider of aan een werknemer die actief is in een kleinere (eerder familiale) onderneming of in een eenmanszaak. In de situatie die werd voorgelegd aan het hof van beroep van Antwerpen, stelde de vennootschap een woning ter beschikking aan haar bedrijfsleider. Deze woning werd slechts gedeeltelijk (16 procent) voor beroepsmatige doeleinden gebruikt.

Aangezien de bedrijfsleider de woning ook privé kon gebruiken, werd het voordeel opgenomen op een fiscale fiche en werd de bedrijfsleider belast op een ‘voordeel van alle aard’. De fiscus oordeelde dat de luxueuze woning slechts voor 16 procent professioneel werd gebruikt. Zij verwerpt daarom de kosten in hoofde van de vennootschap die de woning ter beschikking stelt, ten belope van 84 procent.

Twee wagens

Bovendien stelde dezelfde vennootschap twee wagens ter beschikking van dezelfde bedrijfsleider. De administratie aanvaardde enkel de aftrek van de kosten voor één wagen.

Het hof van beroep van Antwerpen geeft de administratie in haar arrest van 28 maart 2017 op beide punten gelijk, gebaseerd op het feit dat er geen enkel document ter staving van de verloningspolitiek wordt voorgelegd en dat er geen enkele aanwijsbare economische noodzaak of oorzaak is om de bedrijfsleider op die manier in natura te verlonen.

Het hof voegt eraan toe dat de bezoldigingstheorie geen alibi mag zijn om de privékosten af te wentelen op de vennootschap. Hetzelfde hof van beroep kwam in een arrest van 10 januari 2017 reeds tot een gelijkaardige beslissing.

Wel of geen aftrekbare kosten?

Uit de heersende rechtspraak kunnen we het volgende afleiden:

  • Loon betaald door de vennootschap aan een werknemer/bedrijfsleider is niet automatisch aftrekbaar.
  • Het feit dat een voordeel wordt vermeld op een fiscale fiche en wordt belast in hoofde van de genieter, is niet voldoende om te concluderen dat de gemaakte kosten aftrekbaar zijn in hoofde van de vennootschap.
  • Het feit dat de begunstigde wel degelijk activiteiten levert voor de vennootschap, is niet voldoende om te concluderen dat er werkelijke prestaties staan tegenover het toegekende voordeel.
  • Er moet een verband zijn tussen de prestatie en de beloning.
  • De vennootschap moet de gevolgde verloningspolitiek kunnen staven.

Vraag blijft echter hoe de vennootschap op een sluitende manier kan bewijzen dat er wel degelijk werkelijke prestaties geleverd zijn die kunnen verantwoorden waarom een bedrijfsleider (of bij uitbreiding een werknemer) een bepaald voordeel heeft verkregen. Het zal van uiterst belang zijn om een dossier aan te leggen waarbij een objectieve redenering wordt opgebouwd, die grondslag geeft aan de toegekende voordelen. Daarbij zal zeker de band tussen de contractuele afspraken, de werkelijke prestaties en de verkregen voordelen van belang zijn.

Hof van beroep van Antwerpen, arrest van 28 maart 2017

Auteur: Tilde Callebaut (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen