< Terug naar overzicht

Tewerkstelling van buitenlandse werknemers: arbeidskaart nodig of vrijstelling?

Onderdanen van landen die geen lid zijn van de EER (*) of Zwitserland hebben normaal een arbeidskaart nodig om in België te kunnen werken. Er zijn echter ook uitzonderingen op die regel.

Vooraleer een arbeidskaart aan te vragen, loont het de moeite om na te gaan of de buitenlandse werknemer geen beroep kan doen op een vrijstelling van de arbeidskaartverplichting. Sinds 1 juli 2014 is de materie inzake arbeidskaarten geregionaliseerd. Dit geldt niet voor de vrijstellingen die federaal zijn gebleven en deze zijn dus voor de drie gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) en de Duitstalige Gemeenschap gelijk. Er gelden thans meer dan 30 vrijstellingen, waarbij we er hier een aantal kort toelichten.

1. Verblijf van onbeperkte duur

Derdelanders met een verblijf van onbeperkte duur in België (elektronische B-kaart, elektronische C-kaart of elektronische D-kaart) zijn vrijgesteld van een arbeidskaart. Voor het verkrijgen van een dergelijke verblijfskaart is doorgaans een wettig verblijf van 5 jaar in België vereist. Het is dus bij de aanwerving steeds van belang na te gaan over welke verblijfskaart de buitenlandse werknemer precies beschikt.

2. Familielid Unieburger

Ook derdelanders die geen verblijf van onbeperkte duur hebben, maar familielid zijn van een Unieburger kunnen vrijgesteld zijn van een arbeidskaart. Wel moeten ze over de juiste verblijfsdocumenten beschikken, nu de vrijstelling gelinkt is aan het verblijfsdocument en niet aan de familiale band. Meer bepaald moeten ze één van de volgende documenten kunnen voorleggen:

  • Elektronische F-kaart: verblijfskaart van een familielid van een Unieburger (bijvoorbeeld echtgenoot/echtgenote, partner met geregistreerd partnerschap, zij het onder bepaalde voorwaarden, kinderen, kleinkinderen enzovoort).
  • Elektronische F+kaart: duurzame verblijfskaart van een familielid van een Unieburger.
  • Bijlage 19ter vergezeld van een geldig immatriculatieattest of een geldig tijdelijk bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister: derdelander-familielid dat zich op het voordeel van familielid van een Unieburger beroept gedurende de periode van onderzoek van de aanvraag tot gezinshereniging.
  • Bijlage 35: derdelander-familielid dat zich op het voordeel van familielid van een Unieburger beroept, maar van wie de aanvraag afgewezen is en die in beroep gegaan is tijdens de periode van beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
  • Bijlage 15: echtgenoot/echtgenote van een Belg die in een buurland verblijft en in België werkt als grensarbeider, zolang deze in het land van verblijf een verblijfsvergunning van meer dan 3 maanden heeft.

3. Vergaderingen in beperkte kring en bijwonen van wetenschappelijke congressen

Derdelanders die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring zijn vrijgesteld van een arbeidskaart voor maximaal 20 opeenvolgende dagen per vergadering met een maximum van 60 dagen per jaar. Dit is de vrijstelling voor ‘zakenreizen’. Let op, deze vrijstelling van de arbeidskaart is beperkter dan wat geldt voor het verblijf bij ‘zakenreizen’. Voor ‘zakenreizen’ kunnen derdelanders immers een Schengenvisum krijgen (of hiervan vrijgesteld zijn op basis van hun nationaliteit) op grond waarvan ze maximaal 90 dagen in een periode van 180 dagen in het Schengengebied kunnen verblijven.

Het is dus mogelijk dat derdelanders qua verblijf onder de noemer ‘zakenreizen’ vallen, maar dat ze toch een arbeidskaart nodig hebben omdat ze langer dan 20 opeenvolgende dagen per vergadering in België verblijven en/of gecumuleerd meer dan 60 dagen per jaar vergaderingen in België hebben bijgewoond.

Het begrip ‘vergaderingen in beperkte kring’ is niet wettelijk gedefinieerd, maar hiermee worden onder meer bedoeld: onderhandelingen met klanten, evaluatiegesprekken, strategische vergaderingen en dergelijke meer.
Bovenstaande beperking van 20 opeenvolgende dagen per vergadering en 60 dagen per jaar geldt niet voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen.

4. Intracommunautaire dienstverlening – de ‘Vander Elst vrijstelling’

Een zeer belangrijke vrijstelling bij dienstverlening binnen de EER (*) is de ‘Vander Elst vrijstelling’. Hierbij zijn derdelanders in België vrijgesteld van een arbeidskaart indien de volgende voorwaarden simultaan zijn vervuld:

  • Ze zijn in dienst van een in de EER gevestigde werkgever (bijvoorbeeld een Franse werkgever) en komen naar België voor het verrichten van diensten namens deze werkgever.
  • Ze beschikken in de lidstaat van verblijf (bijvoorbeeld Frankrijk) over een geldige verblijfsvergunning van meer dan 3 maanden.
  • Ze zijn in de uitzendstaat (bijvoorbeeld Frankrijk) op wettige wijze tewerkgesteld en deze vergunning is minstens geldig voor de duur van het in België uit te voeren werk.
  • Ze hebben een regelmatige arbeidsovereenkomst.
  • Ze hebben een geldig paspoort en verblijfsvergunning voor minstens de duur van het in België uit te voeren werk om hun terugkeer naar hun land van oorsprong of verblijf (bijvoorbeeld Frankrijk) te verzekeren. Let op, het moet hierbij wel gaan om een dienstverlening.

5. Andere vrijstellingen

Daarnaast zijn er ook nog een hele reeks andere vrijstellingen, zoals (onder meer):

  • De vrijstelling voor buitenlandse studenten aan een Belgische onderwijsinstelling tijdens de schoolvakanties.
  • De vrijstelling voor buitenlandse studenten die een verplichte stage in België uitvoeren in het kader van hun studies in België, de EER of Zwitserland.
  • De vrijstelling voor opleiding (maximaal 3 maanden) binnen het kader van een multinationale groep. Deze vrijstelling is evenwel aan zeer strikte voorwaarden onderworpen, waardoor ze in de praktijk vaak moeilijk kan worden toegepast.
  • De vrijstelling onder bepaalde voorwaarden voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, voor zover de duur van de werken niet meer dan 8 dagen bedraagt en het geen activiteiten in de bouwsector zijn.
  • De vrijstelling onder bepaalde voorwaarden voor dringende onderhouds- of herstellingswerken voor zover het verblijf nodig voor de werkzaamheden niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt.
  • De vrijstelling onder bepaalde voorwaarden voor werknemers in dienst van een Belgisch hoofdkwartier van een multinationale groep als kaderlid of leidinggevend personeel.

(*) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Auteur: Sophie Maes (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen