< Terug naar overzicht

Tekorten in een aanvullende pensioentoezegging: the saga continues

Drie maanden na het spraakmakend arrest van het Hof van Cassatie (Cassatie, 6 maart 2017, S.15.0107.N/1 – zie ook http://www.hrsquare.be/nl/rechtspraak/tekorten-in-een-aanvullende-pensioentoezegging-wie-gaat-dat-betalen), heeft het arbeidshof van Antwerpen zich opnieuw moeten uitspreken over het aanzuiveren van tekorten in een aanvullende pensioentoezegging. Hoewel het Hof van Cassatie oordeelde dat een werkgever hoe dan ook moet instaan voor de tekorten, is het arbeidshof van Antwerpen een andere mening toegedaan ...

Net zoals in het arrest van het Hof van Cassatie van 6 maart 2017, moest het arbeidshof van Antwerpen zich buigen over tekorten in een aanvullende pensioentoezegging die waren ontstaan naar aanleiding van de vereffening van de nv APRA Leven. In casu richtte de werknemer zich rechtstreeks tot de werkgever voor de uitbetaling van het pensioenkapitaal, dit enerzijds omwille van het in gebreke blijven van de uitbetaling door APRA Leven en anderzijds op basis van de wettelijke verplichtingen van de werkgever (artikel 24 en 30 van de Wet op de Aanvullende Pensioenen, WAP, die betrekking hebben op de aanzuiveringsplicht van de werkgever bij tekorten ten opzichte van de wettelijke minimumrendementsgarantie op het ogenblik van uittreding).

Onderscheid pensioentoezegging en pensioenuitvoering

Het arbeidshof van Antwerpen oordeelt vooreerst dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen de pensioentoezegging (de contractuele relatie tussen de werkgever/inrichter en de werknemer/aangeslotene) en de pensioenuitvoering (de contractuele relatie tussen de werkgever en de pensioeninstelling, hier nv APRA Leven).

Het is niet de werkgever, maar de pensioeninstelling die zich ten aanzien van de werknemer verbindt tot de uitvoering van de pensioentoezegging. Bijgevolg kan de werknemer geen enkel recht doen gelden ten aanzien van de werkgever, zelfs niet als de pensioeninstelling haar verbintenis niet nakomt.

De werkgever is er enkel toe gehouden om, in het geval van een pensioentoezegging van het type vaste bijdrage (zoals hier het geval was), de vooraf vastgestelde bijdragen te betalen. De werkgever is echter nooit gehouden om de pensioenprestaties als dusdanig te betalen. Dit is een plicht voor de pensioeninstelling.

Wat de eerste vordering betreft, stelt het arbeidshof dan ook dat de werkgever niet kan worden aangesproken tot de betaling van het aanvullend pensioenkapitaal as such aan de werknemer. Vervolgens gaat het arbeidshof na of de werkgever eventueel aangesproken kan worden op basis van zijn wettelijke verplichtingen (artikel 24 en 30 WAP).

Aanzuiveringsplicht

De werkgever had in casu altijd correct de bijdragen betaald, maar dat houdt volgens het arbeidshof niet in dat hij volledig van zijn prestaties bevrijd is. De WAP legt immers nog bijkomende verplichtingen op aan de werkgever (waaronder de aanzuiveringsplicht op basis van de artikelen 24 en 30 WAP).

Overeenkomstig artikel 24 van de WAP, heeft de werknemer bij zijn uittreding recht op de minimum-rendementsgarantie. Het arbeidshof stelt vast dat dit niet als een verbintenis van de inrichter is geformuleerd. Bijgevolg kan de werknemer zich niet op deze bepaling beroepen om een rechtstreekse betaling van de minimum-rendementsgarantie van de werkgever te krijgen.

Vervolgens gaat het arbeidshof verder en stelt het dat artikel 24 WAP samen gelezen dient te worden met de aanzuiveringsplicht van artikel 30 WAP. Het arbeidshof stelt vast dat er op basis van artikel 30 WAP – zoals dat bestond op het ogenblik van de feiten – geen aanzuiveringsplicht in hoofde van de werkgever was op het ogenblik van pensionering, maar enkel bij uittreding. Pensionering wordt hier volgens het arbeidshof uitdrukkelijk van uitgesloten. Het arbeidshof is dus de mening toegedaan dat de werknemer geen beroep kan doen op artikel 30 van de WAP, aangezien er in casu een pensionering is en geen uittreding ...

Werkgever moet bijbetalen aan pensioeninstelling

Bovendien merkt het arbeidshof op dat ‘aanzuiveren’ niet wil zeggen dat de werknemer de werkgever rechtstreeks kan aanspreken tot de betaling van een gedeelte van het pensioenkapitaal. Het arbeidshof meent dat ‘aanzuiveren’ inhoudt dat de werkgever desgevallend zal moeten bijbetalen aan de pensioeninstelling. Bijgevolg wordt de vordering van de werknemer tot veroordeling van de werkgever in betaling van een aanvullend pensioen afgewezen.

Moraal van het verhaal: volgens het arbeidshof moet de werkgever de tekorten bijbetalen aan de pensioeninstelling, maar niet rechtstreeks aan de werknemer. Dan blijft natuurlijk de vraag hoe dat concreet moet gebeuren. Het arbeidshof gaat hiermee in tegen het arrest van het Hof van Cassatie. Het laatste woord hierover is dus zeker nog niet gezegd... Intussen doen werkgevers er in ieder geval goed aan om te blijven waken over de solvabiliteit van de groepsverzekeraar. Het is immers niet zeker dat het arrest van het arbeidshof door andere rechtbanken zal worden gevolgd.

Arbeidshof van Antwerpen, 16 juni 2017

Auteur: Frederic Vandebroek (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen