Advertisement
< Terug naar overzicht

Nieuwe wetgeving zorgt voor enkele aanpassingen bij internationale tewerkstelling

Vanaf 1 februari 2018 zijn er nieuwe regels omtrent de vrijstelling van het bijhouden van bepaalde sociale documenten en het aanduiden van een verbindingspersoon.

De voorbije maanden bespraken we in deze rubriek reeds een aantal maatregelen die als gevolg van de wet van 11 december 2016 ter implementering van de Handhavingsrichtlijn (2014/67/EU) werden ingevoerd. Dit betrof onder meer de verplichting voor buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers naar België detacheren om een aantal ‘nieuwe’ sociale documenten bij te houden en de verplichting om een verbindingspersoon aan te duiden. Een aantal uitvoeringsmodaliteiten van de nieuwe wetgeving werden geconcretiseerd via het KB van 14 september 2017 (onder andere de aanduiding van de verbindingspersoon via de LIMOSA-melding). Met het KB van 5 december 2017, dat op 1 februari 2018 in werking treedt, worden een aantal andere bepalingen verduidelijkt.

Vrijstelling van het bijhouden van ‘nieuwe’ sociale documenten

Er bestond reeds een vereenvoudigd stelsel voor het opmaken en bijhouden van bepaalde sociale documenten gedurende 12 maanden voor een aantal categorieën werknemers, rekening houdend met de beperkte duur van de activiteiten in België of de bijzondere aard ervan (onder andere de vrijstelling van het opmaken van een arbeidsreglement en personeelsregister voor 12 maanden indien een LIMOSA-melding is gebeurd).

Vanaf 1 februari 2018 worden de bestaande vrijstellingen uitgebreid naar de ‘nieuwe’ sociale documenten die werden ingevoerd door de wet van 11 december 2016, alsook naar de vertalingen naar één van de landstalen of het Engels van sociale documenten. Het gaat meer bepaald om:

  • Een kopie van de arbeidsovereenkomst van de gedetacheerde werknemer of een gelijkwaardig document.
  • Informatie met betrekking tot de vreemde valuta die dienstdoet als betaling van het loon, de voordelen in geld of in natura verbonden aan de tewerkstelling in het buitenland en de voorwaarden van de repatriëring van de gedetacheerde werknemer.
  • De arbeidstijdenoverzichten die begin, einde en duur van de dagelijkse arbeidstijd van de gedetacheerde werknemer aangeven.
  • De betalingsbewijzen van de lonen van de gedetacheerde werknemer.

Bovenstaande vrijstellingen gelden evenwel niet voor internationaal transport (m.u.v. cabotageactiviteiten op Belgisch grondgebied) en werknemers die naar België worden gedetacheerd voor initiële assemblage van een goed of gespecialiseerde technici.

Verbindingspersoon

Sinds de wet van 11 december 2016 moeten buitenlandse werkgevers voorafgaandelijk aan de detachering van werknemers naar België een verbindingspersoon aanwijzen. Dit is een natuurlijke persoon die voor rekening van de buitenlandse werkgever het contact verzekert met de Belgische inspectie en met wie contact kan worden opgenomen door de Belgische inspectie om elk advies of document te bezorgen of in ontvangst te nemen dat betrekking heeft op de tewerkstelling van de gedetacheerde werknemers in België.

In de meeste gevallen moet de aanduiding van de verbindingspersoon gebeuren via de LIMOSA-melding. Het was evenwel niet duidelijk of én hoe de aanduiding van de verbindingspersoon diende te gebeuren voor een aantal categorieën van werknemers die vrijgesteld zijn van de LIMOSA-meldingsplicht. Het gaat meer bepaald om de volgende twee categorieën werknemers:

  • De werknemers tewerkgesteld in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen, tenzij deze werknemers cabotageactiviteiten op het Belgisch grondgebied verrichten.
  • De werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen, en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt (m.u.v. activiteiten in de bouwsector).

Voor beide categorieën van werknemers wordt bepaald dat de betrokken werkgevers de identificatie- en adresgegevens over de verbindingspersoon aan de sociale inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten dienen mee te delen, hetzij via e-mail (SPOC.LabourInspection@employment.belgium.be), hetzij per post. De gegevens zijn dezelfde als deze die via de LIMOSA-melding moeten worden bezorgd (naam, voornaam en geboortedatum – indien de verbindingspersoon een Belgisch identificatienummer bij de sociale zekerheid heeft, volstaat dit nummer – hoedanigheid, de fysieke en elektronische adressen en een telefoonnummer waarop hij kan worden gecontacteerd).

Auteur: Dries Faingnaert (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen