< Terug naar overzicht

Nieuwe EU-regeling voor oplossen internationale dubbele belastingheffing

Vennootschappen en natuurlijke personen die over de landsgrenzen heen inkomsten verwerven, worden geconfronteerd met een kluwen aan (inter)nationale wetgeving, onder meer op arbeidsrechtelijk, sociaal zekerheidsrechtelijk en fiscaal vlak. Naar alle waarschijnlijkheid één van de belangrijkste instrumenten op internationaal fiscaal vlak, zijn de bilaterale verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen (‘dubbelbelastingverdragen’).

Dergelijke verdragen die worden gesloten tussen twee staten, voorzien in de aanwijzing van de heffingsbevoegde staat op een bepaald soort inkomen en de manier waarop aan een dubbele belastingheffing (belastingheffing in meer staten op hetzelfde inkomen) wordt verholpen. Deze cruciale instrumenten worden doorgaans gebaseerd op het OESO-modelverdrag, waardoor er tot op zekere hoogte een internationale uniformiteit is ontstaan.

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) werkt regelmatig het modelverdrag bij en voorziet in (de aanpassing van) bijhorende commentaren over hoe het modelverdrag geïnterpreteerd en toegepast moet of kan worden. Staten zijn echter in principe vrij om al dan niet (de interpretatie van) de bepalingen van het modelverdrag te hanteren in hun verschillende dubbelbelastingverdragen.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat talrijke internationaal actieve ondernemingen en natuurlijke personen geconfronteerd worden met een dubbele belastingheffing omdat staat A een bepaald artikel van het tussen hen toepasselijke dubbelbelastingverdrag op een andere wijze interpreteert en/of toepast dan staat B. Dubbelbelastingverdragen bevatten dan ook doorgaans een mechanisme voor onderling overleg indien zoiets zich voordoet. Het gaat vaak om bijzonder complexe, van dubbelbelastingverdrag tot dubbelbelastingverdrag verschillende, niet-transparante en bijzonder tijdrovende procedures waarvan de uitkomst moeilijk te voorspellen is, er niet altijd een oplossing komt en de belastingplichtige als het ware de procedure ondergaat. De gevallen waarin een dergelijke procedure aangevat wordt, zijn dan ook uiterst beperkt en worden door de belastingplichtige niet zelden als een oefening in frustratie ervaren.

De EU Richtlijn 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie wil hiermee op Europees vlak komaf maken en is van toepassing op elke klacht die wordt ingediend vanaf 1 juli 2019 met betrekking tot geschillen inzake inkomsten of vermogen verkregen in een belastbaar tijdperk dat begint op of na 1 januari 2018. (Deze richtlijn werd in België omgezet in de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn EU 2017/1852 van de raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, B.S. 17 mei 2019.)

Voortaan is dus op Europees vlak voorzien in een uniform mechanisme voor dergelijke geschillen. Specifiek voor natuurlijke personen schept deze procedure de mogelijkheid om - zonder eerst de (inter) nationale rechtsmiddelen volledig te moeten doorlopen - geschillen voor te leggen aan de (door de Koning aan te duiden) bevoegde Belgische autoriteit binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de eerste kennisgeving met betrekking tot een of meer handelingen die aanleiding geeft of zal geven tot het geschilpunt, ongeacht de eventuele aanwending van de gebruikelijke rechtsmiddelen.

Eenmaal deze procedure is opgestart, zijn er termijnen voor welke partij welke handelingen moet/kan stellen en sancties indien dit niet (tijdig) gebeurt. Eerst is er een mechanisme van (verplicht) onderling overleg tussen de betrokken staten, waarbij de mogelijkheid bestaat voor de belanghebbende om - ook bij stilzitten van of in geval van aanhoudende discussie tussen de betrokken staten - het geschil uiteindelijk voor te leggen aan een instantie die een bindende beslissing zal (moeten) nemen.

Dit nieuwe mechanisme is verre van een wondermiddel. Maar het feit dat een belastingplichtige voortaan toegang zal hebben tot een transparante procedure, waarin bepaalde termijnen gelden en de belastingplichtige bij stilzitten van de betrokken staten rechtsmiddelen heeft om de zaken te laten vooruitgaan tot er uiteindelijk een voor beide staten bindende beslissing wordt genomen, valt zeker toe te juichen.

Jan Lein, advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen