< Terug naar overzicht

Niet zomaar medische overmacht inroepen na arbeidsongeval

Werknemers die blijvende schade ondervinden na een arbeidsongeval zijn vaak niet meer in staat het overeengekomen werk uit te voeren binnen de onderneming. Wanneer deze werknemers een re-integratietraject doorlopen en nadien definitief arbeidsongeschikt verklaard worden, wordt – op basis van een standpunt van de FOD WASO – aangenomen dat hun arbeidsovereenkomst beëindigd kan worden ingevolge medische overmacht. De arbeidsrechtbank van Luik gooit dit standpunt overboord in een recent vonnis van 23 april 2021, maar biedt de werkgever wel een alternatief.

Een werkneemster was in 2015 het slachtoffer van een arbeidsongeval en was sindsdien arbeidsongeschikt. Op verzoek van haar werkgever werd in 2018 een re-integratietraject opgestart zoals omschreven in artikel 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet (AOW) en artikel I.4-72 van de Codex Welzijn op het werk (Codex Welzijn). Nadat de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer haar definitief arbeidsongeschikt verklaarde, ging de werkgever over tot beëindiging van haar arbeidsovereenkomst ingevolge medische overmacht op basis van artikel 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

De werkneemster ging hiermee echter niet akkoord en trok naar de rechtbank. Zij betwistte dat het re-integratietraject kon worden toegepast aangezien artikel I.4-72 Codex Welzijn arbeidsongevallen en beroepsziekten expliciet uitsluit uit het re-integratietraject, waardoor de betrokken werkgever zich niet rechtsgeldig kon beroepen op medische overmacht geregeld in artikel 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

In een standpunt van 2018 nuanceerde de FOD WASO nochtans deze wettelijke uitsluiting door te stellen dat het doel van deze wettelijke bepaling niet is om werknemers die na een arbeidsongeval of beroepsziekte arbeidsongeschikt zijn geworden volledig uit te sluiten. De bepaling zou slechts tot doel hebben een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds het re-integratietraject en anderzijds de procedure voor terugkeer naar het werk in geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte zoals bepaald in de specifieke wetten betreffende arbeidsongevallen (artikel 23 van de wet van 10 april 1971) en beroepsziekten (artikel 34 van de wet van 3 juli 1970). Volgens bepaalde rechtsleer zou het re-integratietraject opgestart kunnen worden wanneer de procedure voorzien in deze specifieke wetten niet doeltreffend blijkt.

De rechtbank verbaasde echter door dit standpunt volledig naast zich neer te leggen en de wettekst te laten primeren. Aangezien de Codex Welzijn een specifieke uitsluiting bevat, kan voor werknemers na een arbeidsongeval dus geen re-integratietraject worden opgestart, zolang de wet niet gewijzigd wordt.
Dit betekent niet dat een arbeidsovereenkomst nooit kan beëindigd worden op grond van medische overmacht. De rechtbank specifieerde immers dat er nog steeds een beroep kan worden gedaan op de gemeenrechtelijke regeling van overmacht voorzien in artikel 32, 5° van de Arbeidsovereenkomstenwet. Er moet hierbij sprake zijn van ‘een externe gebeurtenis die de contractspartijen verhindert hun verbintenissen uit te voeren wegens een oorzaak onafhankelijk van hun wil’. Indien deze gebeurtenis definitief de uitvoering van de arbeidsovereenkomst verhindert, kan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ingevolge overmacht vastgesteld worden.

Volgens de arbeidsrechtbank maakt de blijvende arbeidsongeschiktheid – waardoor een werknemer definitief het overeengekomen werk niet meer kan uitvoeren en de overeengekomen arbeidsduur niet kan respecteren – een dergelijk geval van overmacht uit. Als bewijs hiervoor grijpt de rechtbank terug naar de beoordeling van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij de werkneemster definitief arbeidsongeschikt werd verklaard.

Uit dit vonnis blijkt dus dat een werkgever in het geval van werknemers met een blijvende arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte geen gebruik kan maken van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht op basis van artikel 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet dat in een voorafgaand re-integratietraject voorziet. De werkgever kan in dergelijke situaties echter terugvallen op de algemene regeling van overmacht voorzien in artikel 32, 5° van de Arbeidsovereenkomstenwet. Het attest van een arts dat de blijvende arbeidsongeschiktheid vaststelt, kan hierbij als bewijs dienen om deze overmacht te staven.

Arbrb. Luik 23 april 2021, AR 19/1915/A, onuitg.

 

Lara De Wilder
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen