< Terug naar overzicht

Kennelijk onredelijk ontslag: drie weken loon als vertrekpunt voor de schadevergoeding?

Op 12 januari 2021 veroordeelde het Arbeidshof van Antwerpen een onderneming tot de betaling van een schadevergoeding van drie weken loon wegens kennelijk onredelijk ontslag. Dit is op zich niets nieuws, maar het Arbeidshof stelde vervolgens dat het aangewezen is bij de bepaling van de schadevergoeding te vertrekken van het minimum, nl. drie weken loon. Indien een werknemer van mening is dat hij recht zou hebben op een hogere schadevergoeding, moet hij volgens het Hof aantonen dat de mate van kennelijke onredelijkheid een hogere vergoeding rechtvaardigt.

De werknemer trad op 5 juni 2007 in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Na een periode van arbeidsongeschiktheid wou de werknemer het werk hervatten op 4 december 2017, maar hij werd die dag onmiddellijk naar huis gestuurd, met de mededeling dat hij ontslagen werd met onmiddellijke ingang.
De werknemer vroeg vervolgens per aangetekend schrijven om hem de redenen voor zijn ontslag mee te delen. De onderneming beweerde dat zij deze redenen binnen de wettelijke termijn van twee maanden had meegedeeld. De werknemer stelde echter deze brief niet ontvangen te hebben, noch kon de onderneming een bewijs van aangetekende zending voorleggen.
Na een ingebrekestelling door de vakbond van de werknemer om de forfaitaire burgerlijke boete ten belope van twee weken loon te betalen wegens het niet (tijdig) meedelen van de redenen voor het ontslag, stuurde de onderneming een brief aan de vakbond van de werknemer waarin zij de redenen (opnieuw) opsomde.
Volgens de onderneming zou de werknemer verscheidene aanvaringen hebben gehad met zijn collega’s en maakte hij veelvuldig en herhaaldelijk fouten bij het uitvoeren van zijn taken.
De werknemer trok naar de rechtbank en vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag ten belope van zeventien weken loon. De arbeidsrechtbank verklaarde de vordering gegrond en veroordeelde de onderneming tot het betalen van een schadevergoeding gelijk aan zeventien weken loon. De onderneming ging in beroep tegen dit vonnis.

Het Arbeidshof oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een kennelijk onredelijk ontslag.
Gezien de werknemer beweerde geen motivering van het ontslag te hebben ontvangen binnen de wettelijke termijn van twee maanden en de onderneming niet kon aantonen dat zij deze wel degelijk per aangetekend schrijven had verstuurd binnen de voormelde termijn, stelde het Hof dat – overeenkomstig artikel 10 van de cao 109 – het aan de werkgever was om aan te tonen dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Volgens het Hof slaagde de onderneming niet in de op haar rustende bewijslast.
De vordering van de werknemer tot betaling van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag werd bijgevolg gegrond verklaard.

De werknemer vorderde een schadevergoeding van zeventien weken loon, wat in eerste aanleg ook werd toegekend. Echter, het Arbeidshof was het hier niet mee eens.
Overeenkomstig artikel 9 van de cao 109 is de werkgever aan de werknemer een schadevergoeding verschuldigd in geval van een kennelijk onredelijk ontslag. Deze schadevergoeding stemt overeen met minimaal drie en maximaal zeventien weken loon. Volgens de commentaar bij artikel 9 hangt de hoogte van de schadevergoeding af van de gradatie van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag.
Het Arbeidshof stelde hierover dat het aangewezen is bij de bepaling van de schadevergoeding te vertrekken van het minimum en dat het aan de werknemer is om aan te tonen dat de mate van kennelijke onredelijkheid een hogere vergoeding zou rechtvaardigen.
Aangezien de werknemer geen enkele toelichting verschafte bij de begroting van zijn vordering, oordeelde het Hof dan ook dat de schadevergoeding herleid moest worden tot drie weken loon.

Dit arrest is een correcte toepassing van het adagium actori incumbit probatio (nl. de eiser draagt de bewijslast). Indien een werknemer recht meent te hebben op een schadevergoeding die hoger ligt dan drie weken loon en dus van oordeel is dat het ontslag niet ‘zomaar’ kennelijk onredelijk was, moet hij inderdaad de gradatie van kennelijke onredelijkheid aantonen die een hogere schadevergoeding zou verantwoorden. Het valt nu af te wachten of de andere rechtbanken en hoven deze zienswijze zullen bijtreden.

Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen 12 januari 2021, AR. Nr. 2019/AA/106

Inne Nys
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen