< Terug naar overzicht

Internationaal werk. Fiscaal voordeel voor bepaalde inkomsten uit (internationale) aandelenplannen en andere aandachtspunten

Tal van ondernemingen hebben Employee Share Purchase Programs (ESPP). Dergelijke plannen voorzien in (variaties op) de mogelijkheid voor de werknemers van een onderneming om met hun nettoloon aandelen te kopen. Doorgaans gaat het over aandelen van de werkgever of een (buitenlandse) moedervennootschap die met korting aangeboden worden of waarbij bonusaandelen (bijv. 5+1 gratis).

 

Het invoeren van een dergelijk plan roept vaak vragen op over eventuele (para-)fiscale gevolgen, zeker indien er een voordeel in de vorm van bijvoorbeeld korting of een bonusaandeel is. In de instructies van de RSZ van september 2018 wordt het loonbegrip voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen verruimd geïnterpreteerd, volgens ons in strijd met de wet. Er bestaat grote discussie of en onder welke voorwaarden er al dan niet sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op voordelen toegekend door een derde zoals een (buitenlandse) moedervennootschap zonder tussenkomst van de (Belgische) werkgever. Op fiscaal vlak zorgde de nieuwe ficheverplichting voor voordelen, toegekend vanaf 1 januari 2019, door een buitenlandse groepsvennootschap aan werknemers van een Belgische vennootschap, maar vooral de verplichting voor de Belgische werkgever om bedrijfsvoorheffing in te houden op dergelijke voordelen, toegekend vanaf 1 maart 2019, dan weer voor veel vragen maar vooral ook praktische problemen.

Er zijn echter nog tal van andere aandachtspunten waarmee rekening gehouden moet worden door de werknemer-belastingplichtige, zeker in een internationale context. De vanaf inkomstenjaar 2018 ingevoerde vrijstelling van de eerste schijf van 640 euro voor bepaalde dividenden, is het ideale moment om enkele zaken op een rijtje te zetten.

Aangifteplicht?

Een eerste aandachtspunt voor de werknemer is de vraag of er een aangifteplicht ontstaat met betrekking tot een buitenlandse rekening. Belgen die titularis zijn van een buitenlandse (effecten)rekening moeten deze namelijk eenmalig aanmelden bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank, alsook jaarlijks opnieuw in hun aangifte in de personenbelasting (vak XIV). In het kader van ESPP is het echter gebruikelijk dat een buitenlandse effectenrekening geopend wordt op naam van bijvoorbeeld de werkgever of een gemandateerde. In voorkomend geval moet deze buitenlandse (effecten)rekening niet aangegeven worden. Hierbij merken we op dat in het kader van automatische gegevensuitwisseling, de Belgische fiscale administratie inlichtingen kan ontvangen dat de werknemer de ‘begunstigde’ is van een buitenlandse rekening (wat niet hetzelfde is als de titularis). Recent werd aangekondigd dat ongeveer 200.000 Belgen aangeschreven werden omdat zij - op basis van inlichtingen verkregen uit het buitenland - hun buitenlandse rekening niet aangemeld of aangegeven hadden. In de praktijk merken we dat ook begunstigden van een buitenlandse rekening (die geen titularis zijn) een dergelijke brief ontvingen met de waarschuwing dat zij niet voldaan hadden aan hun aanmeldings- of aangifteplicht. Doorgaans volstaat het toelichten van de context om dit ‘recht te zetten’.

Taks op beursverrichtingen?

Een tweede aandachtspunt is de taks op de beursverrichtingen (TOB). Deze TOB is verschuldigd op de verkoop van bepaalde aandelen en effecten en er moet een specifieke aangifte ingediend worden. Indien de verrichting plaatsvindt via een Belgische financiële instelling worden deze verplichtingen in principe verricht door de financiële instelling. Buitenlandse financiële instellingen doen dit doorgaans niet, met als gevolg dat de werknemer aan deze verplichting persoonlijk moet voldoen. We merken dat werknemers vaak nalaten dit te doen of hiervan niet op de hoogte zijn en bijgevolg (hoge) boetes riskeren, die vaak disproportioneel zijn in vergelijking met de verschuldigde TOB. Aan werkgevers raden wij dan ook aan hun werknemers hiervan op de hoogte te brengen. Gelet op de automatische internationale gegevensuitwisseling zal dit bovendien niet onopgemerkt voorbijgaan, zo leert de praktijk.

Roerende voorheffing?

Een derde aandachtspunt is de Belgische roerende voorheffing die verschuldigd is op de inkomsten (dividenden) die voortvloeien uit deze aandelen, alsook de hiermee gepaard gaande aangifte in de roerende voorheffing. Indien dividenden worden toegekend op aandelen die worden aangehouden bij een Belgische financiële instelling, worden deze verplichtingen in principe vervuld door deze financiële instelling. Indien de effecten aangehouden worden op een buitenlandse rekening, wordt doorgaans enkel de in het buitenland verschuldigde roerende voorheffing ingehouden. In België moet dan nog steeds roerende voorheffing voldaan worden op het ‘netto dividend’, zijnde het bruto dividend, verminderd met de in het buitenland geheven belasting. In sommige gevallen, afhankelijk van het toepasselijke dubbelbelastingverdrag, resulteert dit in een complexere procedure, zoals bijvoorbeeld voor sommige dividenden die vanuit Frankrijk worden toegekend.

Praktisch zijn er twee opties. Enerzijds kan de werknemer telkens een aangifte in de roerende voorheffing indienen (formulier 273) en de corresponderende roerende voorheffing voldoen. Anderzijds is er de meer praktische optie om de buitenlandse dividenden op te nemen in de aangifte in de personenbelasting. Deze laatste optie is zeker vanaf inkomstenjaar 2018 aan te raden (zelfs indien een Belgische financiële instelling tussenkwam), gelet op de nieuwe vrijstelling van de eerste schijf van 640 euro aan ontvangen dividenden die worden toegekend op bepaalde aandelen. Indien de ontvangen dividenden betrekking hebben op aandelen waarvoor deze vrijstelling van toepassing is, moeten er vervolgens twee scenario’s onderscheiden worden.

Enerzijds is het mogelijk dat de Belgische roerende voorheffing door de Belgische financiële instelling werd ingehouden. In dat geval moet de belastingplichtige de dividenden zelf niet aangeven, maar raden wij wel aan om het bedrag van de te veel ingehouden roerende voorheffing aan te geven in vak VII, code 1437/2437. Naast deze code moet een bedrag gelijk aan [0,3 x de ontvangen dividenden (met een maximum van 640 euro)] vermeld worden. Maximaal gaat het dus om een bedrag gelijk aan 192 euro.

Anderzijds is het mogelijk dat er geen Belgische roerende voorheffing werd ingehouden op het (netto) ontvangen dividend (dividend - buitenlandse belasting). In dit geval moeten de ontvangen dividenden in principe aangegeven worden (tenzij een aangifte in de roerende voorheffing werd ingediend) in vak VII, code 1444/2444, maar gelet op de vrijstelling van de eerste 640 euro aan dividenden moeten de eerste 640 euro aan (netto) ontvangen dividenden niet aangegeven worden.

Bovenstaande aandachtspunten hebben vooral betrekking op persoonlijke verplichtingen van de werknemers. Wij raden aan om uw werknemers hiervan op de hoogte te brengen en indien nodig bijstand te verlenen onder het motto ‘beter voorkomen dan genezen’. In het kader van de internationale gegevensuitwisseling kunnen zij namelijk vroeg of laat geconfronteerd worden met problemen en potentieel bijkomende financiële lasten zoals boetes en interesten.

Jan Lein, advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen