< Terug naar overzicht

Gebruik van GPS-gegevens als bewijs van dringende reden. Antigoon op de werkvloer: mythe of realiteit?

Bij een ontslag wegens dringende reden vormt het bewijs ervan wel meer dan eens een struikelblok. Vaak zal de werknemer die werd ontslagen wegens dringende reden immers inroepen dat de feiten niet bewezen zijn of dat het bewijs op onrechtmatige wijze werd verkregen. Dit was ook het geval bij een vertegenwoordiger die ontslagen werd wegens dringende redenen ingevolge valse vermelding van klantenbezoeken en verplaatsingen in het CRM-systeem. De werkgever verweet de vertegenwoordiger met name dat hij in dit systeem op welbepaalde dagen en tijdstippen afspraken bij klanten vermeldde, terwijl hij zich in werkelijkheid op de opgegeven dagen en tijdstippen elders bevond.

Voor het bewijs hiervan, beriep de werkgever zich onder meer op de GPS-gegevens van de bedrijfswagen van de vertegenwoordiger. Aan de hand van de vergelijking tussen enerzijds de klantenbezoeken die de vertegenwoordiger in het CRM-systeem had ingegeven en anderzijds de GPS-gegevens, had de werkgever immers vastgesteld dat de vertegenwoordiger de ingegeven klantenbezoeken en verplaatsingen niet had uitgevoerd. De vertegenwoordiger vorderde evenwel de wering van de GPS-gegevens uit de debatten, omdat deze volgens hem in strijd met de privacywetgeving en aldus op onrechtmatige wijze werden verkregen.

De Arbeidsrechtbank in Brussel diende zich over deze zaak te buigen. Zij bevestigt vooreerst dat de GPS-gegevens persoonsgegevens vormen in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 27 april 2016. Ter zake stelt zij vast dat de werkgever bij de verwerking van deze gegevens een aantal van de – door deze reglementering opgelegde vereisten zoals minimale gegevensverwerking, informatie, transparantie… – niet naleefde. Zodoende staat het voor de Arbeidsrechtbank vast dat de werkgever de GPS-gegevens op onrechtmatige wijze heeft verkregen.

Vervolgens stelt de Arbeidsrechtbank dat het feit dat dit bewijs onrechtmatig verkregen werd, echter niet automatisch betekent dat het uit de debatten geweerd moet worden. Zij verwijst hiervoor naar de zogenaamde Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie. Hierbij herinnert ze eraan dat het Hof van Cassatie deze rechtspraak – hoewel deze aanvankelijk in een strafrechtelijke context is ontstaan – met het Cassatiearrest van 10 maart 2008 uitgebreid heeft naar burgerlijke zaken. Hoewel het Hof er zich van bewust is dat bepaalde auteurs en sommige rechtbanken weigerachtig staan om deze rechtspraak toe te passen op burgerlijke zaken, deelt zij deze mening niet. Zij haalt hiervoor onder meer aan dat het Cassatiearrest in zeer algemene bewoordingen is opgesteld. Zij sluit zich bijgevolg aan bij de rechtbanken en de auteurs die menen dat de Antigoonrechtspraak onverkort dient toegepast te worden in burgerlijke zaken.

Aldus herhaalt zij dat, volgens de Antigoonrechtspraak, onrechtmatig bewijs principieel is toegelaten, tenzij in drie limitatieve gevallen waarin het geweerd moet worden, namelijk indien:

  • (i) De onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs doet wegvallen.
  • (ii) De onrechtmatigheid het recht op een eerlijk proces in het gedrang brengt.
  • (iii) De onrechtmatigheid een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm schendt.
  • Voor de Arbeidsrechtbank doorstaan de GPS-gegevens deze Antigoontoets:
  • (i) Uit niets blijkt dat de betrouwbaarheid van het bewijs zou zijn aangetast door de wijze waarop het bekomen werd.
  • (ii) Evenmin wordt het recht op een eerlijk proces in het gedrang gebracht. De vertegenwoordiger heeft immers kennis kunnen nemen van de GPS-gegevens en heeft zich hierover kunnen verdedigen.
  • (iii) Tenslotte is het bewijs niet verkregen met schending van een op straffe van nietigheid in burgerlijke zaken voorgeschreven vormvereiste.

Bijkomend wijst zij er nog op dat de werkgever slechts naar dit bewijsmateriaal gezocht heeft toen deze vermoedde dat de vertegenwoordiger niet eerlijk was over zijn rapportering. Daarnaast is zij – in lijn met eerdere rechtspraak – van oordeel dat de ernst van de door de werkgever begane onrechtmatigheid de ernst van het te bewijzen feit niet overstijgt. Het betreft immers een vertegenwoordiger die veel de baan op moet en waarbij de mogelijkheden van de werkgever om zijn tijdsgebruik te controleren dus beperkt zijn, zodat de werkgever moet kunnen vertrouwen op de eerlijkheid van de werknemer.

Bijgevolg besluit de Arbeidsrechtbank dat zij wel degelijk rekening kan houden met de GPS-gegevens. Op basis onder meer hiervan besluit zij dat de vertegenwoordiger zich schuldig heeft gemaakt aan valse coderingen. Voor haar maken deze aldus bewezen feiten tevens een dringende reden uit.

Na eerdere toepassingen van de Antigoonrechtspraak op de bewijsvoering in arbeidsrelaties (onder andere onrechtmatig verkregen e-mailverkeer, onrechtmatig verkregen camerabeelden en dergelijke meer), bevestigt de Arbeidsrechtbank te Brussel andermaal dat onrechtmatig bewijs niet noodzakelijk uit de debatten geweerd moet worden. Intussen heeft het Hof van Cassatie in haar arrest van 14 juni 2021 op haar beurt nogmaals bevestigd dat de Antigoonleer ook toepassing kan vinden in burgerlijke zaken. Zij voegt er evenwel aan toe dat de rechter hierbij rekening moet houden met alle omstandigheden van de zaak.

De Arbeidsrechtbank te Brussel zette, nog vóór dit recente cassatiearrest, alvast een stap in deze richting. Zoals de Arbeidsrechtbank evenwel opmerkt, bestaan er evenwel ook nog rechtbanken die weigerachtig staan tegenover de toepassing van de Antigoonleer in arbeidsrechtelijke geschillen. Het is dus niet uitgesloten dat het onrechtmatig bewijs toch geweerd wordt. Bovendien vormt deze rechtspraak uiteraard geen vrijgeleide om de privacywetgeving niet na te leven.

Nederlandstalige Arbeidrechtbank Brussel, 2de kamer, 10 mei 2021, onuitg. AR 19/1359/A.

Barbara Callewier
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen