< Terug naar overzicht

Voorlopige uitslagen sociale verkiezingen: weinig beweging, of toch een beetje?

Ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was. Zo kan men op het eerste gezicht de (voorlopige) uitslagen van de sociale verkiezingen goed samenvatten. De krachtsverhoudingen tussen de groene, rode en blauwe vakbondsfamilies wijzigden niet of nauwelijks. Maar zit er misschien toch iets interessants verscholen achter de algemene cijfers?

Vooreerst dit: de participatiegraad van de kiesgerechtigde werknemers voor de ondernemingsraden daalde van 63,85 in 2016 naar 61,01 procent en voor de CPBW’s van 65,99 naar 62,89 procent. Gezien de coronatijd de verrichtingen er niet simpeler op maakte, blijft de (niet verplichte) deelname hoog en verschaft dit stevige legitimiteit aan de verkiezingen. Toch moeten de vakbonden zich zorgen maken over één zaak: de deelname van jongeren was al niet vet en de spoeling werd nu nog dunner. Van 29,54 naar 22,78 procent voor het CPBW en van 31,84 naar 24,09 procent voor de OR. Dat zijn dalingen met respectievelijk 23 en 24 procent.
Voorts blijven de onderlinge syndicale krachtsverhoudingen ongeveer gelijk. De grootste blijft de grootste (ACV/CSC, met 57,5 procent van de stemmen tegen 58,03 in 2016), de middelste blijft de middelste (ABVV/FGTB, met 33,25 procent van de stemmen tegenover 33,62 in 2016), de kleinste blijft de kleinste (ACLVB/CGSLB, met 13,13 procent van de stemmen tegenover 12,22 in 2016), telkens voor de OR. Iedereen content dus, want de twee grootste verliezen bijna niets en de kleinste wint toch wel wat.

Blijven we naar de stemmen kijken, eerst in handel en industrie, dan zien we dat het ACV daar (OR) geen meerderheid had en nu ook niet heeft (45,58 procent), dat het ABVV daar toch op kortere afstand staat (37,90 procent) en de ACLVB naar 14,32 procent klimt.
In de social profit blijft het ACV boven 60 procent scoren (zeer licht verlies), het ABVV op goed 28 procent (zeer, zeer licht verlies). De ACLVB maakt een sprongetje naar 10,41 procent.
De blauwen staan trouwens het sterkst in Brussel (17,86 procent van de stemmen voor de OR). Ook de groenen winnen een beetje tot 45,13 procent. Bij de Brusselse roden knarsen de tanden: van 36,41 naar 33,83 procent. In de social profit is de terugval nog sterker.
In Vlaanderen verliest het ACV een heel petieterig beetje (54,19 procent van de stemmen OR), het ABVV blijft gelijk en de ACLVB wint een beetje. In Wallonië is de FGTB aan een mini remonte toe, al haalt ze met 44,52 procent lang niet de absolute meerderheden van weleer. Ze hijgt wel weer in de nek van de CSC die op 45,8 procent strandt. In handel en industrie gaat de FGTB vooruit en komt nu uit op 51,37 procent, tegenover 37,93 procent voor de CSC.
Over het algemeen blijft de grootste kracht van ACV de social profit, al zit daar wat metaalmoeheid: het gaat van 70,56 naar 66,19 procent van de stemmen (Vlaanderen, OR). ABVV en ACLVB verdelen eerlijk de verloren kruimels. In de Waalse social profit verandert er geen jota aan de verhoudingen.

Voor de rest hebben we de indruk dat de sociale verkiezingen globaal vreedzaam verlopen zijn. Zoiets kunnen we niet van vele andere verkiezingen zeggen.

Bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen