< Terug naar overzicht

Uitzendwerk versterkt ongelijkheid op arbeidsmarkt

De meest kwetsbaren op de arbeidsmarkt halen het grootste voordeel uit uitzendwerk als opstap naar meer. Het argument komt vaak naar boven in discussies. Een nieuw rapport van het HIVA, het Onderzoekinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven, plaatst daar aanzienlijke vraagtekens bij. De enquête toont aan dat precaire werknemers net het scherpst de nadelen van uitzendwerk ervaren en individueel het zwakst staan om deze knelpunten aan te kaarten.

De helft van de ondervraagde uitzendkrachten zit onvrijwillig in dit statuut van tijdelijke tewerkstelling, zo blijkt uit de HIVA-KU Leuven Uitzendenquête, een grootschalige bevraging van uitzendkrachten, aangesloten bij de vakbond ACV. Slechts 11 procent haalt elementen als flexibiliteit en vrijheid aan als een motivatie om voor deze arbeidsovereenkomst te kiezen. Een uitgesproken meerderheid (66 procent) wil liefst een vast contract, bij de jongere werknemers gaat het zelfs over 71 procent.

Voorts blijkt dat de kwaliteit van uitzendjobs te wensen overlaat. In vergelijking met reguliere werknemers liggen de loonvoorwaarden en de opleidingskansen voor uitzendkrachten lager. Een duidelijke meerderheid (60 procent) van de interim-medewerkers geeft aan het voorbije jaar geen opleiding te hebben gekregen. Frappant is dat uitzendkrachten uit de middenklasse worden geconfronteerd met minder autonomie in het uitvoeren van de taken en een nauwere controle op hun werk dan werknemers met een vast contract in gelijkaardige functies.
Interim-medewerkers in een precaire gezinsinkomenspositie signaleren vaker een ongelijke behandeling. “Dit is een sterke voorspeller voor de algemene beoordeling van uitzendwerk als nadelig”, zegt onderzoeker Maarten Hermans. “In het licht van de wetgeving rond gelijke behandeling van uitzendkrachten en werknemers is dit een duidelijk knelpunt.”

Weinig opleidingskansen

De HIVA-onderzoekers leggen een opvallend mechanisme bloot. Wie zich al in een zwakkere socio-economische en onderhandelingspositie bevindt, heeft meer kans om in uitzendjobs terecht te komen met weinig opleidingsmogelijkheden, minder kans om een vervolgopdracht in de wacht te slepen en minder uitzicht op een vast contract bij de opdrachtgever. Dit mechanisme versterkt dus de ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Het mag niet verbazen dat deze kwetsbare werknemers, die kampen met een grote jobonzekerheid, vragende partij zijn voor meer vakbondsinitiatieven om het uitzendwerk in te perken.

De HIVA-enquête toont aan dat de kans op opleiding en op de compensatie van overuren vergroot wanneer er op de plaats van tewerkstelling een vakbondsvertegenwoordiging is. In dat geval rapporteren de uitzendkrachten bovendien beduidend minder discriminatie door de opdrachtgever. De vakbondsaanwezigheid heeft zelfs een positief effect op de tevredenheid van de uitzendkrachten over de mate waarin hun huidig uitzendwerk bijdraagt aan hun positie op de arbeidsmarkt. “De positieve gevolgen hebben vooral betrekking op het collectieve organisatieniveau. Op de directe werknemersinspraak en de interpersoonlijke relaties heeft de vakbondsdelegatie geen impact”, besluit Maarten Hermans.

Bron: HIVA- KU Leuven

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen