< Terug naar overzicht

Tijdens lockdown kloppen werkenden minder uren en krijgen ze minder gedaan

De ‘sterke aanbeveling’ of verplichting om zo veel mogelijk thuis te werken heeft uiteenlopende sociaaleconomische gevolgen en vergt een aanpassing van de manier van werken. Wat betekent dat voor de productiviteit van betaalde en onbetaalde arbeid? Onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam voerden een enquête en formuleren adviezen voor een productieve aanpak.

De onderzoekers vroegen Nederlanders die voorafgaand aan de coronacrisis betaald werk hadden naar het aantal gewerkte uren, hoeveel ze per uur konden doen en wat in die gewerkte uren de kwaliteit van het werk was tijdens de crisis vergeleken met daarvoor.
851 Nederlanders die thuis tijdens de coronacrisis minimaal vier uur per week meer thuis zijn gaan werken, hebben tussen 22 april en 5 mei een online-vragenlijst ingevuld over hun werkzaamheden. De gemiddelde leeftijd van de respondenten was 43 jaar, 53 procent was man, 71 procent had een partner, en 48 procent had thuiswonende kinderen. De meerderheid van de respondenten was hoogopgeleid (61 procent).

Productiviteit is combinatie van kwantiteit en kwaliteit

Uit eerder onderzoek blijkt dat de productie bij betaald werk gezien kan worden als een combinatie van de kwantiteit en kwaliteit van het werk. De totale productie bestaat dan uit drie verschillende factoren, namelijk de hoeveelheid gewerkte uren, hoeveel werk men per uur kon verzetten en de kwaliteit van het werk in de gewerkte uren.

Verandering in de kwantiteit van betaald werk is in dit onderzoek gemeten op basis van het verschil in het aantal uren betaald werk voorafgaande aan en tijdens de crisis, en de hoeveelheid werk die men in een gemiddeld gewerkt uur heeft kunnen verrichten vergeleken met normaal. Bijvoorbeeld: iemand die voor de coronacrisis veertig uur per week werkte en tijdens de coronacrisis dertig uur, en in die dertig uren tachtig procent van het normale werk kon verzetten, heeft in kwantiteitstermen een productie van 60 procent (=(80%x30)/40).

De kwaliteit van het geleverde werk kan ook veranderen. Deze verandering wordt gemeten als de geleverde kwaliteit van het in de gewerkte uren gedane werk. Wanneer de persoon in het voorbeeld tijdens de coronacrisis een lagere kwaliteit van werk heeft kunnen leveren, zeg 10 procent minder, dan zou de totale productie 60 × 90 = 54 procent zijn.

Naast vragen over betaald werk hebben respondenten vragen beantwoord over onbetaald werk, namelijk de veranderingen in het aantal uren besteed aan zorg voor kinderen, kinderen ondersteunen bij thuisonderwijs, huishoudelijk werk, maaltijden bereiden, klussen in huis/tuin of aan mantelzorg voor een huisgenoot of iemand anders, en ook aan vrijwilligerswerk.

Voor ongeveer de helft van de respondenten veranderde de manier van werken niet of nauwelijks als gevolg van de coronacrisis, terwijl iets meer dan een op vier aangaf nu vooral thuis te werken. Sowieso werkte in deze steekproef iedereen minimaal vier uur per week
meer thuis dan voorheen.
Voor ongeveer een op acht werkenden veranderden er diverse dingen in hun werk, namelijk door combinaties van vooral thuiswerken, minder of meer uren werken of het doen van een ander type werk. Voor vijf procent veranderde een van deze dingen. Twee procent raakte de baan kwijt of wisselde van baan, al dan niet als gevolg van de coronacrisis.

Groter verlies in kwantiteit dan in kwaliteit

Bij de personen die hun baan behielden (98 procent), is zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het werk afgenomen, waarbij het kwantiteitsverlies groter was dan het kwaliteitsverlies. Het gemiddelde aantal gewerkte uren daalde in de eerste maanden van de coronacrisis van 35,2 naar 32,7 uur per week. Daarbij verzette per gewerkt uur 43 procent van de respondenten nog steeds evenveel werk, terwijl dit door 35 procent minder gedaan werd en door 22 procent meer.
De kwaliteit van het werk heeft iets minder onder de crisis geleden. Bijna driekwart van de respondenten leverde in de gewerkte uren dezelfde kwaliteit als normaal, acht procent leverde een lagere kwaliteit en zestien procent zegde een hogere kwaliteit te leveren.
Als men de veranderingen in de kwantiteit en kwaliteit van het werk (eenvoudig en lineair) combineert, dan is de totale productie bij 47 procent van de werkenden gedaald, bleef zij bij 31 procent gelijk en steeg zij bij 22 procent.

Aparte werkplek thuis belangrijk

Als de verandering in productie wordt gerelateerd aan de kenmerken van de werkende en diens werkomgeving, dan blijkt dat het hebben van zowel een aparte werkplek als een partner sterk bepalend is voor de geleverde productie. Mensen met partner en een aparte werkplek thuis hadden een hogere productie, terwijl het hebben van wel of geen thuiswonende kinderen slechts een klein verschil maakte. Personen zonder partner, zonder kinderen en zonder aparte werkplek hadden de laagste productie. Ook zij met kinderen maar zonder aparte werkplek thuis produceerden minder dan voorafgaand aan de coronacrisis. Deze veranderingen in productie werden sterker gestuurd door het minder uren werken dan door de kwaliteit van het werk.

Tijdsbesteding onbetaald werk

Aan alle vormen van onbetaald werk werd er gedurende de crisis meer tijd besteed, in totaal gemiddeld bijna zes uur per week. Deze toename is hoger dan de afname in gewerkte uren en komt waarschijnlijk ook in de plaats van reistijd.
Ook hier liepen de veranderingen sterk uiteen. Ouders van thuiswonende kinderen besteedden de meeste extra tijd aan zorg voor hun kinderen en aan ondersteuning bij thuisonderwijs, in totaal ongeveer vijf uur per week. Dit was ongelijk verdeeld: vrouwen spendeerden
gemiddeld per week vier uur extra aan zorg en tweeënhalf uur extra aan thuisonderwijs, en mannen iets meer dan de helft hiervan.
Mensen zonder thuiswonende kinderen besteedden de meeste extra tijd aan klussen, huishoudelijk werk en maaltijden bereiden. Voor alle vormen van onbetaald werk,
behalve voor klussen in huis of tuin, was de toename bij vrouwen groter dan bij mannen.

Conclusie en implicaties

In verschillende groepen van de samenleving hebben de lockdownmaatregelen dit voorjaar uiteenlopende effecten gehad op betaald en onbetaald werk. De totale productie bij betaald werk was, voor personen die minimaal vier uur per week thuiswerkten, gemiddeld lager dan voorafgaand aan de crisis. Vooral werkenden zonder partner en zonder aparte werkplek thuis hadden een lagere productie en deze achteruitgang zat meer in de kwantiteit dan in de kwaliteit van het werk. De tijd besteed aan onbetaald werk nam juist toe, vooral bij vrouwen en personen met thuiswonende kinderen.
Alleenwonenden ervaren de meeste invloed op hun productie. Mogelijk speelt eenzaamheid en gebrek aan ontspanning hierbij een rol, aangezien ook veel sociale activiteiten en sport door de maatregelen beperkt worden. Werkgevers en collega’s kunnen een rol spelen bij het ondersteunen van deze groep, bijvoorbeeld bij het waar mogelijk prioriteit toe te kennen bij toegang tot werkplekken op kantoor of door ze te betrekken bij werk waarin de interactie of samenwerking met anderen een grotere rol speelt.
Ten slotte lijkt het hebben van een aparte werkplek thuis om geconcentreerd te kunnen werken sterk bepalend voor de productie. Als dit thuis niet goed mogelijk is, lijkt het faciliteren van een eigen werkplek elders wenselijk te zijn en mogelijk ook kosteneffectief.

Auteurs: Samare Huls (promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, EUR), Ayesha Sajjad (wetenschappelijk onderzoeker EUR), Tim Kanters (Onderzoeker bij het institute for Medical Technology Assessment (iMTA), Leona Hakkaart Van Roijen (universitair hoofddocent EUR), Werner Brouwer (hoogleraar EUR) en Job van Exel (hoogleraar EUR).

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen