< Terug naar overzicht

Jonge werknemers willen levenslang leren

Jongeren zijn ambitieus en flexibel. Ze zijn bereid levenslang te leren en zo hun competenties te vergroten. Ze hechten minder belang aan extralegale voordelen en kijken vooral naar het nettoloon, de jobinhoud en de werksfeer. De school heeft hen onvoldoende voorbereid op de arbeidsmarkt.

Bijna acht op de tien jongeren tussen 17 en 28 jaar denken dat ze langer dan de huidige pensioenleeftijd van 67 jaar zullen moeten werken om op pensioen te kunnen gaan. Overigens, de helft van de jongeren veronderstelt dat dit niet meer gefinancierd zal worden door de overheid tegen wanneer zij op pensioen zullen gaan. Dat blijkt uit het ‘Bridging the future’-rapport van werkgeversfederatie VBO dat peilt naar wat de verwachtigen van jongeren en werkgevers zijn op de arbeidsmarkt.

Extralegale voordelen

Extralegale voordelen zijn niet echt een topprioriteit bij de keuze van een job. Slechts zes op de tien werkende of studerende jongeren geven aan dit belangrijk te vinden. Slechts een op de tien jongeren met een vaste baan of studenten hoger onderwijs zet dat dan ook in de top drie van belangrijkste zaken. Daarentegen plaatst 72 procent nettoloon in de top 3. Dat wordt meteen gevolgd door de jobinhoud (70 procent), de werksfeer (60 procent) en doorgroeimogelijkheden (44 procent).

Dit staat in groot contrast met wat werkgevers denken. Een overgrote meerderheid (90 procent) van de werkgevers meent dat jongeren extralegale voordelen belangrijk vinden en bieden deze dan ook aan.

Ambitieus

Driekwart van de jonge werknemers geeft aan bezig te zijn met levenslang leren. De twee belangrijkste redenen om levenslang te blijven leren, zijn up-to-date blijven (36 procent) en competenties vergroten (24 procent). De belangrijkste twee redenen om niet levenslang te blijven leren, zijn geen tijd (31 procent) en er geen behoefte aan hebben (28 procent).

Daarentegen zijn jongeren die momenteel als werknemer of zelfstandige werken niet altijd even tevreden over de mate waarin hun opleiding hen heeft voorbereid op de arbeidsmarkt: 40 procent geeft aan dat ze onvoldoende voorbereid zijn qua kennis en meer dan de helft dat ze onvoldoende voorbereid worden op het vlak van vaardigheden. Ze verwachten dus meer van de overheid en het onderwijs om goed voorbereid te zijn op de arbeidsmarkt, wat duidelijk aangeeft dat ze ambitieus zijn.

Ook zijn jongeren verdeeld over de voorbereiding op de technologische evolutie die ze krijgen op school. Meer dan vier op de tien jongeren geeft aan dat de school hen niet voorbereidt op die evolutie. Ze vinden met andere woorden dat de lat gerust hoger mag worden gelegd.

Een derde van de jongere werknemers en studenten verwacht dat ze hoogstens drie jaar bij dezelfde werkgever zullen blijven. Negen op de tien geven wel aan dat ze langer dan verwacht zouden blijven bij promotiekansen. Zeven op de tien denken dat ze ondernemerschap aan de dag moeten leggen op de werkvloer.

Hier zitten jongeren en werkgevers op dezelfde lijn. Meer dan negen op de tien werkgevers vinden eveneens dat de school verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de jongeren op de technologische evolutie. Bijna negen op de tien werkgevers beamen dat ze entrepreneuriale vaardigheden van werknemers van belang vinden. Eenzelfde aandeel geeft aan te geloven in intrapreneurship door werknemers binnen hun bedrijf. Ruim 80 procent van de werkgevers oordeelt evenwel dat jongeren op school onvoldoende voorbereid worden op de arbeidsmarkt.

Bedrijfswagen

Bijna zeven op de tien werkende of studerende jongeren verkiest om met de auto naar het werk te gaan. Slechts een derde verkiest de fiets. Als ze moeten kiezen tussen een bedrijfswagen, de terugbetaling van openbaar vervoer of een fietsvergoeding, zou 60 procent de voorkeur geven aan een bedrijfswagen. Ze gaan ervan uit dat de overheid niet in staat is om een oplossing te vinden voor de fileproblematiek.

Ook hier is er een kloof met wat werkgevers denken. Zij overschatten het aandeel jongeren dat de auto verkiest om naar het werk te gaan. Vier op de vijf werkgevers denken dat jongeren een bedrijfswagen zouden verkiezen.

De maximale pendeltijd tussen thuisfront en werkomgeving is voor 41 procent van die groep jongeren 30 minuten. Een even groot aandeel zegt maximum 1 uur onderweg te willen zijn en slechts 6 procent meer dan 1 uur. Nog eens 12 procent geeft aan dat dit afhankelijk is van de job. Ze zijn wel degelijk bereid om zich te verplaatsen voor hun job.

Het online onderzoek werd uitgevoerd tussen 10 april en 1 mei dit jaar. Concreet gaat het om een representatief staal van 814 jongeren tussen 17 en 28 jaar en een bevraging bij 110 werkgevers actief in verschillende sectoren. De foutenmarge van de survey bedraagt 3 procent.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen