< Terug naar overzicht

Coronacrisis vermindert betekenis van werk en stimuleert wens voor thuiswerk

Het onderzoeksinstituut AIAS-HSI van de Universiteit van Amsterdam publiceerde ‘De impact van Covid-19 op de waarde en waardering van werk en het steunbeleid van de overheid’. De uitkomsten van het onderzoek zijn gebaseerd op een representatieve enquête onder 4.008 inwoners van Nederland van 18-70 jaar die in mei van dit jaar werd uitgevoerd. Hieronder volgen de hoofdpunten uit het rapport.

Tijdens de coronacrisis is betaald werk in het leven minder centraal komen te staan: 38 procent van de respondenten zegt dat het gezin belangrijker is geworden en 31 procent vrienden, bekenden en vrije tijd. Dat is aanmerkelijk meer dan de 25 procent voor wie betaald werk belangrijker is geworden.

• 41 procent van de respondenten is werkzekerheid belangrijker gaan vinden, 30 procent sociale contacten op het werk en 18 procent ‘niet te veel druk of spanning’.
• 31 procent zegt dat de sociale contacten in het werk sinds de coronacrisis zijn verslechterd.
Het thuiswerken bevalt de meeste werkenden goed: 62 procent van degenen die thuis kunnen werken, wil in de toekomst ten minste een aantal keer per week thuiswerken.
Thuiswerken heeft een positief effect op het zelf kunnen beslissen hoe zij hun werk uitvoeren, de hoeveelheid werk die zij gedaan krijgen, hun concentratie tijdens het werk en hun werktevredenheid in algemene zin.

De coronapandemie had niet alleen een grote impact op de hoeveelheid werk, maar ook op de waarde en waardering van werk: 25 procent is tijdens de crisis betaald werk belangrijker gaan vinden, terwijl voor 38 procent het gezin belangrijker is geworden, voor 31 procent vrienden en bekenden en voor eveneens 31 procent vrije tijd.

In het werk is men vooral de zekerheid om niet zonder werk te vallen (41 procent) en de sociale contacten (30 procent) belangrijker gaan vinden. Van de jongeren onder 35 jaar vindt liefst 52 procent de zekerheid niet zonder werk te geraken belangrijker en 41 procent de sociale contacten.

Nog iets: 31 procent van de werkenden geeft aan dat de sociale contacten op het werk sinds het begin van de crisis zijn verslechterd en 25 procent dat zij meer druk of spanning ervaren. Daar staat tegenover dat 15 procent van de werkenden zegt dat hun loon is verbeterd, tegenover 8 procent die zegt dat het loon is verslechterd.

In mei 2021 werkte de helft van de werkenden ten minste enkele keren per week thuis (en 37 procent bijna dagelijks), terwijl dit voor de coronacrisis slechts 17 procent was. In de toekomst wil 45 procent van de werkenden het liefst ten minste enkele keren per week thuiswerken. Van degenen die in hun huidige werk thuis kunnen werken is dit zelfs 62 procent. Ruim de helft van de werkenden verwacht positieve effecten van thuiswerken op het zelf kunnen beslissen over hoe zij hun werk uitvoeren, de hoeveelheid werk die zij gedaan krijgen en de concentratie tijdens het werk. Een ruime meerderheid verwacht echter dat de relatie met collega’s of met klanten (in geval van zelfstandigen) zal lijden onder thuiswerken.

Onderzoeker Paul de Beer constateert naar aanleiding van het onderzoek: “Een groot deel van de werkende bevolking zou ook na de coronapandemie ten minste een paar dagen per week thuis willen werken. Maar er moet dan wel worden gezocht naar nieuwe manieren om regelmatig sociale contacten met collega’s mogelijk te maken.”

Bron: Universiteit van Amsterdam

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen