< Terug naar overzicht

Berings & Berings: De lat steeds hoger - tussen succes en falen

Overwinningen in het wielrennen spreken tot de verbeelding, maar falen blijft soms nog uitdrukkelijker op ons netvlies gebrand. Lezers met wat meer jaren op de teller kunnen zich het beeld van Claude Criquielion in Ronse nog zo voor de geest halen. Hoeveel keer hebben jongere sportliefhebbers Remco Evenepoel al in het ravijn zien duikelen? De Ronde van Vlaanderen 2020 (in 2021 gereden) is de Ronde die Wout Van Aert net níet won. Ook voor de sporter zelf is zowel de droom van de overwinning als de nachtmerrie van het falen reëel. Het prestatiemotief staat altijd in concurrentie met het faalangstmotief… Tekst Dries & Eline Berings

Wanneer Federer tegen Djokovic tennist, kan hij focussen op zijn eigen troeven. Hij kan daarentegen ook vooral denken aan het feit dat Djokovic de enige is die Federer al in alle vier de Grand Slams heeft kunnen verslaan. De focus leggen op de eigen sterktes en mogelijkheden geeft een boost aan het zelfvertrouwen. Focussen op falen, daarentegen, brengt heel wat valkuilen met zich mee – frustratie bijvoorbeeld, of een verlammende faalangst. De kans om een penalty binnen te trappen is groter als men de eigen focus behoudt: ‘ik trap de bal daar en nergens anders’. Meer en meer zien we dat keepers met hun handen en armen staan te gesticuleren om zo faalangst te induceren: ze rekenen erop dat de penaltytrapper daardoor angstig wordt en in de fout gaat.

Net als sporters balanceren studenten, werknemers en managers verschillen tussen het prestatiemotief en het faalangstmotief. De manier waarop zij worden aangestuurd, is daarbij een beslissende factor.

Focus op promotie of preventie

Een andere manier om hiernaar te kijken is het de tweespalt tussen ‘promotiefocus’ en ‘preventiefocus’. De promotiefocus houdt in dat mensen hun engagement vooral koppelen aan wat ze zelf willen bereiken, hun eigen toekomstbeeld en ideaal. Een preventiefocus, daarentegen, houdt in dat mensen vooral bezig zijn met welke verplichtingen ze moeten nakomen, de verwachtingen die ze moeten inlossen en met wat daarbij kan mislopen.
In de sport staat in principe de drang naar succes voorop: meer, beter, sneller, hoger, sterker. De lat moet altijd hoger – waardoor ze er gegarandeerd afvalt, zou men er wat cynisch kunnen aan toevoegen. Toch spreekt die sportmetafoor wel aan. Na de Olympische Spelen van 2008 legde de toenmalige topsportmanager Ivo Van Aken de lat voor ons land op vijf medailles in 2012. Ook in het topsportactieplan van Sport Vlaanderen voor 2017-2020 lees je: ‘de lat moet hoger’.

Iedereen zegt steeds weer dat de lat hoger moet, terwijl de meest prangende vraag eigenlijk is: hoe springen we hoger of hoe helpen we iemand hoger springen? De lat hoog leggen, zonder ook de middelen en vertrouwen te geven, kan eerder faalangst dan wel de prestatiemotivatie aanwakkeren.

Ontrouwe supporters, en coaches

Het geloof van anderen dat je het wel zal halen, is een van de elementen die het zelfvertrouwen kunnen verhogen. Maar verwachtingen van anderen kunnen ook een nefaste invloed hebben, bijvoorbeeld als ze te irrealistisch of weinig stabiel zijn. Zo kennen we naast ‘trouwe supporters’ ook ‘ontrouwe supporters’: die laatste haken meteen af als de sporter niet de vooropgestelde prestaties neerzet of van zodra er enig gesputter valt te ontwaren in een reeks van successen. Ook bij coaches zien we dit soms, bijvoorbeeld wanneer ze bij een tegenvallende prestatie de bijhorende frustratie overnemen, nog versterken en zo terugkoppelen naar de betrokken sporter die daardoor nog meer in de put gaat zitten.

Bij coaches en managers zien we ook een verschil tussen zij die alleen maar focussen op de prestaties of zij die focussen op de voorwaarden en het proces die kunnen leiden tot prestaties.

Ter illustratie: de meerkampster Noor Vidts werd eind 2020 nog onvoldoende bevonden om in aanmerking te komen voor een profcontract bij Sport Vlaanderen, ondanks een mooie progressie en ontwikkeling. In de winter van 2021 behaalde ze zilver op het EK indoor in Torun (winnares Nafi Thiam), en toch werd ze nog niet ondersteund – ‘toch maar eerst zien wat ze in de zomer doet’, dacht men. Noor werd vierde op de Olympische Spelen in Tokio…

Hoewel prestaties altijd moeilijk te voorspellen zijn, had men misschien meer oog kunnen hebben voor het proces, de ontwikkeling en de omkadering van Noor Vidts. Tegelijk houdt haar verhaal ook een positieve boodschap in: zij mocht en kon nog falen, want er waren geen hoge verwachtingen.

Maladaptief perfectionisme

In een context waar grinta, drive, doorzetten, veerkracht, hard werken… bon ton zijn, wordt ook ‘nooit tevreden zijn’ als de brandstof gezien om beter te worden. Deze ‘het is nooit goed genoeg’-mentaliteit kan een erg negatieve impact hebben op je eigen denken en functioneren, maar bovendien ook op hoe je anderen benadert en feedback geeft. Het kan dan gaan om ‘maladaptief perfectionisme’: een te sterke focus op al wat niet goed is en niet goed gaat. Dat is gelinkt aan heel wat negatieve uitkomsten, waaronder angst, een negatief zelfbeeld en weinig plezier in het werk.

Het verschil tussen een dergelijk dwangmatig perfectionisme en een gezond streven naar uitmuntendheid zit hem vooral in de mindset en overtuigingen die men daarbij heeft. Top performers streven naar uitmuntendheid en werken hard, maar blijven daarbij bevlogen. Ze begrijpen bovendien dat ook fouten maken onderdeel is van hun proces en ontwikkeling. En ze sluiten zich ook aan bij het gezegde ‘reculer pour mieux sauter’.

Of zoals wereldkampioene tijdrijden Ellen van Dijk zei voorafgaand aan het WK: “Soms moet er een tandje af om beter te zijn.” Van Dijk worstelde altijd met perfectionisme en nooit tevreden zijn, maar leerde relativeren en won het WK tijdrijden, acht jaar na haar eerste wereldtitel.

Op zoek gaan naar uitmuntendheid hoeft niet uit te sluiten dat je tegelijk voldoening en bevlogenheid behoudt wanneer het wat minder gaat. Tevreden zijn wil niet zeggen dat men achteruit leunt en niet dat stapje verder wil gaan. Men zal zelf die lat wel hoog genoeg leggen, als men kan blijven genieten van het springen, begeleid wordt om steeds beter te leren springen én het evident vindt dat de lat er regelmatig afvalt.


Bronnen:
- Higgins, E., Friedman, R., Harlow, R., Idson, L., Ayduk, O. & Taylor, A. (2001). Achievement orientations from subjective histories of success: Promotion pride versus prevention pride. European Journal of Social Psychology, 31(1), 3-23.
- Neil, R., & Woodman, T. (2019). Performance, anxiety, arousal, and coping in sport. In T.S. Horn & A.L. Smith (Eds.) Advances in sport and exercise psychology (pp. 211-227). Champaign: Human Kinetics.
- Lo, A., & Abbott, M.J. (2013). Review of the theoretical, empirical, and clinical status of adaptive and maladaptive perfectionism. Behaviour Change, 30(2), 96-116
- von Grumbkow, J. (Red.) (1989). Arbeidsmotivatie. Een psychologische benadering. Heerlen: Open Universiteit.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen