< Terug naar overzicht

Twaddling Roland and the Fakers (Jos Gavel)

In de slipstream van de publicatie eind januari van de driejaarlijkse ‘Vlaamse Werkbaarheidsmonitor’ door Stichting Innovatie & Arbeid zorgde succesvol ondernemer, gesjeesd politicus en door veel supporters gehaat voetbalclubeigenaar Roland Duchâtelet voor opschudding in de populaire media. Volgens de man is het grootste deel van de burn-outs en bij uitbreiding andere vormen van invaliditeit of ziekte fake. Met deze (misplaatste en mislukte) volley probeerde hij te scoren voor zijn idee van een schamel basisinkomen voor iedereen. Duchâtelet greep slechts in en uit de lucht.

Waarover gaat het in het echt? De Werkbaarheidsmonitor – we raden u de lectuur ervan warm aan – stelt vast dat de ‘werkbaarheidsgraad’, dit is het aantal werknemers dat zelf aangeeft een werkbare baan te hebben, is gezakt naar 51 procent in 2016. Bijna de helft van de werknemers vindt dus dat zij geen werkbare job uitoefenen. Bij de eerste meting in 2004 bedroeg de werkbaarheidsgraad 52,3 procent, in 2013 lag hij op 54,6 procent. Alle HR-gerelateerde inspanningen in organisaties ten spijt, zijn we terug naar af.

De voornaamste factoren die de kwaliteit van het werk de voorbije jaren hebben doen dalen na een periode van vooruitgang, zijn werkstress, psychische vermoeidheid, emotionele belasting en minder welbevinden in het werk. Geen wonder dus dat alle studies en statistieken over ziekteverzuim stijgingen aantonen van het verzuim in alle mogelijke vormen en met alle mogelijke motieven. Binnen dit plaatje wordt burn-out met stip genoteerd. Zowat 280.000 Vlamingen zouden symptomen vertonen, een stijging met een kwart op drie jaar tijd. Of de diagnose van burn-out altijd terecht gesteld wordt of niet, heeft geen enkel belang. Wat maakt het in essentie uit hoe een psychosomatisch probleem wordt benoemd dat leidt tot afwezigheid op het werk of aanwezigheid op de ziekenkas en waarvoor geen fysieke oorzaken te vinden zijn? De kern van de zaak is dat onrustwekkend genoeg een stijgend aantal werknemers het mentaal niet meer aankan.

Haken zij af omdat de ziekenkas zo interessant is en alvast beter dan den dop? Willen zij niet meer werken? Verzinnen zij klachten en symptomen? Shoppen zij in het sociaal systeem zoals in de winkelcentra? Faken zij? Verkrijgen zij goedkoop en gemakkelijk hand- en spandiensten in de vorm van ziektebriefjes en onjuiste diagnoses van huis- en andere artsen? Dat zal wel zeker? Iedereen kent in zijn organisatie, vriendenkring en zelfs bij voorkeur verre of aangetrouwde familie wel minstens één professionele profiteur die ook nog prat gaat op zijn specialisatie.

Wat is er echt van aan? Ik beschik niet over geloofwaardig wetenschappelijk onderzoek dat een beeld geeft van de proportie fakende, niet fakende en een beetje fakende zieken op het werk. Als u wel iets dergelijks heeft of kent, bezorg mij de link, ik zal u dankbaar zijn. Ondertussen moeten wij het stellen met al dan niet onderbouwde impressies. Een interessant aanknopingspunt dat zeker onderzoek verdient, kregen wij tijdens de voorstelling van Randstads jaarlijkse Werkpocket. De auteur ervan, de wijze grijze meester Filip Tilleman, sinds jaar en dag gewaardeerd advocaat en raadgever van vele bedrijfsleiders en HR-verantwoordelijken, signaleerde in zijn presentatie ook “een enorme opstoot van gevallen van burn-out”. Hij had het tevens over “schijnabsenteïsme” en “vermeende arbeidsongeschikte werknemers”. De meester schat op basis van zijn eigen dossiers en jarenlange observatie dat er onder de afwezigen wegens ziekte 10 à 15 procent misbruikers zitten. Voor alle duidelijkheid: Tilleman is syndicalist noch een of ander type dat onaangename cijfers graag bijkleurt. Volgens hem blijft het aantal valsspelers dus beperkt tot een kleine minderheid.

Voor we verder gaan nog dit: Tilleman maakt het duidelijke statement dat wij allen, “als maatschappij, bedrijf, collega” een werknemer die echt arbeidsongeschikt is de hand moeten reiken. Tilleman: “Dit principe is heilig. Punt aan de lijn!” Het neemt niet weg dat, hoewel slechts een kleine minderheid misbruik maakt, zij toch moet aangepakt worden omdat deze soort het debat over de kost van de sociale zekerheid verzuurt, de medewerknemers die zich wel inzetten frustreert en demotiveert, en een schaduw werpt op de relatie tussen de werkgever en de werknemer die echt ziek is.

Goed, we weten nu uit professionele bron dat de fakers een kleine groep vormen en dat zij moeten drooggelegd worden. Dat kan alleen door hun roadies en dealers aan te pakken. De artsen dus die wel degelijk om den brode foute briefjes schrijven. Zelfs al vormen ook zij niet meer dan een kleine minderheid, er zijn er altijd te vinden. De controle-artsen brengen meestal geen soelaas: zelden zullen zij een collega uit de buurt in de zak zetten. Het ontbreekt ons hier aan plaats, daarom komen we in een volgende editie terug op deze problematiek en hoe hem aan te pakken.

Afsluiten doen we met een dankbaar voorstel aan degene die ons de aanleiding verschafte voor dit postscriptum. Als hij zo graag in de schijnwerpers staat met eender wat, kan hij misschien overwegen een swingende band op te richten. Wij suggereren gratis de naam. Zie boven.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen