< Terug naar overzicht

My first, my last, my everything?

In tegenstelling tot de lyrische woorden van Barry Whites’ lovesong, lijkt de liefde voor Europa bekoeld. Brexit, Frexit, Nexit, … De eerste komt eraan, terwijl er tegelijkertijd in nog andere EU-staten stemmen opgaan om Europa de rug toe te keren. Met verbazing ben ik getuige van de debatten en standpunten over de Europese Unie, waarbij deze steeds weer het imago krijgt opgekleefd van de boze stiefmoeder van Sneeuwwitje.

De EU wordt vereenzelvigd met een logge, bureaucratische machine, zware administratieve processen en een top-down besluitvorming die geen rekening houdt met Jan met de pet. De tegenstanders stellen dat ze het alleen veel beter, eenvoudiger en goedkoper kunnen doen en moeten blijkbaar hiervoor geen bewijzen aanleveren. De kritiek en het statement volstaan.

Natuurlijk kent de EU – zoals elk besluitvormingsniveau – tekortkomingen en onvolmaaktheden. Ook ik heb het soms moeilijk met de ondoorzichtigheid van de Europese besluitvorming, de silo-werking binnen de Commissie en de administratieve planlasten verbonden aan Europese subsidies. Toch zal ik de EU niet beschouwen als een ‘failed institution’…

Het andere gelaat van de EU

De EU heeft ook een ander gelaat, dat in de publieke opinie nauwelijks of niet getoond wordt. Ik ken Europa ook als een bestuursniveau dat bottom-up samenwerkingen aanmoedigt en faciliteert zonder daarbij logge administratieve procedures te hanteren of de zwarte piet door te spelen naar de lidstaten. Zo bevordert de EU de modernisering van het arbeidsmarktbeleid via de ondersteuning van het European Network of Public Employment Services (PES). Dat laat de PES toe benchlearning-activiteiten op te zetten, ‘beste praktijken’ uit te wisselen, evidence-based adviezen aan de Commissie uit te brengen ter verbetering van de beleidsaanpak op Europees en nationaal niveau, concrete samenwerkingsverbanden tussen de PES uit te bouwen en dies meer. Een goede illustratie vormt de recente samenwerking tussen Jobsplus-Malta en de VDAB, die samen een systeem van competentiegericht ‘matchen’ hebben opgezet.

Dát is de weg die we in de EU nadrukkelijk(er) verder moeten bewandelen. De arbeidsmarkt kent immers geen grenzen. Terugplooien op zichzelf is de realiteit van de globaliserende VUCA-wereld ontkennen. De publieke bemiddelingsdiensten hebben dan ook reeds lang begrepen dat samenwerking over de nationale grenzen heen nuttig én noodzakelijk is. Ze hebben met dat doel een gemeenschappelijke strategie ‘PES EU 2020’ uitgewerkt, die moet bijdragen tot betere jobkansen en langere leuke loopbanen voor iedereen, ook voor personen met beperkingen, NEET-jongeren én vluchtelingen.

Cocreatief platform om welvaart te verzekeren?

Dat de Europese Commissie hier met bijvoorbeeld zijn ‘New Skills Agenda’ offensief op inspeelt, is dan ook een welgekomen opportuniteit voor de hele EU en elke lidstaat. Niet vanuit een centralistische of dirigistische visie, wel vanuit de ruimte die gelaten wordt aan de werkveld-actoren om bottom-up samen te werken binnen één Europees doelstellingenkader.

Europa als een cocreatief platform om welvaart te verzekeren. Wie tekent daar niet voor? Hoor ik hier niet Barry White op de achtergrond?

Fons Leroy is gedelegeerd bestuurder van de VDAB.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen