< Terug naar overzicht

Kris Peeters (Federaal minister van Werk) over interprofessioneel akkoord: “Het resultaat is er”

Gisteren, donderdag 2 februari, zetten de leden van de Groep van Tien hun definitieve handtekening onder het interprofessioneel akkoord 2017-2018. Even later keurde de federale regering het akkoord integraal goed. In een exclusief interview met HR Square geeft federaal minister van Werk Kris Peeters zijn commentaar op dit punt en gaat hij in op de waarde van het sociaal overleg.

Federaal minister van Werk Kris Peeters is tevreden met het interprofessioneel akkoord, vindt dat de discussies over de automatische loonindexering mogen opgeborgen worden en rekent op goede sociale dialoog in de sectoren en bedrijven om van werkbaar en wendbaar werk… werk te maken.

Najaar 2016 geloofden weinigen dat er (ooit) nog een interprofessioneel akkoord (IPA) zou worden gesloten door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de Groep van Tien. Vele observatoren en commentatoren verklaarden het interprofessioneel overleg dood, in kunstmatige coma of nutteloos. Het prille 2017 bracht tot veler verrassing dan toch een tweejaarlijkse overeenkomst, na een periode van opvallende stilte rond de lopende onderhandelingen. Meer nog, de meeste onderhandelaars moesten na afloop hun best doen om niet al te geestdriftig over te komen bij hun ‘eisende’ achterban.

Hoe kijkt federaal minister van Werk Kris Peeters aan tegen deze (bescheiden) heropleving van het interprofessioneel overleg en welke mogelijkheden schept dit voor de uitvoering op het terrein van ‘zijn’ Wet Werkbaar en Wendbaar Werk?

Kris Peeters: “Eerst en vooral ben ik zeer opgetogen dat de Groep van Tien erin geslaagd is na zovele jaren toch een IPA af te sluiten. Waarom zijn ze daar nu wel in gelukt en vroeger niet? Ongetwijfeld hebben de onderhandelaars ingezien dat het voor hen erop of eronder was. De mogelijkheden om een interprofessioneel akkoord tot stand te brengen, is zwaar in vraag gesteld.

Voorts hebben zij begrepen dat zij beter zelf een akkoord konden bereiken. De meeste deelnemers aan het overleg – de ene al meer dan de andere – vreesden dat indien de regering het initiatief zou moeten nemen, de uitkomst zeker niet beter zou zijn. Zij hebben nu ook eigen accenten gelegd, zeker wat de welvaartsenveloppe aangaat.
    Ten slotte: als de sociale partners niet in staat zijn akkoorden te sluiten over de loonontwikkeling, wat hun core business is, waarover kunnen ze dan wel nog overeenkomen?
Ook positief is dat het akkoord geen zware facturen voor de regering bevat. In het verleden was dat vaak anders. Er is wel wat discussie over de snelheid waarmee het SWT moet hervormd worden, maar goed. De eigen accenten die gelegd werden zitten goed, vooral dan de aandacht voor de laagste lonen en uitkeringen om de armoede te bestrijden. Ten slotte hebben de onderhandelaars toch ook belangrijke maatschappelijke thema’s meegenomen, zoals de digitalisering.
    Samengevat: het is geen ‘groot’ interprofessioneel akkoord, maar het heeft zeker de belangrijkste elementen en evoluties opgepikt. Het is in orde.
    Er waren positieve en negatieve drivers om tot zo een akkoord te komen, met alle tien leden van de Groep en niet met acht. Het resultaat is er.”

Discussie over automatische loonindexering is overbodig

In het IPA blijft voor de volgende twee jaar de loonindexering behouden. De ‘indexsprong’ was dus niet de voorbode van de afschaffing ervan. Het toont aan dat de index loonmatiging niet in de weg staat, hij leidt niet tot hogere opslagen dan in de buurlanden. En hij helpt bij afspraken over sociale vrede. Kunnen we de cyclisch terugkerende discussies over de index maar niet beter begraven?

Kris Peeters: “Belangrijk is te beklemtonen dat met de modernisering van de wet van 1996 noodingrepen zoals de indexsprong tot het verleden zouden moeten behoren. Een indexsprong is echt remmen op de vier wielen als je er niet in slaagt de ontsporing van de loonkostenontwikkeling onder controle te krijgen.
Met deze aanpassing bouwen we een veiligheidsmarge in voor het geval dat de vergelijking van onze loonkosten met deze in de buurlanden fouten zou bevatten. Bovendien wordt ook de historische loonkost gaandeweg mee in rekening gebracht.
    Dankzij de nieuwe aanpak kan de automatische loonindexering behouden blijven en is de discussie daarover eigenlijk niet meer aan de orde. De loonkloof met de buurlanden is grotendeels gedicht zonder de index af te schaffen, mede door de taxshift en de indexsprong. Wat mij betreft, is het grote debat over het al dan niet behouden van de automatische loonindexering zonder voorwerp gekomen.
    Onderhandelingen over loonindexeringen en -stijgingen zoals dat in andere landen gebeurt, leiden inderdaad tot meer sociale spanningen, het automatisme zorgt voor wat meer rust. Bovendien is het garanderen van de binnenlandse koopkracht economisch niet onbelangrijk.”

Het volledige interview verschijnt in HR Square 167 die volgende week in de brievenbus valt. Leden van HR Square kunnen het hier en nu al online lezen. U bent nog geen lid en wil het graag worden? Contacteer nathalie.dierickx@hrsquare.be.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen