< Terug naar overzicht

Zijn vrijwillige-vertrekpremies vrij van RSZ?

In een sociaal plan bij een herstructurering zit vaak een vergoeding voor werknemers die zelf vragen om ontslagen te worden. Deze werknemers worden ‘beloond’, omdat ze de herstructurering vlotter doen verlopen. Bovenop hun ontslagvergoeding is er een

Het arbeidshof te Luik sprak zich uit over die rechtsvraag. Een onderneming in herstructurering kende bij een sociaal plan een ‘vrijwillige-vertrekpremie’ toe aan bepaalde werknemers. Zij hadden zich immers ‘opgeofferd’ ten voordele van hun collega’s die bij de onderneming aan de slag wilden blijven. De werkgever beschouwde deze premies als ‘morele schadevergoedingen’, vrij van socialezekerheidsbijdragen. De RSZ ging hiermee niet akkoord en vorderde achterstallige socialezekerheidsbijdragen.

Ronde 1: geen RSZ


Het arbeidshof te Luik volgde het standpunt van de RSZ niet. In een arrest van 1 april 2009 oordeelde het Hof dat vergoedingen die worden gestort tot herstel van morele schade geen tegenprestatie van arbeid uitmaken en bovendien niet worden toegekend ‘ingevolge de dienstbetrekking’: geen loon dus in de zin van de Loonbeschermingswet en geen onderwerping aan RSZ-bijdragen.

De RSZ weigerde zich neer te leggen bij het oordeel en stapte naar het Hof van Cassatie. Het Hof benadrukte het principe dat een verbrekingsvergoeding aan RSZ-bijdragen is onderworpen, omdat die betaald wordt ‘ingevolge de dienstbetrekking’. Vervolgens onderzocht het Hof van Cassatie hoe de toekenning van de ‘morele schadevergoeding’ werd gemotiveerd. Het Hof concludeerde dat de rechtvaardigingsgrond die het arbeidshof te Luik had overtuigd om de morele schadevergoeding vrij te stellen van RSZ-bijdragen, onvoldoende was.

Ronde 2: wel RSZ


Het feit dat de ‘vrijwillige vertrekkers’ dienden beschouwd te worden als slachtoffers die zich hadden opgeofferd voor andere werknemers die hun werk behielden en daardoor een zekere (morele) schade hadden ten opzichte van die werknemers, wijst er volgens het Hof van Cassatie net op dat de vergoeding wel degelijk verband houdt met de dienstbetrekking. Deze vergoedingen moeten volgens het Hof van Cassatie worden beschouwd als een aanvulling op de opzeggingsvergoeding en, bijgevolg, als ‘loon’ in de zin van de sociale zekerheid. De RSZ kreeg dus gelijk.

Met dit arrest heeft het Hof van Cassatie de bewegingsvrijheid om eventueel een bijkomende morele schadevergoeding (vrij van RSZ-bijdragen) toe te kennen, zeer beperkt. De werkgever zal in de toekomst dan ook over bijzonder goede motieven moeten beschikken om nog te kunnen ontkomen aan RSZ-bijdragen.

Hof van Cassatie, 13 september 2010, S.09.0076 F/2

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen