< Terug naar overzicht

Willekeurig ontslag: houding werknemer ná ontslag is niet relevant

Kan een arbeider die ontslagen wordt bij de overname twee keer schadevergoeding eisen, zowel voor schending van de ontslagbescherming bij overname, als voor willekeurig ontslag?

Een arbeidster, die in dienst was met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, werd ontslagen kort nadat haar werkgever zijn handelsfonds had overgedragen aan een andere onderneming (maar wel net voor de overeenkomst tot overdracht uitwerking kreeg). De arbeidster was van oordeel dat haar ontslag onregelmatig was, gelet op de ontslagbescherming voortvloeiend uit cao 32bis (overdracht van onderneming) én dat haar ontslag ook ‘willekeurig’ was in de zin van artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

Ontslagbescherming bij overname


Het arbeidshof van Antwerpen gaf de werkneemster gelijk wat betreft het eerste punt. Het doel van cao 32bis is waarborgen dat de wijziging van werkgever, bij een overdracht van onderneming, op zichzelf geen reden tot ontslag zou uitmaken. De werknemers die veranderen van werkgever, kunnen dus louter en alleen ontslagen worden om een dringende reden of om economische, technische of organisatorische redenen, die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen.

Het arbeidshof vond dat de werkneemster duidelijk werd ontslagen als gevolg van de overdracht, zodat haar ontslag onregelmatig was. Het arbeidshof volgde de werkneemster echter niet waar deze ook argumenteerde dat haar ontslag ‘willekeurig’ was, omdat zij zelf volgens het arbeidshof niet de verdere uitvoering van haar arbeidsovereenkomst had nagestreefd. De werkneemster kon zich hier niet bij neerleggen en tekende cassatieberoep aan.

Hof van Cassatie over ‘willekeurig ontslag’


Het Hof van Cassatie velde daarop een interessant arrest over de rechtsfiguur van het ‘willekeurig ontslag’. Willekeurig is het ontslag van een arbeid(st)er die is aangeworven voor onbepaalde tijd, om redenen die geen verband houden met zijn/haar geschiktheid of gedrag of met de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming.

Het Hof van Cassatie preciseerde dat het recht op een schadevergoeding wegens willekeurig ontslag ontstaat en dus dient te worden beoordeeld op het ogenblik van het ontslag. Bijgevolg kan een eventuele latere gebeurtenis hierop geen invloed meer hebben (behoudens de instemming van de werknemer om het ontslag ongedaan te maken). De houding van de werkneemster nadat haar ontslag werd gegeven, is dus irrelevant voor de beoordeling van haar eventueel recht op een schadevergoeding wegens willekeurig ontslag.

In tegenstelling tot wat het arbeidshof van Antwerpen had geoordeeld, oordeelde het Hof van Cassatie dat het niet vereist is dat de ontslagen werknemer zijn/haar ontslag zou betwisten, noch dat men de verdere uitvoering van de arbeidsovereenkomst zou eisen en/of zich zou aanbieden om verder te komen werken.

De werkgever trachtte toch nog te ontkomen aan de betaling van een schadevergoeding door te argumenteren dat het ontslag niet ‘willekeurig’ kon zijn, nu het zijn oorzaak vond in de overgang van onderneming, wat volgens de werkgever gelinkt is aan de ‘noodwendigheden inzake de werking van de onderneming’. Ook dit argument werd door het Hof van Cassatie afgewezen. Een ontslag dat wordt gegeven in strijd met de ontslagbescherming vermeld in cao 32bis, berust niet op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming.

Hof van Cassatie, 29 april 2013, S.10.0016.N

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen