< Terug naar overzicht

Willekeurig ontslag: Hof van Cassatie stuurt rechtspraak bij

Het begrip ‘willekeurig ontslag’ zorgt wel eens vaker voor betwisting. Recentelijk stuurde het Hof van Cassatie de rechtspraak ter zake bij.

Volgens artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet is een willekeurig ontslag elke afdanking van een (voor onbepaalde tijd aangeworven) werkman/arbeider om redenen die geen verband houden met de ‘geschiktheid’ of het ‘gedrag’ van de werkman of die niet berusten op de ‘noodwendigheden inzake de werking van de onderneming’.

Volgens de rechtspraak (inclusief van het Hof van Cassatie) moet hieruit worden afgeleid dat een ontslag niet willekeurig kan zijn, zodra de feitenrechter aanvaardt dat het ontslag een oorzakelijk verband vertoont met het gedrag van de werkman, zelfs wanneer dit gedrag geen fout uitmaakt in hoofde van de werknemer en zelfs wanneer dit gedrag op zich niet bekritiseerbaar is.

In een arrest van 22 november 2010 zette het Hof van Cassatie echter de puntjes op de i wat betreft de interpretatie van het begrip ‘willekeurig ontslag’. Het Hof liet verstaan dat een al te strikte interpretatie uit den boze is. Het louter bestaan van enig verband tussen het ontslag en het gedrag van de werknemer volstaat niet (meer) om aan te nemen dat het ontslag niet willekeurig is.

In de voorliggende zaak oordeelde het arbeidshof van Brussel volgens het Hof van Cassatie terecht dat er sprake was van een ‘willekeurig ontslag’, nu dit ontslag gemotiveerd werd op basis van:

□ Twee verwittigingen van enkele jaren geleden die telkens door de arbeider waren betwist. Het oorzakelijk verband tussen het ontslag en deze twee verwittigingen was volgens het arbeidshof dan ook niet bewezen.
□ De volgens het arbeidshof volledig legitieme en terechte werkweigering van de arbeider om met onaangepaste handschoenen in de sneeuw te werken.
□ De niet-verwittiging bij verlenging van de arbeidsongeschiktheid door de arbeider. Aangezien in de aanmaningsbrief van de werkgever werd gesteld dat men hoopte dat dergelijke feiten zich niet meer zouden voordoen, kon er volgens het arbeidshof geen oorzakelijk verband worden aangetoond tussen deze eenmalige fout (niet-verwittiging) en het ontslag.

De werkgever hield vol dat het ontslag niet willekeurig kon zijn, aangezien het ontslag onder meer werd gemotiveerd op basis van de werkweigering van de werknemer, zodat er in ieder geval een verband was met ‘het gedrag’. Het Hof van Cassatie volgde deze redenering niet. Het Hof verduidelijkte dat het verbod van willekeurig ontslag tevens een verbod van ‘kennelijk onredelijk’ ontslag inhoudt. Zelfs wanneer het ontslag dus een oorzakelijk verband vertoont met het gedrag van de werknemer, kan dit ontslag toch willekeurig zijn wanneer het ontslagmotief door de rechter ‘kennelijk onredelijk’ wordt bevonden.

In dezelfde zin heeft het Hof van Cassatie op 27 september 2010 een arrest van het arbeidshof van Luik verbroken. Het arbeidshof had geoordeeld dat het door de werkgever gegeven ontslag niet willekeurig was, aangezien het onbetwistbaar was gebaseerd op de weigering van de arbeider om een zevende opeenvolgende arbeidsovereenkomst van bepaalde duurtijd te ondertekenen. Aangezien de arbeider geacht moest worden om intussen door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd met zijn werkgever verbonden te zijn, was zijn weigering om mee te stappen in een nieuwe overeenkomst van bepaalde duur volledig legitiem, zodat het ontslag op deze enkele basis willekeurig is.

■ Hof van Cassatie, 22 november 2010, S.09.0092.N
■ Hof van Cassatie, 27 september 2010, S.09.0088.F

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen