< Terug naar overzicht

Willekeurig ontslag en bewijslast

De opzegtermijnen en opzegvergoedingen voor arbeiders liggen veel lager dan voor bedienden. Toch kan een ontslag van een arbeider ook een dure zaak worden, wanneer de deze arbeider beweert dat zijn ontslag ‘willekeurig’ is. Indien de werkgever het teg

Artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet stelt dat het ontslag van een arbeider willekeurig is wanneer het is gegeven om een reden die geen verband houdt met het gedrag of met de geschiktheid van de arbeider, noch met de noodwendigheden binnen de onderneming.  Belangrijk om te weten, is dat de wet uitdrukkelijk zegt dat de werkgever terzake de bewijslast draagt. Met andere woorden: wanneer een ontslagen arbeider beweert dat zijn ontslag ‘willekeurig’ is, moet de werkgever kunnen aantonen dat het ontslag wél te maken had met één (of meer) van bovengenoemde motieven.

In de praktijk komt het wel vaker voor dat een ontslag in werkelijkheid te maken had met één van de wettelijk bepaalde motieven, doch dat de werkgever toch veroordeeld wordt tot betaling van een schadevergoeding wegens ‘willekeurig ontslag’ omdat hij er niet in slaagt het vereiste bewijs te leveren. Bij gebrek aan voldoende bewijs omtrent het ingeroepen motief zal de arbeidsrechtbank immers oordelen dat de werkgever faalt in de bewijslast en, bijgevolg, dat het ontslag ‘willekeurig’ is.

Wat als de arbeider het door de werkgever aangehaalde motief betwist door te stellen dat hij om een andere (willekeurige) reden werd ontslagen? Moet de werkgever dan ook kunnen bewijzen dat deze door de arbeider ingeroepen reden fictief is?

De arbeidsrechtbank van Gent moest zich uitspreken over een vordering tot betaling van een schadevergoeding wegens willekeurig ontslag. De werkgever betwistte deze vordering door erop te wijzen dat de werknemer werd ontslagen omwille van zijn onaanvaardbaar gedrag op het werk. De werkgever verwees daarbij naar enkele ondertekende verklaringen van voormalige collega’s, alsook naar een nota waarin de houding van de werknemer werd beschreven. De werknemer beweerde echter dat het ingeroepen motief slechts een drogreden was en dat hij werd ‘gezocht’ door zijn werkgever omwille van zijn syndicale overtuigingen. Aangezien de werkgever er niet in slaagde het tegendeel te bewijzen, beweerde de werknemer dat hij recht had op een schadevergoeding wegens willekeurig ontslag.

De werknemer werd niet gevolgd door de arbeidsrechtbank. De wet stelt weliswaar dat de werkgever in eerste instantie de bewijslast draagt, doch dit neemt niet weg dat de werknemer die beweert dat een andere reden aan de basis ligt van zijn ontslag, deze reden moet bewijzen.  Het is niet aan de werkgever om hiervan het bewijs te leveren. De arbeidsrechtbank benadrukte dat er in dit geval sprake is van een verdeelde bewijslast. Aangezien de werknemer er niet slaagde te bewijzen dat de werkgever op de hoogte was van het feit dat de werknemer zich kandidaat wilde stellen in het kader van de sociale verkiezingen, oordeelde de arbeidsrechtbank dat de werknemer niet het vereiste tegenbewijs heeft geleverd. De eis tot betaling van een schadevergoeding wegens ‘willekeurig ontslag’ werd afgewezen.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen