< Terug naar overzicht

‘Willekeurig ontslag’: alleen voor arbeiders met arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur?

Een arbeider met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur kan in bepaalde gevallen een schadevergoeding vorderen wegens ‘willekeurig ontslag’. Een arbeider met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur kan dat niet. Is dat discriminatie?

Arbeiders met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die worden ontslagen, kunnen een schadevergoeding vorderen wegens ‘willekeurig ontslag’, overeenstemmend met 6 maanden loon. Deze vergoeding is verschuldigd wanneer de werkgever niet kan aantonen dat het ontslag verband houdt met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer of niet berust op de noodwendigheden inzake de werking van de ondernemig of van de dienst.

Arbeiders met een contract voor bepaalde duur die worden ontslagen, kunnen geen dergelijke schadevergoeding vorderen. Een ontslagen werknemer vond dit niet eerlijk en stelde hierover een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof.

Het Grondwettelijk Hof diende zich uit te spreken over de vraag of dit verschil in behandeling een schending uitmaakt van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. In een recent arrest wees het Grondwettelijk Hof erop dat er slechts sprake is van discriminatie – en dus van een ongeoorloofd onderscheid – wanneer het verschil in behandeling niet op basis van objectieve redenen kan worden gerechtvaardigd.

Het Hof verwees daarbij onder meer naar de bepalingen van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (die bij Richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 verplicht is gemaakt), alsook naar de wet van 5 juni 2002 betreffende het non-discriminatiebeginsel ten voordele van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Hogere verbrekingsvergoeding


Het Grondwettelijk Hof stelde ook vast dat de arbeider met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die het voorwerp van een willekeurige afdanking uitmaakt, een specifiek nadeel lijdt ten opzichte van de arbeider met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur. De rede: de arbeider met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur kan over het algemeen een langere periode in overweging nemen dat hij bij de werkgever heeft gewerkt.

Daartegenover staat ook dat de arbeider met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur een specifiek voordeel geniet, namelijk een bijzondere berekeningswijze van de verbrekingsvergoeding (die in principe overeenstemt met de resterende duur die was overeengekomen, met dien verstande dat de verbrekingsvergoeding niet hoger mag zijn dan het dubbel van de vergoeding die de werkgever normaliter in acht had moeten nemen indien de werknemer voor onbepaalde duur zou zijn tewerkgesteld).

Geen discriminatie


Gelet op het voormelde oordeelde het Grondwettelijk Hof dat het gemaakte onderscheid in de wettelijke regeling met betrekking tot het ‘willekeurig ontslag’ objectief en redelijk verantwoord is. Er is dus geen sprake van enige discriminatie. De wetgever heeft volgens het Hof geen maatregel genomen die niet redelijk kan worden verantwoord door het voordeel van de vergoeding wegens willekeurige afdanking te beperken tot de bij een overeenkomst voor onbepaalde tijd aangeworven arbeider en bijgevolg de vergoeding wegens willekeurig ontslag te concipiëren als de tegenhanger van de verbrekingsvergoeding van artikel 40 Arbeidsovereenkomstenwet, waarbij beide ertoe strekken de fout van de werkgever te bestraffen.

Conclusie: bij ontslag van een arbeider die was tewerkgesteld in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, hoeft de werkgever niet te vrezen voor een betwisting over ‘willekeurig ontslag’.

Grondwettelijk Hof, 18 oktober 2012, nr. 123/2012

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen