< Terug naar overzicht

Wijziging bijdragen groepsverzekering: is zwijgen toestemmen?

De arbeidsrechtbank van Gent aanvaardde in een recent vonnis dat een werkneemster stilzwijgend had ingestemd met de wijziging van haar arbeidsvoorwaarden (haar loon). De rechtbank stelde echter ook dat het stilzwijgen van de werknemer met omzichtigheid moet worden benaderd. Of het stilzwijgen van de werknemer als aanvaarding moet worden beschouwd, is een feitenkwestie.

In 2007 trad de werkneemster in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Haar arbeidstijd werd bepaald op 75 procent van voltijds. Een van de voordelen die zij genoot, was een jaarlijkse patronale bijdrage in de groepsverzekering. Deze bijdrage bedroeg 1000 euro voor de voltijdse werknemers.

Het groepsverzekeringsreglement bepaalde dat de basispremie in de groepsverzekering voor deeltijdse werknemers ‘geproratiseerd’ zou worden (voor de werkneemster zou dit dus neerkomen op 750 euro). Haar arbeidsovereenkomst bepaalde echter dat zij recht zou hebben op een patronale bijdrage gelijk van 1000 euro, zonder verwijzing naar het groepsverzekeringsreglement noch vermelding dat dit de premie was voor een voltijdse tewerkstelling.

Tijdens de eerste drie jaren van haar tewerkstelling stortte de werkgever jaarlijks 1000 euro in de groepsverzekering. In 2010 merkte de vennootschap echter op dat zij zich vergist had en voerde zij een verrekening uit om deze vergissing recht te zetten. Vanaf dan werd er dus jaarlijks een bijdrage van 750 euro in de groepsverzekering betaald. Dit gewijzigde bedrag werd steevast vermeld op de jaarlijkse pensioenfiches. De werkgever ontving hierover nooit enige opmerking of betwisting.

In 2017 nam de werkneemster ontslag. Kort daarna betwistte zij de bijdragen in de groepsverzekering voor de volledige periode van tewerkstelling. Volgens haar zou zij recht hebben gehad op een jaarlijkse bijdrage van 1000 euro.

De arbeidsrechtbank stelde dat de individuele arbeidsovereenkomst voorrang heeft op de inhoud van een groepsverzekeringsreglement omdat dit laatste moet beschouwd worden als een eenzijdige wilsuiting van de werkgever (en dus een lagere plaats zou innemen in de hiërarchie van de rechtsbronnen). Nochtans aanvaarden rechtspraak en rechtsleer bijna unaniem dat een groepsverzekeringsreglement deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.

Vervolgens stelde de rechtbank dat contractpartijen mondeling en/of stilzwijgend arbeidsvoorwaarden kunnen wijzigen, maar dat het stilzwijgen van een werknemer met omzichtigheid moet worden benaderd. Of het stilzwijgen als een aanvaarding moet worden beschouwd, is een feitenkwestie.

Gelet op de feiten meende de arbeidsrechtbank dat er sprake was van aanvaarding door de werkneemster van de gewijzigde bijdragen in de groepsverzekering. Zij werd door de jaarlijkse ontvangst van de pensioenfiches op de hoogte gehouden van zowel de regularisatie in 2010 als de verdere betaling van een patronale bijdrage van 750 euro per jaar. De arbeidsrechtbank oordeelde dat de werkneemster binnen een redelijke termijn stelling had moeten innemen naar aanleiding van de regularisatie in 2010 aangezien dit het moment was waarop de wijziging werd doorgevoerd. De werkneemster zou ieder jaar opnieuw haar stilzwijgende instemming bevestigd hebben door niet te reageren op het moment dat zij haar jaarlijkse pensioenfiche ontving. Bovendien had de werkneemster zelfs zolang gewacht met de betwisting van de wijziging van de patronale bijdragen, dat een deel van haar vordering al verjaard was op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet. De delictuele verjaringstermijn achtte de arbeidsrechtbank niet toepasselijk omdat er - wegens ontbreken van het materieel element - geen sprake was van het misdrijf van niet-betaling van loon.

De rechtbank leidde dus uit het stilzwijgen van de werkneemster, gecombineerd met een jaarlijkse communicatie van het gewijzigde bedrag, de aanvaarding van de wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst (loon) af. Nochtans wordt dit standpunt (voornamelijk de jongste jaren) niet steeds gevolgd wordt in de rechtspraak. Indien een rechtbank oordeelt dat het stilzwijgen van een werknemer niet de aanvaarding van de wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden impliceert, zal deze werknemer het recht behouden om - binnen de grenzen van de verjaringstermijn - de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zoals die gesloten was te vorderen. Het valt dus steeds af te wachten voor elk concreet dossier wat de appreciatie van de rechter zal zijn.

Arbeidsrechtbank Gent, 17 januari 2019, AR 18/59/A

Inne Nys
Advocaat-medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen