< Terug naar overzicht

Werknemer of schijnwerknemer, waar ligt de grens?

Schijnzelfstandigheid is al jaren een ‘hot topic’ in de strijd tegen sociale fraude. Vaak wordt een zelfstandige samenwerking geherkwalificeerd en wordt er dus geoordeeld dat de partijen in werkelijkheid verbonden waren door een arbeidsovereenkomst. M

Een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst kan worden geherkwalificeerd naar een zelfstandige samenwerking. Er is dan sprake van ‘schijnwerknemerschap’. Dit kan voor de betrokken ‘schijnwerknemer’ zware financiële gevolgen hebben. Hij moet immers alle voordelen die hij genoten heeft als werknemer (bijvoorbeeld uitkeringen in het kader van ouderschapsverlof of vakantiegeld als het een arbeider betreft) terugbetalen. Als zelfstandige had hij immers geen recht op deze vergoedingen.

Deze problematiek kwam aan bod in een procedure voor de arbeidsrechtbank van Leuven. Een dame werkte deeltijds in een accountantsbureau en dit op basis van een arbeidsovereenkomst. Zij oefende er een commerciële functie uit en was voornamelijk belast met het aanbrengen van cliënteel (via haar echtgenoot had zij veel contacten in de bedrijfswereld). De betrokken werkneemster was volledig vrij om haar werktijd in te delen en haar prestaties werden niet strikt bijgehouden door haar werkgever. Zij had bovendien geen bureau in het kantoor, omdat zij haar prestaties meestal van thuis uit of op verplaatsing (bijvoorbeeld bij evenementen) verrichtte.

Geen ‘gezag’?

De inspectiediensten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waren van oordeel dat er in casu geen sprake kon zijn van een arbeidsovereenkomst én dat er dus sprake was van ‘schijnwerknemerschap’. Hiervoor baseerde de RSZ zich op het feit dat volgens haar één van de noodzakelijke elementen om van een arbeidsovereenkomst te kunnen spreken, namelijk ‘gezag’, ontbrak. De dame werd ambtshalve en retroactief geschrapt als werknemer.

De betrokken dame en haar werkgever konden zich niet akkoord verklaren met dit standpunt van de RSZ en trokken naar de arbeidsrechtbank om de vernietiging van de beslissing te vragen. De rechtbank herhaalt in het vonnis vooreerst de algemene wettelijke principes om de aard van de arbeidsrelatie te bepalen. Zo wordt bevestigd dat de partijen in principe vrij zijn om de aard van hun samenwerking te kiezen, maar dat een herkwalificatie mogelijk is wanneer er in de feitelijke uitvoering van de overeenkomst voldoende elementen aanwezig zijn die onverenigbaar zijn met de gekozen kwalificatie. Ter beoordeling hiervan dient rekening gehouden te worden met de wil van de partijen, de vrijheid om de werktijd en het werk te organiseren én de mogelijkheid tot hiërarchische controle.

Niet ‘onverenigbaar’ met statuut?

Na toepassing van deze wettelijke principes, stelt de rechtbank vast dat de situatie van de betrokken werkneemster merkelijk verschilt met deze van de andere werknemers van de onderneming. Niettemin oordeelt de rechtbank dat de elementen die door de RSZ worden aangehaald als ‘onverenigbaar’ met het uitoefenen van gezag (zoals het nemen van vakantie zonder dit te moeten aanvragen, het van thuis uit werken, een grote vrijheid inzake arbeidstijd, planning en werkindeling) niet kunnen overtuigen.

De arbeidsrechtbank is van oordeel dat de RSZ niet aantoont dat de taken die door de dame werden vervuld, niet kunnen kaderen in de uitvoering van een arbeidsovereenkomst. Volgens de rechtbank was er wel een mogelijkheid (en recht) om gezag uit te oefenen. De rechtbank besluit dat de feitelijke omstandigheden tussen de partijen weliswaar eerder ongebruikelijk zijn in het kader van een relatie werkgever-werknemer, maar daarom niet ‘onverenigbaar’ zijn met een dienstverband/arbeidsovereenkomst.

Hoewel uit dit vonnis blijkt dat ook een eerder ‘ongebruikelijke’ samenwerking op basis van een arbeidsovereenkomst kan worden aanvaard, blijft het aangewezen om bij het aangaan van een nieuwe samenwerking stil te staan bij de vraag of de gekozen kwalificatie (werknemer of zelfstandige) ook effectief aansluit bij de realiteit. Doet men dat niet, dan ligt de RSZ op de loer...

Arbeidsrechtbank van Leuven, 24 maart 2014, AR 12/721/A


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen