< Terug naar overzicht

Werknemer betwist geldigheid van dadingsovereenkomst omdat hij onder druk werd gezet

Vele discussies tussen werkgever en werknemer worden geregeld met een dadingsovereenkomst, waarbij de partijen wederzijds afstand doen van alle rechten. Hiermee is de zaak afgesloten. Dat is althans de bedoeling. Een bediende betwistte echter de geldighei

De bediende had, naar aanleiding van het tijdelijke wegvallen van de paswoorden op de server van de werkgever, met een aantal collega’s geneusd in vertrouwelijke bestanden over loongegevens van het personeel. Dit was de werkgever ter ore gekomen. De bediende werd de volgende dag onaangekondigd weggeroepen van zijn werk en ontboden in het bureau van de zaakvoerder. Daar werd de bediende voorgesteld aan twee advocaten, die hem anderhalf uur lang aan een kruisverhoor onderwierpen over de feiten die hij zou hebben gepleegd. Tijdens dit verhoor werd door de advocaten gedreigd met een strafklacht met burgerlijke partijstelling en met een huiszoeking. Er werd tevens geopperd dat een gerechtsdeurwaarder stand-by stond.

Geen bedenktijd

De advocaten legden de bediende tijdens het verhoor vervolgens een (vooraf opgemaakte) dadingsovereenkomst voor, waarin vermeld stond dat de arbeidsovereenkomst van de bediende in onderling akkoord werd beëindigd. De bediende kreeg geen bedenktijd en stemde, in die omstandigheden, uiteindelijk in met de ondertekening van de voorgeschotelde overeenkomst. Hierdoor kwam er, met onmiddellijke ingang en zonder enige vergoeding, een einde aan de arbeidsovereenkomst van de bediende en dit na een onberispelijke staat van dienst van dertien jaar.
Na de ondertekening van de dadingsovereenkomst werd de bediende onder begeleiding van één van de advocaten naar zijn bureau gebracht, waar hij zijn persoonlijke spullen diende te verzamelen. Vervolgens kreeg de bediende de opdracht om – opnieuw vergezeld van één van de advocaten en de echtgenote van de zaakvoerder – met de wagen naar huis te rijden om de ‘gestolen gegevens’ (namelijk een print van enkele loongegevens) terug te geven.
Na enkele weken betwistte de bediende per aangetekende brief de geldigheid van de door hem ondertekende dadingsovereenkomst en de daarin opgenomen beëindiging in onderling akkoord. De bediende argumenteerde dat deze overeenkomst was aangetast door ‘wilsgebreken’, meer bepaald door geweld en bedrog in hoofde van de werkgever.

Opzeggingsvergoeding en kosten

De arbeidsrechtbank te Kortrijk volgde de stelling van de bediende. In een recent vonnis van 11 juni 2009 achtte de arbeidsrechtbank de dadingsovereenkomst nietig, omdat de wilsuiting van de bediende niet rechtsgeldig was gebeurd – aangezien ze aangetast was door ‘wilsgebreken’.
De arbeidsrechtbank oordeelde dat de bediende in normale omstandigheden (d.w.z. zonder de uitgeoefende morele dwang en zonder bedrog) niet zou hebben ingestemd met de voorgestelde overeenkomst, zodat er van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord geen sprake kon zijn. De werkgever – die volgens de rechtbank zijn boekje te buiten was gegaan – werd veroordeeld tot betaling van een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met vijftien maanden loon, vermeerderd met interesten en een flinke rechtsplegingsvergoeding.

Arbeidsrechtbank Kortrijk, afdeling Kortrijk, 11 juni 2009, A.R. 07/72073/A, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen