< Terug naar overzicht

Werknemer beroept zich op dringende reden en eist schadevergoeding

Een werknemer wiens arbeidsovereenkomst werd opgezegd door de werkgever claimde tijdens de opzegtermijn een ‘dringende reden’ in hoofde van zijn werkgever. Op die manier werd er onmiddellijk een einde gesteld aan de arbeidsovereenkomst.

Artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet (dat de voorwaarden van een ontslag om dringende reden regelt) bepaalt dat elke partij zonder opzegtermijn of opzegvergoeding een einde kan stellen aan de arbeidsovereenkomst omwille van een ‘dringende reden’ en dit ‘onverminderd alle eventuele schadeloosstellingen’. Dit laatste betekent dus dat de partij die zich beroept op de dringende reden daarnaast eventueel nog een schadevergoeding zou kunnen eisen. De betrokken werknemer had de wet blijkbaar goed bestudeerd en vorderde een schadevergoeding van zijn werkgever. De werknemer baseerde zich bij de begroting van deze schadevergoeding echter op de bepalingen met betrekking tot de opzegtermijn/ opzegvergoeding.

In een arrest van 7 september 2004 oordeelde het Arbeidshof van Brussel dat de schadevergoeding moest worden herleid tot het gederfde loon voor de periode vanaf de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (wegens dringende reden) tot op het ogenblik dat de betrokken werknemer in dienst is getreden bij een nieuwe werkgever. Het Arbeidshof was van oordeel dat er rekening moest worden gehouden met het feit dat de werknemer, op het ogenblik van het inroepen van de ‘dringende reden’, reeds in opzeg was. Het Arbeidshof benadrukte dat de werknemer op dat ogenblik dus al zijn werk, zijn anciënniteit en werkzekerheid had verloren. Toch hield het Arbeidshof ook rekening met het feit dat de werknemer relatief snel een nieuwe dienstbetrekking had gevonden.

In een arrest van 13 februari 2006 sprak het Hof van Cassatie zich uit over deze eis tot schadevergoeding en in het bijzonder over de wijze waarop deze moet worden begroot.

Het Hof van Cassatie beklemtoonde in zijn arrest dat de rechter bij de beoordeling van de geleden schade rekening moet houden met alle omstandigheden eigen aan de zaak, die een invloed hebben op de schade als dusdanig of op de omvang van de schade. Volgens het Hof van Cassatie moet ook rekening worden gehouden met eventuele feiten die zich hebben voorgedaan na de realisatie van de schade indien de schade hierdoor werd beïnvloed (bijvoorbeeld het feit dat de betrokkene snel ander werk heeft gevonden). Het Hof van Cassatie oordeelde dan ook dat het arrest van het Arbeidshof te Brussel correct werd gemotiveerd en bevestigde het bestreden arrest.



images

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen