< Terug naar overzicht

Werkgever veroordeeld tot fikse schadevergoeding wegens rechtsmisbruik (deel 2)

Is een werkgever ‘onredelijk’ als de arbeidsrechtbank het ontslag om dringende reden van een werknemer niet aanvaardt? Is er dan sprake van rechtsmisbruik? Kan de werknemer ook een bijkomende schadevergoeding eisen?

Een bediende die was tewerkgesteld als redactrice werd ontslagen om dringende reden. De redenen waren meervoudig. Ze zou onder andere tijdens de werkuren prestaties hebben verricht voor een concurrerende onderneming. Ze zou ook gezocht hebben naar een andere job en gesolliciteerd hebben tijdens de werkuren, gebruikmakend van de bedrijfsgoederen.
De bediende betwistte haar ontslag om dringende reden. Volgens haar werd ze niet ontslagen binnen de drie werkdagen na de kennisname van de feiten. Ze betwistte ook de ingeroepen dringende redenen. Ze beweerde dat haar werkgever op de hoogte was van haar prestaties voor een ander tijdschrift, zodat dit niet als een tekortkoming kon worden beschouwd.

Brief naar de klanten


Het arbeidshof te Brussel sprak zich niet uit over de feiten. Het kwam immers tot de conclusie dat de werkgever niet kon aantonen dat het ontslag werd gegeven binnen de drie werkdagen na de kennisname van de feiten, zodat het ontslag om dringende reden sowieso onregelmatig was.
Vervolgens moest het arbeidshof onderzoeken of de werkgever zich ook schuldig had gemaakt aan ‘misbruik van ontslagrecht’. Het arbeidshof oordeelde dat de bediende niet had aangetoond dat de werkgever de bedoeling had om haar te schaden. Het feit dat het ontslag om dringende reden van de bediende onregelmatig werd bevonden, is op zich niet voldoende om te besluiten tot rechtsmisbruik. Het arbeidshof vond wel dat de werkgever te ver was gegaan door een brief te versturen naar zijn klanten, waarin het ontslag van de bediende werd toegelicht. Het arbeidshof vond dat de werkgever onredelijk was geweest door uitdrukkelijk te vermelden dat de bediende wegens dringende reden werd ontslagen, te meer nu hij wist dat de ingeroepen feiten door de bediende werden betwist.
Het arbeidshof veroordeelde de werkgever tot een bijkomende schadevergoeding, bovenop de normale opzegvergoeding. De zware schadevergoeding (ruim 14.000 euro) waartoe de werkgever in eerste aanleg werd veroordeeld, werd wel herleid tot een bedrag, overeenstemmend met één maand loon.

Werkgever moet bewijzen


Dit arrest toont aan dat het niet zonder risico is om ruchtbaarheid te geven aan het ontslag om dringende reden van een werknemer. De werkgever die dit wel doet, loopt het risico te worden veroordeeld wegens rechtsmisbruik.
Dit arrest is ook een mooie illustratie van de zware bewijslast in hoofde van de werkgever die overgaat tot ontslag om dringende reden. De werkgever moet de ingeroepen dringende reden kunnen bewijzen, maar moet ook kunnen bewijzen dat alle formele vereisten – zoals de termijn van drie werkdagen – werden nageleefd. Kan hij dit niet, dan onderzoekt de rechter niet eens de vraag naar de ernst van de feiten.

Arbeidshof Brussel, 22 april 2008, onuitgeg., AR 49.553

zie bijlage – scan van het arrest

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen