< Terug naar overzicht

Werken op een draaimolenkraam tijdens ziekte: dringende reden?

In de rechtsleer en rechtspraak wordt het werken tijdens de ziekteperiode in bepaalde gevallen aanvaard als een reden die een ontslag om dringende reden rechtvaardigt. Toch blijkt het in de praktijk niet zo evident voor de werkgever om voldoende bewijs te leveren opdat dit als dringende reden zou aanvaard worden door rechtbanken.

Een arbeidsrechtbank (en daarna het Arbeidshof) moest zich recent hierover uitspreken. Een zieke werknemer werd door verscheidene collega’s gezien op diverse kermissen, waar hij werkte in een draaimolenkraam: kaartjes van de kinderen ophalen en het rondzwieren van de kwast naar de kinderen, terwijl hij niet kon werken omwille van een dubbele hernia. De arbeidsovereenkomst van de werknemer werd door de werkgever beëindigd omwille van dringende reden. De werknemer had immers herhaaldelijk activiteiten verricht op een draaimolenkraam die minstens van dien aard waren om zijn genezingsproces te vertragen en zijn arbeidsongeschiktheid te verlengen. Hij had ook manifest gelogen over dit herhaaldelijk verrichten van activiteiten op een draaimolenkraam tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. De werknemer betwistte echter zijn ontslag om dringende reden en vorderde een verbrekingsvergoeding.

De arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Kortrijk, oordeelde dat het ontslag om dringende reden gegrond was en wees bijgevolg de vordering van de werknemer tot betaling van een opzeggingsvergoeding af. In haar vonnis van 7 december 2016 stelde de arbeidsrechtbank dat de werknemer niet kon ontkennen dat hij aanwezig was op de kermissen en daar aan het werk was. Zij oordeelde voorts dat het uitbaten van een kermisattractie een activiteit is die evenzeer een ernstige belasting van de rug kan teweegbrengen en bijgevolg niet minder lastig is dan de arbeid die de werknemer voor de werkgever moest verrichten, namelijk chauffeur wiellader en polyvalent arbeider.

Daarenboven verwees de arbeidsrechtbank ook naar het feit dat de werknemer reeds in gebreke gesteld werd voor het feit dat hij op de kermis werkte, waardoor hij wist dat de werkgever dit als een zeer ernstige tekortkoming beschouwde en dit aanleiding zou kunnen geven tot een ontslag om dringende reden. Door het feit dat de werknemer dan toch na deze ingebrekestelling opnieuw aan het werk was op een kermisattractie, legde deze de waarschuwing van de werkgever naast zich neer, wat volgens de arbeidsrechtbank een vorm van insubordinatie uitmaakte.

Het Arbeidshof van Gent, afdeling Brugge, hervormde echter dit vonnis. Volgens het Arbeidshof werd het ontslag om dringende reden niet bewezen door de werkgever. Het Arbeidshof meende dat uit de stukken, besluiten en debatten kon worden opgemaakt dat de werknemer inderdaad tijdens het weekend van 20 en 21 september 2014 aanwezig was op de kermis en op een kermiskraam van zijn zoon kaartjes ophaalde en daarbij ook een kwast ophing. Het Arbeidshof oordeelde dat de werkgever geen enkel bewijs had voorgelegd dat de activiteiten van de werknemer op de kermis een gelijkaardige of zwaardere belasting meebrachten dan de arbeid die de werknemer bij de werkgever uitvoerde en dat de activiteiten het genezingsproces van de werknemer in het gedrang brachten.

Volgens het Arbeidshof legde de werkgever louter foto’s van slechte kwaliteit voor, die niet gedateerd waren en waaruit de locatie niet kon worden afgeleid. Voorts stelde het Arbeidshof dat de werkgever enkel beweerde dat deze activiteiten van de werknemer op de kermis het genezingsproces zouden hebben verlengd of vertraagd. Het Arbeidshof was echter van mening dat uit niets bleek dat het rondhalen van de kaartjes en het inhaken van de kwast op een draaimolenkraam meer was dan een lichte activiteit. Het Arbeidshof verklaarde het ontslag om dringende reden ongegrond en veroordeelde de werkgever tot betaling van een verbrekingsvergoeding.

Voor wie wil overgaan tot een ontslag om dringende reden omdat een werknemer werkt tijdens zijn ziekteperiode, is het dus belangrijk voldoende bewijs te verzamelen dat deze activiteit een gelijkaardige of zwaardere belasting vormt dan de arbeid die de werknemer uitvoert bij de werkgever en deze activiteit het genezingsproces van de werknemer vertraagt of verlengt. Hoe dan ook zal de feitenrechter in concreto beoordelen of de feiten een ontslag om dringende reden rechtvaardigen.

Arbeidshof Gent (afdeling Brugge) 4 april 2018, 2017/AR/27

Amélie Desmadryl
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen