< Terug naar overzicht

Weigeren te rapporteren is dringende reden

Een handelsvertegenwoordiger die jarenlang informeel mocht rapporteren, werd door zijn werkgever plotseling aangemaand om in de toekomst stipt rapporten op te stellen. De vertegenwoordiger vond dit onredelijk omdat deze nieuwe verplichting werd opgelegd n

De handelsvertegenwoordiger had enkel gedurende de eerste maanden van zijn tewerkstelling rapporten opgesteld. Later beperkte hij zich ertoe telkens de ondertekende orders door te faxen of over te maken aan zijn werkgever, die deze werkwijze jarenlang aanvaardde. Gedurende ongeveer vijf jaar stelde de vertegenwoordiger geen enkel rapport meer op, zonder dat hij hiervoor ooit formeel (per aangetekende brief) in gebreke werd gesteld. Toen de samenwerking tussen de vertegenwoordiger en de werkgever echter verzuurd geraakte, had de slechte verstandhouding een negatief effect op de verkoopscijfers. Die situatie bracht de werkgever ertoe plotseling belang te gaan hechten aan de rapporteringsplicht. Hoewel de vertegenwoordiger jarenlang geen rapporten had moeten opstellen, werd hij door zijn werkgever plots aangemaand om voortaan stipt te rapporteren.

De vertegenwoordiger vond deze eis – gezien de voorgeschiedenis – onredelijk. Hij weigerde rapporten op te stellen omdat dit volgens hem alleen bedoeld was om hem het werk te bemoeilijken. Er volgden nog twee formele ingebrekestellingen waarin de werkgever uitdrukkelijk stelde dat een verdere weigering tot rapportering zou leiden tot een ontslag om dringende reden. Omdat er geen rapporten werden binnengebracht, werd de vertegenwoordiger ontslagen om dringende reden.

In een arrest van 14 maart 2006 sprak het Arbeidshof van Antwerpen zich uit over de vraag naar de geldigheid van het ontslag om dringende reden van de vertegenwoordiger. Het feit dat de werkgever jarenlang een zeker gedoogbeleid had gevoerd met betrekking tot het binnenbrengen van rapporten, doet volgens het Arbeidshof geen afbreuk aan de ernst van de feiten (de weigering te rapporteren). Wanneer de werkgever met aandrang het bevel oplegt om de rapporteringsplicht in de toekomst stipt na te leven, dan moet deze instructie worden beschouwd als een gerechtvaardigd en redelijk bevel dat bovendien een essentieel bestanddeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst. Het feit dat de vertegenwoordiger voordien ondertekende bestelbons binnenbracht, belet niet dat de werkgever het recht had de arbeidsprestaties van de vertegenwoordiger te controleren door middel van dag- en prospectierapporten.

Het Arbeidshof merkte tenslotte op dat de herhaalde weigering om de duidelijke instructies van de werkgever op te volgen een provocatief karakter had dat ondubbelzinnig kaderde in de bedoeling zich bewust niet te richten naar de bevelen van de werkgever. Het Arbeidshof oordeelde dan ook (net als de eerste rechter) dat de handelsvertegenwoordiger terecht wegens dringende reden werd ontslagen.


images

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen