< Terug naar overzicht

Wat verandert er (misschien) bij Europese detachering?

Op 8 maart 2016 heeft de Europese Commissie een voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn (Richtlijn 96/71/EG) ingediend. Welke gevolgen heeft die voor Europese detacheringen?

De Detacheringsrichtlijn legt de lidstaten op een ‘harde kern’ van minimale loon- en arbeidsvoorwaarden te bepalen die steeds van toepassing zijn op vanuit het buitenland gedetacheerde werknemers, ongeacht het recht dat hun arbeidsovereenkomst beheerst. Opmerkelijk is dat het voorstel onder meer bepaalt dat bij detacheringen van meer dan 24 maanden, de werknemer geacht wordt gewoonlijk te werken in het gastland. Hieruit volgt dat bij detacheringen van 24 maanden en meer, de werknemer steeds de dwingende bepalingen van het gastland (en dus niet alleen de ‘harde kern’-bepalingen) zou kunnen inroepen, ook al is zijn arbeidsovereenkomst beheerst door het recht van zijn thuisland.

Rome-I Verordening

De Rome-I Verordening bepaalt het recht dat in een internationale context van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. Het uitgangspunt hierbij is dat de partijen vrij zijn om te bepalen aan welk recht hun arbeidsovereenkomst onderworpen is. Wel kan deze vrije rechtskeuze geen afbreuk doen aan de bescherming van de dwingende bepalingen van het land waar de werknemer gewoonlijk werkt.

Bij tijdelijke detacheringen komen de partijen doorgaans overeen dat gedurende de tijdelijke tewerkstelling in het buitenland, de arbeidsovereenkomst verder onderworpen blijft aan het recht van het thuisland. Denk bijvoorbeeld aan een Nederlandse werknemer in dienst van een Nederlandse zustervennootschap die gedurende twee jaar in het kader van een specifiek project in België komt werken of een Belgische werknemer die gedurende een bepaalde periode bij de Nederlandse zustervennootschap gaat werken. In de meeste gevallen komen de partijen overeen dat gedurende de tewerkstelling in België respectievelijk Nederland de arbeidsovereenkomst onderworpen blijft aan Nederlands respectievelijk Belgisch arbeidsrecht.

Of de werknemer naast de ‘harde kern’-bepalingen tevens de andere dwingende bepalingen van het gastland kan inroepen, hangt dus onder meer af van zijn plaats van gewoonlijke tewerkstelling. De Rome-I Verordening definieert niet vanaf wanneer iemand geacht wordt ‘gewoonlijk’ te werken in het gastland, maar stelt alleen dat de plaats van gewoonlijke tewerkstelling niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer tijdelijk in een ander land werkt. In de preambule (36) staat verder dat het werken in een ander land als tijdelijk moet worden aanzien wanneer van de werknemer verwacht wordt dat hij na de voltooiing van zijn taak in het buitenland opnieuw in het thuisland gaat werken.

In de praktijk komt het dan ook vaak neer op een afweging van diverse elementen (duurtijd, bedoeling van de partijen, nauwste band en dergelijke meer) om uit te maken welke de plaats van gewoonlijke tewerkstelling is van de werknemer.

Voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn

Het voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn wil de periode vanaf wanneer een gedetacheerde werknemer geacht wordt ‘gewoonlijk’ te werken in het gastland, vastleggen op 24 maanden. Concreet betekent dit dat de werknemer dan steeds de dwingende bepalingen van het gastland kan inroepen.

Volgens de preambule van het voorstel zou de werknemer dit kunnen vanaf de aanvang van de detachering indien de voorziene duur van de detachering van bij de aanvang meer dan 24 maanden bedraagt en vanaf de eerste dag volgend op de 24 maanden wanneer het deze duur overschrijdt.

Mogelijk belang voor detacheringen naar België?

Los van de vraag of de gedetacheerde werknemer al dan niet ‘gewoonlijk’ in België werkt, zijn vanaf dag één hoe dan ook een aantal Belgische minimale loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing. Dit omdat de Belgische wetgever een zeer ruime invulling heeft gegeven aan de Belgische ‘harde kern’-bepalingen van de Detacheringsrichtlijn: alle loon, arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden die strafrechtelijk gesanctioneerd zijn.

De Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 – die onder meer de ontslagregels bevat – is echter niet strafrechtelijk gesanctioneerd. Omdat de ontslagregels wel dwingend recht zijn, betekent dit dat naar België gedetacheerde werknemers alleen de Belgische ontslagregels kunnen inroepen wanneer ze ‘gewoonlijk’ in België werken (of een nauwere band met België kunnen aantonen).

Kortom, wanneer het voorstel aanvaard wordt, kan dit een belangrijke impact hebben op het recht dat van toepassing is op ontslagen tijdens detacheringen naar België. Hoe dan ook zal het voorstel eens aangenomen, ook nog eerst in Belgisch recht moeten worden omgezet. Wordt vervolgd.

Auteur: Sophie Maes (advocaat-vennoot Claeys & Engels)



< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen