< Terug naar overzicht

Wat betekent ‘eenzelfde werkgever’?

Het begrip anciënniteit en de vereiste van ononderbroken tewerkstelling bij ‘eenzelfde werkgever’ zorgen wel eens vaker voor een problematische interpretatie.

Anciënniteit speelt nog altijd een determinerende factor voor het bepalen van de rechten van de werknemers. In het algemeen wordt deze anciënniteit beoordeeld op basis van de periode gedurende dewelke men onafgebroken in dienst is van eenzelfde werkgever.

Over het begrip ‘eenzelfde werkgever’ is al heel wat inkt gevloeid. Het is voor vele werknemers dan ook essentieel om te weten of de anciënniteit die ze hebben opgebouwd bij een vorige werkgever mee wordt overgedragen naar hun nieuwe werkgever. In principe zou dit pas het geval zijn indien de beide ondernemingen worden aanzien als ‘eenzelfde werkgever’ voor het bepalen van de anciënniteit. Voor het Hof van Cassatie moet het begrip ‘werkgever’ in deze context beoordeeld worden op basis van een eenheid van economische exploitatie, in die zin dat een juridische link tussen de opeenvolgende (juridische) werkgevers niet vereist is.

‘Uitlenen van werknemers’

In een arrest van het arbeidshof van Luik (afdeling Namen) verduidelijkt het arbeidshof wat hij verstaat onder dit begrip. Een werkneemster was achtereenvolgens tewerkgesteld bij twee supermarkten, die onder hetzelfde logo opereren. Voorts hadden deze winkels niets gemeen en bestond er geen enkele juridische link tussen de werkgevers/vennootschappen die de winkels uitbaten. Aangezien de twee (opeenvolgende) werkgevers daarenboven concurrenten bleken van elkaar, leek het arbeidshof in eerste instantie van oordeel dat zij niet als ‘eenzelfde werkgever’ beschouwd kunnen worden, zodat de opgebouwde anciënniteit bij de eerste werkgever niet behouden blijft.

De werkneemster riep echter nog andere argumenten in. Zo werd opgemerkt dat de gedelegeerd bestuurder van de ene onderneming was overgegaan naar de andere en dat deze de werkneemster vervolgens had aangeworven ten behoeve van de tweede onderneming/werkgever.

Bovendien merkte de werkneemster op dat het in de praktijk wel vaker gebeurde dat de ene onderneming personeel ‘uitleende’ aan de andere. Door dit onderling ‘uitlenen van personeel’ kon er volgens het arbeidshof mogelijk wel sprake zijn van een eenheid van arbeid, zodat de anciënniteit van de werkneemster mogelijk toch ononderbroken is gebleven. Het arbeidshof velde uiteindelijk een tussenarrest waarbij het de werkneemster de kans geeft om bewijzen voor te leggen van haar bewering dat verschillende werknemers door de ene onderneming aan de andere uitgeleend werden. Over de legaliteit van dit beweerde ‘uitlenen van werknemers’ heeft het arbeidshof zich in casu niet uitgesproken.

‘Juridische werkgever’

Dit arrest bevestigt enerzijds de gevestigde cassatierechtspraak volgens dewelke het begrip ‘werkgever’ voor de beoordeling van de anciënniteit ruimer dient te worden geïnterpreteerd dan de juridische werkgever. Anderzijds blijkt uit dit arrest dat men bij het beoordelen van het begrip ‘eenzelfde werkgever’ niet alleen dient te kijken naar de aan- of afwezigheid van een economische eenheid, maar ook naar andere omstandigheden, zoals een eventuele verwevenheid van leidinggevende personen (inzonderheid gedelegeerd bestuurders) en het eventueel onderling uitlenen van personeel tussen verschillende entiteiten.

Arbeidshof van Luik (afdeling Namen), 25 februari 2014, 2013/AN/100

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen