< Terug naar overzicht

Wat als ontslagen werknemer ook bestuurder is?

Bij het ontslag van een werknemer die tevens een vennootschapsmandaat waarneemt, moet de werknemer in principe worden uitgenodigd voor de vergadering van het orgaan dat over zijn ontslag als mandataris zal beslissen. Gebeurt dat niet, dan kan dit tot de nietigheid leiden van de ontslagbeslissing over het mandaat.

Wanneer een werknemer naast zijn arbeidsovereenkomst ook een vennootschapsmandaat waarneemt bij zijn werkgever-rechtspersoon (bijvoorbeeld als bestuurder, directiecomitélid of gedelegeerd tot het dagelijks bestuur in een nv, of als zaakvoerder in een bvba met een comité van zaakvoerders), of wanneer hij in andere vennootschappen van dezelfde groep als zijn werkgever-rechtspersoon zetelt, dan moet deze werknemer bij het ontslag door de werkgever als werknemer eveneens worden ontslagen als vennootschapsmandataris. De werkgever-rechtspersoon moet daarbij de oproepingsformaliteiten naleven die de wet en de statuten van de werkgever-rechtspersoon hem voorschrijven.

De Nederlandstalige rechtbank van koophandel van Brussel werd geconfronteerd met een bestuurder/zaakvoerder die werd ontslagen uit zijn mandaten zonder dat zij een oproepingsbrief ontving voor de algemene vergaderingen die over dit ontslag moesten beslissen, en zonder dat zij op de hoogte werd gebracht van deze beslissingen. Deze bestuurder/zaakvoerder vroeg vervolgens aan de rechtbank om deze beslissingen tot ontslag als bestuurder nietig te verklaren.

Niet opgeroepen met bedrieglijk opzet?

De rechtbank van koophandel herinnert eraan dat de algemene vergadering bijeen moet worden geroepen door de raad van bestuur, wat inhoudt dat aandeelhouders, bestuurders en eventueel de commissaris tijdig moeten worden uitgenodigd voor de algemene vergadering. Ook bestuurders die geen aandeelhouders zijn, hebben dus een deelnamerecht aan de algemene vergadering.

De bijeenroepingsformaliteiten zijn van dwingend recht, en moeten enkel niet nageleefd worden indien:

  • Alle aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  • De bestuurders (en eventueel de commissaris) die opgeroepen moeten worden, hiervan uitdrukkelijk afstand hebben gedaan en dus niemand bezwaar maakt tegen de afwezigheid van een formele bijeenroeping en de agenda die aan de algemene vergadering wordt voorgelegd.

In dit geval werd de bestuurder/zaakvoerder niet opgeroepen. De rechtbank van koophandel gaat verder en stelt dat dit tot de nietigheid van het ontslag kan leiden, als deze schending van de werkregels van de algemene vergadering met een bedrieglijk opzet gebeurde. Dit impliceert de aanwending van bedrog of oneerlijkheid om schade te berokkenen of winst te behalen. Het gaat hier om een bijzonder oogmerk, dat door degene die de nietigheid van het ontslag wil verkrijgen, moet worden aangetoond.

In dit geval stelt de rechtbank van koophandel dat dergelijk bijzonder oogmerk in casu niet aanwezig was. Het ontslag wordt dus niet nietig verklaard.

Een dergelijke nietigverklaring is ook mogelijk zonder bedrieglijk opzet, wanneer de eiser kan aantonen dat de begane onregelmatigheid het genomen besluit heeft beïnvloed.

Oproepingsformaliteiten

Met dit vonnis wijst de Nederlandstalige rechtbank van koophandel van Brussel er nog eens op dat bij het ontslag van een werknemer-mandataris de oproepingsformaliteiten zorgvuldig moeten worden nageleefd. En dat het ontslag nietig kan worden verklaard bij het niet naleven van deze formaliteiten zoals voorgeschreven door de wet of de statuten, indien er een bedrieglijk opzet aanwezig was.

Wanneer de betrokken mandataris werknemer is, leiden deze formaliteiten in de praktijk vaak tot problemen. Een ontslagen werknemer zal in de praktijk vaak bereid zijn om zelf zijn vennootschapsmandaten neer te leggen. Klampt hij zich echter vast aan dit mandaat, dan moet de procedure gevolgd worden. Indien men die tijdig inzet, krijgt de werknemer-mandataris kennis van het voornemen van de werkgever-rechtspersoon om de arbeidsovereenkomst te beëindigen en het mandaat stop te zetten. Het besproken vonnis toont aan dat de oproepingsformaliteiten nochtans steeds moeten worden nageleefd.

Bron: Nederlandstalige rechtbank van koophandel van Brussel (7de Kamer), 13 april 2016, AR A/14/54432

Auteur: Bram Van Dael (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen