< Terug naar overzicht

Wat als een werknemer gesprek met werkgever heimelijk filmt?

Wat gebeurt er wanneer een werknemer bewijzen verzamelt tegen zijn werkgever en een gesprek met dat opzet filmt om dit in de rechtbank voor te leggen als bewijs?

Een werknemer beweerde dat hij mondeling werd ontslagen en vorderde daarop een opzeggingsvergoeding, alsook een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht. Om aan te tonen dat zijn arbeidsovereenkomst effectief eenzijdig werd beëindigd door zijn werkgever, legde de werknemer camerabeelden voor van een gesprek dat hij had met de gedelegeerd bestuurder van de onderneming. Uit de beelden van dit gesprek – dat buiten medeweten van de gedelegeerd bestuurder werd gefilmd – blijkt dat de gedelegeerd bestuurder het ontslag van de medewerker niet bleek te ontkennen.

De zaak werd voorgelegd aan het arbeidshof van Brussel – na cassatie van een eerder arrest waarin de werknemer volledig in het gelijk werd gesteld – dat tot een markante beslissing kwam.

Geen geloofwaardig bewijs

Het arbeidshof oordeelde dat de camerabeelden van het gesprek een schending van de privacy van de gedelegeerd bestuurder uitmaakten en dat de (beweerdelijk ontslagen) werknemer zijn loyaliteitsplicht geschonden had ten aanzien van zijn werkgever door hem niet op de hoogte te brengen van de opname.

Nu de gedelegeerd bestuurder zich niet bewust was van de opname en de werknemer daarentegen zijn vragen doelbewust kon stellen om bepaalde verklaringen uit te lokken, kunnen de camerabeelden volgens het arbeidshof niet beschouwd worden als een geloofwaardig bewijs.

Opgesteld onder druk

Ook de andere elementen die door de werknemer werden aangebracht om zijn beweerd ontslag te bewijzen, werden terzijde geschoven. Zo volstond de afwezigheid van een onmiddellijk protest door de werkgever op een brief van de werknemer, waarin werd verwezen naar zijn ontslag, niet als bewijs van het ontslag van de werknemer. Ook de schriftelijke verklaring van een collega-werknemer werd niet aanvaard, omdat naderhand is gebleken dat deze verklaring werd opgesteld onder druk van de betrokken werknemer.

Ten slotte werd ook een fax van het sociaal secretariaat als onvoldoende beschouwd, omdat deze uiteraard ook kon gaan om een gepland (dus nog niet doorgevoerd) ontslag en er bovendien ook niet werd verwezen naar de gedelegeerd bestuurder die volgens de werknemer mondeling het ontslag zou hebben gegeven.

Conclusie

Het arbeidshof oordeelde dat het niet werd aangetoond dat de arbeidsovereenkomst eenzijdig werd beëindigd door de werkgever. Daarentegen stond wel vast dat de werknemer zelf zijn bedrijfsgoederen heeft ingeleverd en nadien geen verdere prestaties meer heeft verricht. Zo werd de arbeidsovereenkomst effectief beëindigd, zij het niet door de werkgever, maar wel eenzijdig door de werknemer.

Bijgevolg moet de werknemer een opzeggingsvergoeding betalen, aangezien er sprake was van een beëindiging met onmiddellijke ingang. Bovenop deze opzeggingsvergoeding komt nog een stevige som aan gerechtskosten, te wijten aan de zware procedureslag die de werknemer meende te moeten voeren.

Hoewel een ontslag (met onmiddellijke ingang) volkomen vormvrij is en dus perfect mondeling kan worden gegeven, moet men de ontslagdaad uiteraard kunnen aantonen. Precies om die reden wordt een ontslag bij voorkeur schriftelijk bevestigd. In dit geval dacht de werknemer langs de kassa te kunnen passeren door zijn werkgever verklaringen te ontlokken tijdens een gesprek en dit gesprek op te nemen. Deze oneerlijke handelswijze wordt duidelijk afgekeurd door het arbeidshof. Dit arrest is interessant, omdat hierin duidelijk wordt aangegeven dat niet alleen de werknemers recht hebben op de bescherming van hun privacy, maar ook de werkgevers.

Arbeidshof van Brussel, 4de Kamer, 7 januari 2015, AR 2012/AB/1248 (onuitgegeven)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen