< Terug naar overzicht

Wanneer maakt een werkgever zich schuldig aan ‘verhindering van toezicht’?

Controle door één van de sociale inspectiediensten (Sociale Inspectie, Toezicht op de Sociale Wetten,…) ondergaat vroeg of laat elke werkgever. De werkgever moet dan meewerken zonder evenwel zichzelf te incrimineren. Wanneer men niet meewerkt aan het

In deze zaak gebeurde er een controle in een filiaal van een gadgetwinkel. De winkelverkoopsters in het filiaal hielden er een eigen interpretatie op na van hun arbeidstijd en schreven wat zij als werktijd beschouwden neer in een schriftje. Niettemin beschikte de werkgever over een eigen elektronisch tijdsregistratiesysteem.
De gedelegeerd bestuurder – die niet aanwezig was ten tijde van de eerste controle – werd uitgenodigd door de inspectiediensten voor een verhoor waarin de bedrijfsleider zijn medewerking aan het onderzoek bevestigde en desgevallend een regularisatie zou doorvoeren. De zaak werd gescreend door zijn raadslieden, die de inspecteur lieten weten dat er geen inbreuken qua arbeidstijd waren en dus ook geen regularisatie nodig was. Niettemin gaven de advocaten aan de inspecteur te kennen dat ze steeds bereid waren tot nadere toelichting.

Twee telefoongesprekken later…


De inspecteur nam evenwel geen contact op met de raadslieden, noch voerde hij zijn onderzoek schriftelijk verder. Hij nam wel telefonisch contact op met de personeelsdienst van de onderneming, waarbij hij bijkomende informatie vroeg over het tijdsregistratiesysteem. Een bediende (personeelsverantwoordelijke) deelde hem telefonisch mee dat het personeel in- en uitlogde via de computer.
De inspecteur vroeg daarop telefonisch de tijdsregistraties op. Zonder toe te lichten dat de onderneming deze registraties niet zo ver terug in de tijd bijhield, deelde de personeelsverantwoordelijke mee dat zij het zou opnemen met de gedelegeerd bestuurder.
Twee weken later belde de inspecteur opnieuw met de personeelsverantwoordelijke. De dame liet weten dat zij het gevraagd had aan haar baas, maar dat ze nog geen antwoord had gekregen.
Deze twee telefoongesprekken met de personeelsverantwoordelijke waren voor de inspecteur voldoende om in hoofde van de gedelegeerd bestuurder – die nochtans niet meer was ondervraagd daarover – een proces-verbaal op te stellen wegens verhindering van toezicht.

5000 euro boete?


Het Arbeidsauditoraat besloot vervolgens de gedelegeerd bestuurder hiervoor effectief voor de correctionele rechtbank te vervolgen. Hoewel de verdediging voorhield dat de verhindering niet bewezen was en zeker niet opzettelijk gebeurde (nochtans een noodzakelijke voorwaarde voor dit misdrijf), veroordeelde de correctionele rechtbank van Dendermonde de man tot een geldboete van 5000 euro effectief.
Vanzelfsprekend werd hoger beroep aangetekend. Het hof van beroep van Gent hervormde het vonnis en sprak de man vrij. Het hof hekelde het gebrekkig onderzoek en stelde dat de feiten in hoofde van de gedelegeerd bestuurder niet bewezen waren.
Het hof verduidelijkte bovendien dat een loutere interpretatie/samenvatting van de hand van de inspecteur van de twee telefoongesprekken met de personeelsverantwoordelijke in het proces-verbaal niet met zekerheid de schuld van de gedelegeerd bestuurder kon aantonen. Het hof stelde aan de kaak dat noch een cruciale getuige, de personeelsverantwoordelijke, noch de gedelegeerd bestuurder bijkomend werden ondervraagd.

Gent, 8 oktober 2009, 3de Correctionele Kamer, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen