< Terug naar overzicht

Wanneer is er sprake van ‘misbruik van ontslagrecht’?

Naar Belgisch arbeidsrecht hebben beide partijen te allen tijde het recht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, áls zij daar de financiële gevolgen van dragen. Toch is het mogelijk dat een partij ‘misbruik’ maakt van zijn recht tot ontslag, w

Een bediende met bijna vijf jaar anciënniteit werd op 10 juni 2004 ontslagen met onmiddellijke ingang. De bediende kon zich niet akkoord verklaren met de manier waarop hij werd ontslagen. Hij dagvaardde zijn voormalige werkgever en vorderde een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht.

Het arbeidshof te Brussel onderzocht deze zaak en bracht de voornaamste principes in herinnering. Er is sprake van ‘misbruik van ontslagrecht’ wanneer de werkgever bij de uitoefening van dit recht de grenzen overschrijdt die getrokken zijn door de ‘goede trouw’ of door het doel waartoe het recht hem is toegekend. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het ontslag op kwaadwillige wijze wordt gegeven of wanneer de uitoefening van het ontslagrecht bedoeld is om schade te berokkenen.

In casu werd de bediende ontslagen per aangetekende brief van 10 juni 2004, terwijl de werkgever wist dat de bediende vanaf 8 juni 2004 op reis is vertrokken. Vlak vóór zijn vakantie had de bediende met de werkgever nog (per e-mail) overleg gehad over een functiewijziging met loonsverlaging. Om gezondheidsredenen moest de bediende het wat kalmer aandoen, zodat de werkgever een aangepaste functie met aangepast (lees: lager) loon had voorgesteld. De bediende had zich hiermee al mondeling akkoord verklaard, maar had geweigerd om dit akkoord vóór zijn vakantie al schriftelijk te bevestigen, omdat er nog bepaalde punten (onder andere de bonusregeling) dienden te worden uitgeklaard. In zijn laatste e-mail – enkele uren vóór zijn verlof – stelde de bediende voor om de laatste punten te bespreken ná zijn terugkeer uit vakantie. De werkgever heeft niet meer geantwoord op deze e-mail en heeft ook niet geprobeerd om de bediende telefonisch te bereiken. Twee dagen later, op 10 juni 2004, verstuurde de werkgever een aangetekende brief waarbij de bediende werd ontslagen. De bediende moest bij zijn terugkeer uit vakantie vaststellen dat er tijdens zijn afwezigheid een aangetekende zending werd aangeboden. Aangezien de aangetekende zending, ná zijn vakantie, niet langer op het postkantoor was, heeft de bediende pas voor het eerst vernomen dat hij was ontslagen toen hij op opnieuw aan de slag wilde gaan.

Volgens het arbeidshof te Brussel is het in strijd met de achting en de eerbied die partijen in een arbeidsovereenkomst elkaar verschuldigd zijn om een werknemer daags vóór zijn vertrek met vakantie het vertrouwen te geven dat hij ná zijn vakantie met de werkgever de neveneffecten kon bespreken van een aanvaarde loons- en graadsverlaging en hem, twee dagen later, na zijn vertrek op reis en buiten zijn weten vlug te ontslaan om te ontsnappen aan een hogere opzegvergoeding. Indien de bediende nog langer in dienst was gebleven, dan zou hij een nieuwe periode van vijf jaar anciënniteit hebben bereikt, waardoor de (minimum)opzegvergoeding hoger zou zijn geweest. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht, overeenstemmend met drie maanden loon.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen