< Terug naar overzicht

Wanneer heeft een concurrentiebeding uitwerking?

De arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat een concurrentiebeding géén uitwerking heeft wanneer er een eind wordt gesteld aan de arbeidsovereenkomst tijdens de proefperiode, wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd zonder dringe

Hieruit kan men afleiden dat een concurrentiebeding in principe wél uitwerking heeft in alle overige gevallen. Die conclusie moet worden genuanceerd in het licht van een recente rechtspraak van het Hof van Cassatie. De zaak handelde over een concurrentiebeding, waarbij de werknemer er zich toe verbond om zijn werkgever geen concurrentie aan te doen “(…) wanneer hijzelf een einde stelt aan de overeenkomst, of deze door de werkgever wegens dringende reden wordt verbroken (…).” De arbeidsovereenkomst werd echter in onderling akkoord beëindigd, waarna de werknemer in dienst is getreden van een concurrerende onderneming.

De werkgever eiste een schadevergoeding wegens schending van het concurrentiebeding. De werknemer beweerde dat het concurrentiebeding géén uitwerking had, aangezien zijn arbeidsovereenkomst in onderling akkoord werd beëindigd. De werkgever beriep zich op de bepalingen van de arbeidsovereenkomstenwet, waaruit men kan afleiden dat een concurrentiebeding in principe wél uitwerking heeft in geval van een beëindiging in onderling akkoord.

Het arbeidshof in Brussel volgde de redenering van de werkgever. Het arbeidshof oordeelde dat de wettelijke bepalingen bij het concurrentiebeding van dwingend recht zijn (en zelfs de openbare orde raken), zodat partijen hiervan niet conventioneel kunnen afwijken. Aangezien de wetgever slechts enkele gevallen heeft voorzien waarin het concurrentiebeding geen uitwerking heeft, mogen partijen niet conventioneel deze gevallen uitbreiden. De werknemer werd dus veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens schending van het concurrentiebeding.

Het Hof van Cassatie dacht daar echter anders over. In een arrest van 11 juni 2007 oordeelde het Hof van Cassatie dat de wettelijke bepalingen omtrent de uitwerking van het concurrentiebeding niet beletten dat partijen hierover nog bepaalde afspraken zouden maken.  Het Hof van Cassatie beklemtoonde dat het niet de bedoeling was van de wetgever om op dwingende wijze de gevallen te beperken waarin een concurrentiebeding geen uitwerking heeft, maar wel om uitdrukkelijk te stellen dat in de drie in de wet vermelde gevallen het concurrentiebeding alleszins geen uitwerking kan hebben. Partijen kunnen zelf, in gezamenlijk akkoord, bepalen in welke gevallen het concurrentiebeding uitwerking zal hebben, op voorwaarde dat zij niets bedingen dat in strijd is met de wettelijke bepalingen. Met andere woorden: partijen kunnen perfect overeenkomen dat er nog andere situaties zijn (lees: anders dan deze voorzien in de wet) waarin het concurrentiebeding geen uitwerking zal hebben, maar niet dat het concurrentiebeding toch uitwerking zal hebben in één van de uitgesloten gevallen in de arbeidsovereenkomstenwet.


(Cassatie, 11 juni 2007, S.06.0101.N)

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen