< Terug naar overzicht

Wanneer eindigt de ontslagbescherming van een niet-verkozen kandidaat-personeelsafgevaardigde?

Met de sociale verkiezingen in het vooruitzicht is het zeker interessant om even stil te staan bij een vraag over ontslagbescherming van kandidaat-personeelsafgevaardigden.

De ontslagbescherming van de kandidaat-personeelsafgevaardigden is geregeld in de wet van 19 maart 1991. De wetgever heeft slechts twee specifieke hypotheses uitdrukkelijk geregeld, zodat er discussie mogelijk blijft over de andere mogelijke hypotheses. De wet schrijft voor dat een niet-verkozen kandidaat dezelfde ontslagbescherming geniet als de verkozen kandidaten “… zo het hun eerste kandidatuur betreft.” Deze ontslagbescherming wordt ingekort tot twee jaar (in plaats van vier 4 jaar) wanneer de kandidaten “… reeds kandidaat waren en niet werden verkozen bij de vorige verkiezingen.”

In een arrest van 5 maart 2007 heeft het Hof van Cassatie meer duidelijkheid gebracht over de interpretatie van de wettelijke bepalingen omtrent de ontslagbescherming van de niet-verkozen kandidaten. De zaak ging over een werknemer die zich kandidaat had gesteld bij de sociale verkiezingen in 1995. Hij werd toen niet verkozen. Vervolgens, bij de sociale verkiezingen van 2000, heeft de werknemer zich geen kandidaat gesteld. Hij was echter wel opnieuw kandidaat personeelsafgevaardigde bij de sociale verkiezingen in 2004. Ook deze keer werd de werknemer niet verkozen.

Er ontstond discussie tussen de werkgever en de betrokken werknemer omtrent de duur van zijn ontslagbescherming als niet-verkozen kandidaat. De werknemer beweerde dat hij beschermd was gedurende vier jaar, net zoals de verkozen kandidaten. De werkgever beweerde dat de werknemer slechts gedurende een verkorte periode van twee jaar beschermd was, aangezien de werknemer bij de vorige verkiezingen ook kandidaat was geweest en toen evenmin was verkozen. De werknemer betwiste deze stelling door erop te wijzen dat zijn twee onsuccesvolle kandidaturen niet kaderden in opeenvolgende verkiezingen, zodat er geen toepassing kon worden gemaakt van de verkorte beschermingsperiode.

Het Hof van Cassatie gaf de werknemer ongelijk. Het feit dat de werknemer in 2000 geen kandidaat was geweest, belet niet dat er sprake is van twee onsuccesvolle kandidaturen, zodat de werknemer slechts gedurende twee jaar beschermd was (in plaats van vier jaar). Nergens staat in de wet dat de onsuccesvolle kandidaturen betrekking moeten hebben op opeenvolgende verkiezingen.

Het Hof van Cassatie legt verder uit dat het begrip eerste kandidatuur moet worden begrepen als de eerste onsuccesvolle kandidatuur. In die zin kan er maar één keer sprake zijn van een eerste (onsuccesvolle) kandidatuur die recht geeft op de normale ontslagbescherming. Indien men een tweede keer niet wordt verkozen, geldt dan ook de verkorte ontslagbescherming (twee jaar), ongeacht of de onsuccesvolle kandidaturen kaderen in opeenvolgende verkiezingen.


(Cassatie, 5 maart 2007, rolnummer S.06.0079)

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen