< Terug naar overzicht

Waarom een sales representative niet steeds een handelsvertegenwoordiger is

Een handelsvertegenwoordiger is een werknemer die cliënteel opspoort en bezoekt met het oog op het onderhandelen over én het afsluiten van zaken. Die omschrijving wordt belangrijk bij een ontslag: om recht te hebben op een uitwinningsvergoeding, moet de handelsvertegenwoordiging immers het voornaamste voorwerp van de arbeidsovereenkomst uitmaken. Dat criterium wordt weleens betwist.

In een recent arrest heeft het arbeidshof van Gent eens te meer bevestigd dat het aan de werknemer is om aan te tonen dat de handelsvertegenwoordiging het voornaamste voorwerp uitmaakt van zijn arbeidsovereenkomst. Faalt de werknemer in de bewijslast, dan is de vordering tot het verkrijgen van een uitwinningsvergoeding ongegrond.

Louter uitoefenen van commerciële functie volstaat niet

Het arbeidshof merkte op dat de bewijsstukken van de betrokkene (onder andere naamkaartje, vermelding van zijn functie ten aanzien van klanten en dergelijke meer) inderdaad wijzen op het feit dat hij een commerciële functie uitoefende, maar niet toelaten te concluderen dat de betrokkene in hoofdzaak belast werd met het opsporen en bezoeken van klanten met het oog op onderhandelen over óf het sluiten van zaken.

Zich werkelijk naar de klanten begeven

In casu stelde de betrokkene dat hij 30 tot 40 procent van zijn arbeidstijd besteedde aan verplaatsingen, waaronder bezoeken aan (buitenlandse) beurzen en contacten met klanten in andere vestigingen van zijn werkgever. Deze twee voorbeelden werden door het arbeidshof niet beschouwd als het bezoeken van klanten, aangezien dit laatste veronderstelt dat de handelsvertegenwoordiger zich werkelijk naar de klanten begeeft.

Ook het feit dat de betrokkene de klanten voornamelijk telefonisch of via e-mail benaderde (met als voorbeeld de Aziatische markt die aan belang won), kan niet mee in rekening worden genomen als klantenbezoeken bij de beoordeling ten gronde.

Het arbeidshof stelde dan ook vast dat de arbeidstijd besteed aan klantenbezoeken met het oog op het onderhandelen over óf het sluiten van zaken tot minder dan 30 procent te herleiden viel, hetgeen niet volstaat om te kunnen besluiten dat de betrokkene in hoofdzaak taken als handelsvertegenwoordiger uitvoerde.

Voorbereidend werk is irrelevant

Bovendien volgde het arbeidshof de stelling van de betrokkene niet dat ook de meer technische taken, zoals het uitwerken van voorafgaande studies, deel kunnen uitmaken van het onderhandelingsproces.

Specifieke sector én aard van het product

In casu stond vast dat voor de producten het aantal potentiële klanten beperkt is. Hieruit kon worden afgeleid dat er überhaupt geen opsporingswerk of klantenbezoeken dienden te gebeuren om bestellingen van klanten te krijgen. Bovendien benadrukte de onderneming dat er, gelet op de specifieke aard van haar activiteiten, dan ook geen nood is aan bedienden met handelsvertegenwoordiging als hoofdtaak.

Uiteindelijk oordeelde het arbeidshof dat de vordering tot het verkrijgen van een uitwinningsvergoeding ongegrond is, omdat de betrokkene niet kan aantonen dat de voorwaarde inzake een hoofdzakelijke en bestendige tewerkstelling als handelsvertegenwoordiger vervuld is. Vooral de daadwerkelijke tijd besteed aan de effectieve handelsvertegenwoordiging lijkt voor het arbeidshof van belang.

■ Arbeidshof van Gent, afdeling Brugge, 18 januari 2017, AR 2014/AR/287

■ Auteur: Hanne Cattoir (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen