< Terug naar overzicht

Vrijwilliger of werknemer?

De lijn tussen vrijwilligerswerk en betaalde arbeid is soms moeilijk te trekken. Dat blijkt eens te meer uit een recent arrest van het arbeidshof van Brussel.

De RSZ vorderde in deze zaak sociale-zekerheidsbijdragen op vergoedingen die leden van een vzw kregen voor hun inzet tijdens evenementen. Zo stonden de leden van de vzw onder andere in voor de ticketcontrole en de controle van de toegang tot de backstage tijdens muziekconcerten en evenementen. Hiervoor kregen ze een gratis toegang tot het evenement, een aantal drank- en eetbonnetjes en een activiteitsbon ter waarde van ongeveer 12,50 euro. Deze activiteitsbon kon gebruikt worden tijdens andere activiteiten die de vzw voor haar leden organiseerde, zoals reizen. Met de bonnen konden de leden ook bepaalde producten aankopen, zoals T-shirts en cd’s.

De RSZ meende dat deze prestaties beschouwd moesten worden als ‘arbeidsprestaties’ in ondergeschikt verband – dus geleverd in het kader van een arbeidsovereenkomst. De gratis toegang tot het concert, de eet- en drankbonnetjes en de activiteitsbonnen vormden volgens de RSZ ‘loon’, waarop sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

De arbeidsrechtbank van Turnhout, het eerst gevat over deze zaak, volgde het standpunt van de RSZ en veroordeelde de vzw tot de betaling van achterstallige sociale-zekerheidsbijdragen.

Vrij om in te gaan op het werkaanbod


De vzw ging echter in beroep. Het arbeidshof van Antwerpen oordeelde dat er geen sprake was van een tewerkstelling in ondergeschikt verband. Het kwam tot dit besluit omdat de vzw niet kon beschikken over de inzet van de arbeid van de personen met wie zij samenwerkte. Deze personen waren immers geheel vrij om al dan niet in te gaan op het aanbod van werk.

De RSZ ging niet akkoord met dit arrest en trok naar het Hof van Cassatie. Op haar beurt verbrak het Hof van Cassatie het arrest van het Antwerpse arbeidshof: het feit dat men vrij is om het werkaanbod al dan niet te aanvaarden, sluit het bestaan van een arbeidsovereenkomst volgens het Hof van Cassatie niet uit. De zaak werd vervolgens doorverwezen naar het arbeidshof van Brussel.

Inkomstenverwerving of vrijetijdsbesteding?


Het arbeidshof van Brussel kwam tot hetzelfde besluit als het arbeidshof van Antwerpen, zij het op basis van een andere redenering. Voor het arbeidshof van Brussel was het van doorslaggevend belang dat de ‘vrijwilligers’ hun medewerking niet verleenden met het oog op het verwerven van een inkomen, maar wel met het oog op een leuke vrijetijdsbesteding. De ‘vergoedingen’ die aan deze activiteit verbonden waren, waren volgens het Hof bovendien zo beperkt, dat ze de kwalificatie van een vrijwilligersactiviteit niet tegenspraken.

Het arbeidshof gaf evenwel toe dat het onderscheid tussen wat dan beschouwd kan worden als beroepsarbeid in het kader van een arbeidsovereenkomst en wat beschouwd kan worden als vrijwilligerswerk in de ruime omschrijving, ‘delicaat’ is en dat misbruiken mogelijk zijn. Daarom, benadrukte het arbeidshof, dient in ieder dossier individueel onderzocht te worden wat voor de vrijwilliger het doorslaggevend motief geweest is om een bepaalde arbeid op zich te nemen: inkomstenverwerving of vrijetijdsbesteding.

Arbeidshof van Brussel, 16 februari 2012, AR 2011/AB/124

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen