< Terug naar overzicht

Voorgestelde wijzigingen inzake arbeidsmigratie naar het Vlaams Gewest

In de vorige bijdrage bespraken we in deze rubriek de nieuwe ‘single permit’, die er op neerkomt dat in het kader van een enkele procedure een gecombineerde werk- en verblijfsvergunning wordt afgegeven voor derdelanders die in België werkzaam zijn. Daarnaast wil de Vlaamse regering ook de ‘inhoudelijke’ regels inzake arbeidsmigratie naar het Vlaams Gewest grondig aanpassen.

Hoewel er bij het afsluiten van deze bijdrage nog steeds geen finale teksten beschikbaar zijn, vermeldt de website van de Vlaamse autoriteiten 1 januari 2019 als de vooropgestelde datum van inwerkingtreding. Hoog tijd dus om een kort overzicht te geven van de belangrijkste voorgestelde wijzigingen op dit vlak (die evenwel nog aangepast kunnen worden). We beklemtonen dat deze ‘inhoudelijke’ wijzigingen enkel zouden gelden voor arbeidsmigratie naar het Vlaams Gewest (terwijl de single permit-procedure wel degelijk voor geheel België zal gelden.
Hoogopgeleiden: vergunning met geldigheidsduur tot maximum drie jaar

Volgens het ontwerp van nieuwe Vlaamse regelgeving, zou het mogelijk worden voor werkgevers om in het kader van de single permit een toelating tot tewerkstelling met een geldigheidsduur tot maximum drie jaar te verkrijgen (onder de huidige regels is dat een jaar). Let wel, deze mogelijkheid zou enkel gelden voor de ‘hoogopgeleide profielen’ (hooggeschoold personeel, leidinggevend personeel, onderzoekers...). Voor alle andere categorieën van werknemers die een toelating tot tewerkstelling nodig hebben geldt dat de toelating wordt toegekend voor de duur van het contract of de opdracht, met een maximum van een jaar (met daarna van jaar tot jaar verlengingen).

Nieuwe categorie ‘midden-geschoold’ personeel: grotere rol voor knelpuntberoepen

Het is in Vlaanderen steeds relatief eenvoudig geweest om een toelating tot tewerkstelling voor een hoogopgeleid profiel te verkrijgen. Het bereiken van een salarisdrempel (in 2018 was dat 40.972 euro bruto per jaar) en het behaald hebben van een diploma hoger onderwijs van minimaal drie jaar volstaat veelal om die toelating te krijgen, zonder dat een arbeidsmarkttest nodig is. Voor profielen die niet aan deze voorwaarden voldoen, was dit daarentegen allesbehalve gemakkelijk (of soms zelfs onmogelijk).
Een van de voorwaarden is immers dat een arbeidsmarkttest aantoont dat het niet mogelijk is om binnen een redelijke termijn op de Europese arbeidsmarkt een werknemer te vinden die geschikt is om de arbeidsplaats in kwestie ‘op bevredigende wijze en binnen een billijke termijn’ te bekleden (eventueel zelfs na het volgen van een opleiding).

Dat uiterst strikte principe zou nu echter sterk worden gerelativeerd, door de invoering van een automatisch vermoeden dat aan deze voorwaarde voldaan is voor functies waarvoor een ‘structureel tekort aan arbeidskrachten’ bestaat. De Vlaamse minister van Werk zou in de toekomst tweejaarlijks een dynamische knelpuntberoepenlijst opmaken van de functies die aan dat criterium voldoen en waarvoor dus geen arbeidsmarkttest meer nodig zou zijn. Afhankelijk van de functies die daadwerkelijk op deze knelpuntberoepenlijst zullen worden opgenomen, zou de Vlaamse arbeidsmarkt dus meer geopend worden voor midden-geschoolde profielen.

Vrijstellingen van toelating tot arbeid

Vandaag zijn veel categorieën van buitenlandse werknemers vrijgesteld van de verplichting om een toelating tot tewerkstelling te verkrijgen. Een aantal van deze vrijstellingen zouden in de toekomst worden afgeschaft of daarentegen worden uitgebreid. Voor alle vrijstellingen zal gelden dat zij slechts van toepassing zijn mits de betrokken werknemer wettig in België verblijft en mits de Limosa-melding werd gedaan door de werkgever (indien zulke melding vereist is).

Zo geldt tot op heden een vrijstelling voor werknemers van een buitenlandse werkgever die naar België komen om hier een opleiding (onder voorwaarden) te volgen in de Belgische onderneming die tot dezelfde groep als de werkgever behoort, maar die vrijstelling is slechts van toepassing op een beperkt aantal nationaliteiten. In de toekomst zou die vrijstelling worden uitgebreid naar alle nationaliteiten.

Ook wordt een nieuwe vrijstelling ingevoerd voor buitenlandse leidinggevenden, specialisten of stagiairs die in het kader van de ‘intra corporate transfer’-richtlijn tijdelijk vanuit een derde land (buiten de Europese Economische Ruimte) binnen dezelfde groep gedetacheerd worden naar een entiteit in een EER-lidstaat en die daarna tot maximum 90 dagen in elke periode van 180 dagen naar België reizen om hier te werken bij een Belgische entiteit die tot dezelfde groep behoort al (de zogenaamde ‘korte-termijnmobiliteit’). Wel geldt die vrijstelling slechts voor zover de betrokkene niet minder verdient dan de bezoldiging van vergelijkbare functies op basis van wetten, cao’s of praktijken.

Geen toelating bij oneerlijke concurrentie, sociale dumping of vervanging van eigen werknemers

Naast de bestaande weigeringsgronden (fraude, niet-naleving van arbeidsrechtelijke verplichtingen zoals loon- en arbeidsvoorwaarden...) zouden een aantal nieuwe weigeringsgronden worden ingevoerd. Zo wordt de aanvraag geweigerd indien tegen de werkgever (of de gastentiteit) binnen het jaar voorafgaandelijk aan de aanvraag een sanctie werd uitgesproken wegens zwartwerk of illegale arbeid. Ook indien de werkgever gedurende een periode van zes maanden voorafgaand aan de aanvraag een volledige betrekking heeft afgeschaft om de vacature te creëren die de werkgever met de aanvraag wil invullen, zou de aanvraag geweigerd worden.

Martijn Baert
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen