< Terug naar overzicht

Volstaat aanbreng van enkele klanten om uitwinningsvergoeding te krijgen?

Een handelsvertegenwoordiger kan bij ontslag onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een uitwinningsvergoeding, bovenop de opzeggingsvergoeding. De werkgever moet die in principe enkel betalen als de handelsvertegenwoordiger kan aantonen dat hij door zijn bezoek- en prospectieactiviteiten nieuwe klanten heeft aangebracht.

In een recent vonnis bevestigde de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel dat de enkele klanten die een handelsvertegenwoordiger had aangebracht, niet voldoende zijn om te spreken van een ‘aanbreng van cliënteel’, zoals bedoeld in de wet.

De arbeidsrechtbank stelt dat het aanbrengen van cliënteel een vermeerdering van het aantal klanten van de onderneming vereist. Het louter in stand houden van het bestaande cliënteel kan, volgens de arbeidsrechtbank, niet gelijk worden gesteld met de aanbreng van cliënteel, dat moet bestaan in de vermeerdering van het aantal klanten.

Wanneer vaststaat dat er nieuwe klanten werden aangebracht, moet vervolgens het belang van deze aanbreng worden beoordeeld om te beslissen of deze aanbreng de toekenning van een uitwinningsvergoeding al dan niet verantwoordt.

Is er een niet-concurrentiebeding?

De eerste vraag die dus onderzocht moet worden, is of de handelsvertegenwoordiger nieuwe klanten heeft aangebracht. In principe moet de handelsvertegenwoordiger (met alle mogelijke middelen) bewijzen dat hij cliënteel heeft aangebracht, tenzij er een niet-concurrentiebeding zou bestaan tussen de handelsvertegenwoordiger en de werkgever. Een niet-concurrentiebeding creëert immers een vermoeden dat de handelsvertegenwoordiger cliënteel heeft aangebracht. Aangezien er in deze zaak geen sprake was van een niet-concurrentiebeding, was het aan de handelsvertegenwoordiger om aan te tonen dat hij cliënteel had aangebracht.

De handelsvertegenwoordiger argumenteerde dat de waarde van zijn klantenportefeuille door zijn toedoen enorm was gestegen en dat hij gedurende zijn tewerkstelling (van 3 jaar) 24 nieuwe klanten had aangebracht.

Hoe groot is het belang van de nieuwe klanten?

De arbeidsrechtbank was van oordeel dat de omzetverhoging alleen niet volstaat om van aanbreng van cliënteel te kunnen spreken, aangezien de wetgever uitdrukkelijk spreekt van de aanbreng van een aantal klanten, hetgeen nieuwe klanten inhoudt. De toename van het aantal klanten is dan ook onontbeerlijk en de evolutie van de omzet alleen is irrelevant voor het bepalen van de aanbreng van cliënteel.

Op basis van bewijsstukken, bijeengebracht door de werkgever, moest de arbeidsrechtbank vaststellen dat een aantal van de 24 volgens de handelsvertegenwoordiger nieuw aangebrachte klanten reeds klant waren voor de indiensttreding van de handelsvertegenwoordiger of werden overgedragen van de portefeuille van een collega. Uiteindelijk weerhoudt de arbeidsrechtbank vijf aangebrachte klanten.

De rechtbank gaat vervolgens beoordelen of het belang van de aangebrachte klanten voldoende groot is om de toekenning van een uitwinningsvergoeding te verantwoorden. De arbeidsrechtbank was van mening dat deze vijf aangebrachte klanten niet beschouwd kunnen worden als beduidend. Aangezien de handelsvertegenwoordiger enkel aantoont dat hij gedurende zijn tewerkstelling enkele, sporadische klanten heeft aangebracht, oordeelt de arbeidsrechtbank dan ook dat er geen sprake is van aanbreng van cliënteel. De handelsvertegenwoordiger heeft dus geen recht op een uitwinningsvergoeding.

Arbeidsrechtbank van Brussel, 22 februari 2016, onuitg.

Auteur: Dorien Vandeput (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen