< Terug naar overzicht

Volgt straks omzetting van de Handhavingsrichtlijn in Belgisch recht?

Op 17 oktober 2016 werd een wetsontwerp ingediend ter implementatie van de Handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2014/67/EU). Die moet de toepassing verzekeren en versterken van de welbekende Detacheringsrichtlijn 96/71/EG, die op haar beurt de ‘harde kern’ van minimumnormen vastlegt die bij het detacheren van werknemers binnen de EER (*) of Zwitserland moet worden nageleefd.

De Handhavingsrichtlijn moest al tegen 18 juni 2016 omgezet zijn in het Belgisch recht, maar het wetgevend initiatief liet even op zich wachten. Het wetsontwerp spitst zich toe op vier groepen van bepalingen rond grensoverschrijdende tewerkstelling:

  • Een eerste groep van bepalingen betreft de bescherming van werknemers die vanuit België naar een ander land binnen de EER (*) of naar Zwitserland worden gedetacheerd.
  • Er worden een aantal bepalingen ingevoerd die betrekking hebben op het begrip ‘detachering’ en het daarmee samenhangede probleem van de controle van loon- en arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers.
  • Er zou een nieuw complex systeem van hoofdelijke loonaansprakelijkheid worden ingevoerd voor de bouwsector.
  • Er zouden een aantal bepalingen ingevoerd worden rond grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van administratieve sancties en boetes.

Hierna bespreken we kort een aantal van de belangrijkste wijzigingen.

Bepaling van het begrip ‘detachering’

Een wijziging in de wetgeving vormt de opname van een lijst van feitelijke elementen die moeten leiden tot een betere beoordeling van het begrip ‘detachering’. Dit zou de inspectiediensten in staat moeten stellen om situaties die geen werkelijke detachering uitmaken, beter te kunnen aanpakken.

Een eerste lijst van feitelijke elementen heeft betrekking op het “verrichten van tijdelijke arbeidsprestaties in België”, waarbij bij de beoordeling onder andere de volgende elementen in rekening kunnen worden genomen: het feit dat de werknemer gewoonlijk zijn arbeid in een andere lidstaat verricht, de aard van de activiteiten, de intentie van de partijen om terug te keren naar het land van waaruit de werknemer wordt gedetacheerd, het feit dat de werkgever zorgt voor vervoer, kost en inwoon of accommodatie van de gedetacheerde werknemer en dergelijke meer.

Daarnaast is ook een lijst met elementen opgenomen waaruit moet blijken dat de werkgever “daadwerkelijk substantiële activiteiten” verricht in de lidstaat waar hij gevestigd is. Indien blijkt dat een onderneming geen daadwerkelijke substantiële activiteiten uitoefent in de lidstaat van waaruit de werknemers worden gedetacheerd, zal er van een werkelijke detachering geen sprake kunnen zijn. Om te beoordelen of een onderneming daadwerkelijk substantiële activiteiten uitoefent in de detacherende lidstaat, wordt onder meer gekeken naar de plaats waar de detacherende werkgever zijn statutaire zetel heeft, waar de werknemers worden aangeworven, waar de detacherende werkgever zijn belangrijkste ondernemingsactiviteiten ontplooit en dergelijke meer.

Aanwijzing verbindingspersoon

Daarnaast moet de buitenlandse werkgever een natuurlijk persoon aanwijzen, voorafgaandelijk aan de detachering, om voor rekening van de detacherende werkgever het contact te verzekeren met de sociale inspectie. Deze verbindingspersoon moet ook elk document of advies bezorgen die betrekking heeft op de tewerkstelling van gedetacheerde werknemers in België. Hiermee willen de Belgische autoriteiten een effectieve en efficiënte controle op de loon- en arbeidsvoorwaarden van naar België gedetacheerde werknemers mogelijk maken.

Overlegging bepaalde documenten

Het wetsontwerp geeft de sociale inspectiediensten de mogelijkheid om de werkgever te vragen om een aantal documenten over te maken, daarbij mogelijk inbegrepen een vertaling van deze documenten in één van de landstalen of in het Engels. Het betreft in het bijzonder:

  • Een kopie van de arbeidsovereenkomst.
  • Informatie over vreemde valuta voor betaling van het loon, over voordelen in geld of in natura verbonden aan de tewerkstelling en over de voorwaarden van repatriëring.
  • Een overzicht van arbeidstijden die begin, einde en duur van de dagelijkse arbeidstijd aangeven.
  • De betalingsbewijzen van de lonen van de gedetacheerde werknemers.

De werkgever moet deze documenten bovendien tot een jaar na de beëindiging van de detachering aan de sociale inspectiediensten kunnen bezorgen op hun verzoek.

Overige bepalingen

Daarnaast voorziet het wetsontwerp voor de bouwsector een nieuwe complexe regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden, waarop we in deze bijdrage niet verder ingaan.

Tot slot worden een aantal bepalingen ingevoerd in de Belgische rechtsorde die het opleggen en innen van administratieve geldboetes aan buitenlandse werkgevers moet faciliteren. Zo zullen de Europese autoriteiten nauw samenwerken om administratieve geldboetes die in een lidstaat worden opgelegd aan een werkgever die in een andere lidstaat is gevestigd, effectief te innen. De autoriteiten van de verschillende lidstaten kunnen bij de bevoegde administratie in een ander land een verzoek tot invordering indienen wanneer een geldboete werd opgelegd aan een werkgever wegens het niet naleven van de Detacheringsrichtlijn of de Handhavingsrichtlijn. Zo zullen dergelijke verzoeken van buitenlandse autoriteiten uitvoerbare kracht hebben in België.

(*) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Auteur: Dries Faingnaert en Sophie Maes (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen