< Terug naar overzicht

Vervalt recht op aanvullende opzeggingsvergoeding na tegenopzegging?

Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met een te korte opzeggingstermijn, kan de werknemer de betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding vorderen. De vraag is echter in hoeverre de werknemer deze aanvullende opzeggingsvergoeding nog kan vo

Bij aangetekend schrijven van 20 juni 2008 beëindigde de werkgever de arbeidsovereenkomst door middel van een te presteren opzeggingstermijn van 14 maanden. Op 30 juli 2009 betekende de werknemer een tegenopzegging van 2 maanden, zodat de arbeidsovereenkomst definitief een einde nam op 30 september 2009. De werknemer beweerde niettemin dat de initieel door de werkgever betekende opzeggingstermijn van 14 maanden onvoldoende was en vorderde een aanvullende opzeggingsvergoeding.

De arbeidshoven en -rechtbanken oordelen unaniem dat het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding ontstaat op het ogenblik van de betekening van een te korte opzeggingstermijn. Veel inkt is al gevloeid over de vraag of gebeurtenissen tijdens de opzeggingstermijn – en dus na de betekening van de opzeggingsbrief – al dan niet nog afbreuk kunnen doen aan dit recht. Zelfs het Hof van Cassatie heeft hierover al verschillende uitspraken gedaan.

Het oordeel van het Hof van Cassatie


Zo oordeelde het Hof van Cassatie dat het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding blijft bestaan als de werknemer sterft gedurende de opzeggingstermijn en als de werknemer tijdens de opzeggingstermijn zelf de arbeidsovereenkomst op onregelmatige wijze beëindigt. Volgens het hof vervalt het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding echter wel indien een werknemer tijdens de opzeggingstermijn terecht wordt ontslagen om dringende reden.

Het oordeel van het arbeidshof van Gent


Over de situatie waarin een werknemer zelf een tegenopzegging heeft betekend, heeft het Hof van Cassatie zich nog niet uitgesproken. Het arbeidshof van Luik deed hierover wel al uitspraak en oordeelde tot tweemaal toe dat het recht van de werknemer op een aanvullende opzeggingsvergoeding blijft bestaan.

Toen het arbeidshof van Gent deze zaak diende te beslechten, wees het hof er vooreerst op dat België geen ‘precedentenrechtspraak’ kent, zodat het arbeidshof in principe niet gebonden is door eerdere analoge uitspraken. Het hof stelde bijgevolg dat in de eerste plaats de wettelijke bepalingen toegepast moeten worden.

Vervolgens haalde het hof uit naar de wetgever, die volgens het hof tekortschiet, omdat er geen regels zijn over de situatie waarin er zich in de loop van de opzeggingstermijn een nieuwe gebeurtenis voordoet. Het hof was niet mals voor de wetgever: “De schuld daarvan kan echter enkel maar bij de wetgever worden gelegd, die het probleem al tientallen jaren kent (had moeten kennen) en nagelaten heeft duidelijkheid te verschaffen.”

Volgens het arbeidshof leiden ‘het gezond verstand en de billijkheid’ tot de stelling dat er, in geval van een tegenopzegging door de werknemer, geen recht meer is op een aanvullende opzeggingsvergoeding. Het is namelijk door de wil van de werknemer dat de arbeidsovereenkomst (vervroegd) een einde zal nemen, nog vooraleer de te korte opzeggingstermijn is verstreken. Vervolgens stelt het hof dat een wettelijke grondslag hiervoor gevonden kan worden in de leer van het ‘verval van het voorwerp van de rechtshandeling’. De tegenopzegging laat het voorwerp van de rechtshandeling van de werkgever (namelijk de initiële opzegging), verdwijnen. De rechtshandeling van de werkgever heeft door de tegenopzegging geen gevolgen meer. Bijgevolg verliest de werknemer in een dergelijke situatie zijn/haar recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding.

Door te oordelen dat een werknemer, in geval van het geven van een tegenopzegging, geen recht meer heeft op een aanvullende opzeggingsvergoeding, gaat het arbeidshof van Gent in tegen de vroegere rechtspraak hieromtrent. Het blijft de vraag in hoeverre ook de andere arbeidsgerechten het standpunt van het arbeidshof van Gent zullen volgen en, vooral, wat het oordeel van het Hof van Cassatie zou zijn...

Arbeidshof van Gent, 12 oktober 2012, AR 2011/AG/231

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen