< Terug naar overzicht

Veroordeeld wegens diefstal en toch geen dringende reden!

Een caissière kreeg ontslag om dringende reden, nadat ze veroordeeld was wegens diefstal ten nadele van haar werkgever. Het arbeidshof in Brussel boog zich over de vraag of de ‘dringende reden’ wel terecht was.

In de rechtspraak wordt algemeen aanvaard dat ook tekortkomingen die werden begaan buiten de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een ontslag om dringende reden kunnen rechtvaardigen. Bepaalde ernstige fouten in het privéleven van een werknemer kunnen een verdere samenwerking in vertrouwen ‘onmiddellijk en definitief onmogelijk’ maken.

Het arbeidshof in Brussel sprak zich uit over het ontslag om dringende reden van een kassabediende. De jonge vrouw was in dienst van een grote winkelketen en had ruim twee jaar ervaring toen ze op staande voet werd ontslagen. De reden: de werkneemster werd strafrechtelijk veroordeeld wegens diefstal in een winkel van haar werkgever. De werkneemster had aankopen gedaan met gestolen cheques. De feiten dateerden van ongeveer een jaar vóór haar indiensttreding.

De werkgever ontsloeg de kassabediende om dringende reden. Als ‘dringende reden’ verwees hij naar het feit dat de jonge vrouw tijdens haar sollicitatiegesprek doelbewust de ernstige feiten had verzwegen. De werkgever argumenteerde dat elke samenwerking in vertrouwen onmogelijk was geworden, gelet op de aard van haar functie (caissière) en de ernst van de gepleegde feiten.

Het arbeidshof onderzocht eerst of de werkneemster een tekortkoming heeft begaan door tijdens het sollicitatiegesprek niet te vermelden dat ze in beschuldiging was gesteld van diefstal ten nadele van haar toekomstige werkgever. Het hof merkte op dat deze feiten kaderen in het privéleven, zodat vragen hieromtrent enkel geoorloofd zijn in de mate dat ze relevant zijn wegens de aard en de uitoefenvoorwaarden van de functie. Het arbeidshof beklemtoonde dat de werkgever blijkbaar zelf weinig belang had gehecht aan het verleden van de werkneemster, aangezien hierover geen enkele vraag werd gesteld. De werkgever had ook niet aangetoond dat de werkneemster verplicht was om de feiten spontaan te melden.

Het arbeidshof onderzocht vervolgens de stelling dat door de aard van de gepleegde feiten elke verdere samenwerking in vertrouwen definitief onmogelijk was geworden. Het hof oordeelde dat de werkgever hiervan onvoldoende bewijs had geleverd. Het arbeidshof hechtte onder meer belang aan het feit dat de werkneemster al twee jaar in dienst was zonder ook maar enige opmerking te hebben gekregen over haar prestaties. Ook de vaststelling dat de feiten werden gepleegd toen de werkneemster pas 18 jaar was, werd in aanmerking genomen om te beslissen dat het ontslag om dringende reden onterecht was.


Arbeidshof Brussel, 17 januari 2007, A.R. 47.309


src="http://www.hrsquare.be/Images/logos/ce.jpg" alt="images" border="0" width="150" height="27" />

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen