< Terug naar overzicht

Vermoeden van diefstal kan dringende reden tot ontslag zijn

H?t schoolvoorbeeld van een ‘dringende reden’ tot ontslag is zonder twijfel diefstal. Algemeen wordt aanvaard dat door diefstal de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en onherroepelijk wordt verbroken. Van zodra de diefstal b

De werkgever moet de ingeroepen dringende reden kunnen bewijzen, zoniet zal het ontslag om dringende reden onregelmatig worden bevonden. Twee recente uitspraken van de arbeidsrechtbanken sprongen op dit vlak in het oog.

De arbeidsrechtbank van Brussel moest zich uitspreken over het ontslag om dringende reden van een magazijnier die wisselstukken uit het magazijn van zijn werkgever in zijn wagen had geladen zonder deze te registreren volgens de voorgeschreven procedure. Hoewel de magazijnier volhield dat hij zeker niet de bedoeling had de goederen te stelen, ontsloeg de werkgever hem om dringende reden, wegens vermoedens van diefstal. De magazijnier hield vol dat hij zonder bedrieglijke bedoelingen had gehandeld en beklaagde zich over de omslachtige interne procedures binnen de onderneming. Dit verweer werd door de rechtbank echter niet gevolgd. Hoewel de werkgever niet kon bewijzen dat er sprake was van (een poging) tot diefstal, oordeelde de rechtbank dat de magazijnier terecht werd ontslagen om dringende reden. De rechter benadrukte dat de magazijnier (al voor de tweede maal) de voorgeschreven interne procedures had geschonden en dat hierdoor alle schijn van een (poging tot) diefstal was ontstaan. De arbeidsrechtbank wees de vorderingen van de ontslagen magazijnier af.

De arbeidsrechtbank van Kortrijk velde recent een vonnis in een vergelijkbare zaak. Het ging om het ontslag om dringende reden van een werknemer die had nagelaten achtergebleven materiaal (van een klant van de werkgever) terug te bezorgen aan de rechtmatige eigenaar. Hoewel de coördinaten van de klant waren vastgemaakt aan het materiaal had de werknemer het materiaal laten wegbrengen. Via getuigen vernam de werkgever toevallig dat het (verloren gewaande en waardevolle) materiaal in het containerpark van de onderneming stond. Dezelfde getuigen hadden ook gezien dat de werknemer, na sluitingstijd, in de buurt van het materiaal bezig was geweest met een vorkheftruck. Diverse feitelijke elementen deden de werkgever besluiten dat de werknemer van plan was geweest het materiaal mee te nemen naar huis. Hoewel de werknemer dit hardnekkig bleef ontkennen en hij het materiaal nooit effectief had meegenomen, werd hij ontslagen om dringende reden. De arbeidsrechtbank bevestigde het ontslag om dringende reden van de werknemer. Gezien alle feitelijke omstandigheden achtte de arbeidsrechtbank het aannemelijk dat het vertrouwen van de werkgever in de werknemer dermate was geschonden dat een verdere samenwerking hierdoor onmogelijk was geworden. Het feit dat de werkgever niet ‘zwart op wit’ kon bewijzen dat er sprake was van (poging tot) diefstal vormde voor de rechtbank geen beletsel.


images

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen