< Terug naar overzicht

Verkeerde partij gedagvaard, wat nu?

Bij een dagvaarding is het geen overbodige moeite om de identiteit van de tegenpartij te checken, of zelfs te dubbelchecken. De gevolgen kunnen immers groot zijn.

De arbeidsrechtbank van Brussel heeft in dit kader een interessante beslissing genomen. Een werknemer werd door zijn werkgever ontslagen om dringende reden, wat aanleiding gaf tot betwisting. Toen geen minnelijke regeling mogelijk bleek, ging de werknemer over tot dagvaarding.
Hier liep het echter mis. De werknemer had – per vergissing – niet zijn werkgever gedagvaard, maar een andere vennootschap van de groep waartoe de werkgever behoort. Dat de namen van beide vennootschappen bijzonder goed op elkaar geleken, zal hieraan niet vreemd zijn geweest.
Wat de gevolgen waren van deze onjuiste dagvaarding, bleek een interessant vraagstuk dat aan de arbeidsrechtbank van Brussel werd voorgelegd.

Tikfout?


De gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding aan de verkeerde vennootschap had betekend, meende dat het ‘proceseconomisch’ en ‘naar billijkheid en rechtvaardigheid’ niet aannemelijk zou zijn te besluiten tot de onontvankelijkheid van de vordering. Deze mening was ook de betrokken werknemer toegedaan. Meer zelfs, volgens deze laatste betrof het een materiële vergissing (een loutere tikfout bij het vermelden van de naam van de vennootschap), die overigens geen enkele schade zou hebben toegebracht aan de werkgever.

Meer dan ‘onjuiste omschrijving’


De arbeidsrechtbank had geen oor naar de argumenten van de werknemer. Zij vond dat het niet zomaar een ‘onjuiste omschrijving’ van de geviseerde partij betrof, maar het dagvaarden van een verkeerde rechtspersoon, met vermelding van een ander ondernemingsnummer.
De arbeidsrechtbank oordeelde tevens dat de werknemer het probleem niet had opgelost door na de foutieve dagvaarding in conclusies, briefwisseling enzovoort telkens te verwijzen naar de (correcte) vennootschap-werkgever. Het wijzigen van de hoedanigheid van de verwerende partij, kan niet worden beschouwd als een toegelaten ‘uitbreiding van de eis’.

Onontvankelijk


Op basis van het voorgaande achtte de arbeidsrechtbank de vordering onontvankelijk en heeft zij verder geen onderzoek gevoerd naar de grond van de zaak.
Een interessant detail in dit dossier betreft overigens het feit dat de eenjarige verjaringstermijn voor de werknemer om zijn ontslag te betwisten, op het ogenblik van het vonnis al was verstreken. Met deze uitspraak van de arbeidsrechtbank waren dan ook alle mogelijkheden voor de werknemer om zijn eis in te stellen, uitgeput.
In dit dossier had de (echte) werkgever – alhoewel die er strikt gezien niet bij betrokken was – dus absoluut een gewonnen zaak.

Arbeidsrechtbank Brussel, 17 februari 2010, A.R. nr. 10/003945, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen