< Terug naar overzicht

Valkuilen bij ontslag van beschermde werknemer

Een recent vonnis toont eens te meer aan dat de wetgeving over de ontslagbescherming van (kandidaat-) personeelsafgevaardigden strikt geïnterpreteerd moet worden. Elke afwijking of vergissing wordt zwaar gesanctioneerd.

Werknemers die lid zijn van de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) genieten een bijzondere ontslagbescherming. Ze kunnen alleen ontslagen worden in geval van dringende reden die vooraf werd aangenomen door de arbeidsrechtbank, of in geval van economische of technische reden, vooraf erkend door het paritair comité. Bij een ontslag in strijd met deze regels heeft de werknemer recht op een fikse beschermingsvergoeding, die kan variëren tussen twee en acht jaar loon. Het is voor de werkgever dan ook belangrijk te weten wanneer de ontslagbescherming begint en eindigt.
De ontslagbescherming eindigt op de dag waarop de nieuw verkozen kandidaten worden aangesteld. Het is echter niet helemaal duidelijk wat wordt bedoeld met de ‘aanstelling’ van de nieuw verkozen kandidaten. Een verkeerde interpretatie van dit begrip kan dus verregaande gevolgen hebben. Een recent vonnis van de Arbeidsrechtbank van Gent illustreert dit.

Na bekendmaking verkiezingsuitslag


Een onderneming was na een jarenlange gespannen verhouding met een van haar werknemers overgegaan tot ontslag om dringende reden na een nieuw incident. De betrokken werknemer was in 2004 verkozen als plaatsvervangend lid van het CPBW en oefende deze functie vanaf 2006 effectief uit. De werkgever had de voorgeschreven ontslagprocedure voor de arbeidsrechtbank (tot erkenning van de dringende reden) echter niet gevolgd, ervan uitgaand dat de ontslagbescherming van de werknemer inmiddels was verstreken, aangezien de uitslag van de volgende sociale verkiezingen al werd aangeplakt in de onderneming.
De werknemer beweerde dat hij nog altijd beschermd was en dat de werkgever ten onrechte de voorgeschreven ontslagprocedure voor beschermde werknemers niet had gevolgd. De werknemer vorderde dan ook betaling van een beschermingsvergoeding. De onderneming argumenteerde dat de ontslagbescherming van de werknemer verstreken was, vermits hij werd ontslagen na de datum van aanplakking van de uitslag van de verkiezing en de samenstelling van het nieuwe CPBW.

De eerste vergadering


De arbeidsrechtbank te Gent verwees naar de wet die stelt dat de ontslagbescherming slechts verstrijkt na de ‘aanstelling’ van de verkozen werknemersvertegenwoordigers. Volgens de arbeidsrechtbank verwijst het begrip ‘aanstelling’ naar de datum van de eerste vergadering waaraan de nieuw verkozen werknemersvertegenwoordigers deelnemen en waarin hun functie wordt bevestigd.
Op de datum van het ontslag van de beschermde werknemer had er nog geen vergadering plaatsgevonden met de nieuw verkozen personeelsafgevaardigden, meer zelfs, de uitslag van de verkiezingen stond nog niet definitief vast, aangezien deze werd betwist door de vakorganisatie. De arbeidsrechtbank oordeelde dan ook dat de ontslagen werknemer op datum van zijn ontslag nog steeds genoot van de ontslagbescherming.
Nu de voorgeschreven procedure ten onrechte niet werd nageleefd, diende de arbeidsrechtbank niet eens te onderzoeken of er al dan niet sprake was van een ‘dringende reden’ tot ontslag. De (zware) beschermingsvergoeding was in ieder geval verschuldigd.

Arbeidsrechtbank Gent, 6 juli 2009, A.R. 08/2838, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen