< Terug naar overzicht

Terugbetaling van kosten: denk je niet te vlug rijk als werknemer

Nadat een werknemer zelf opstapte, startte hij een procedure tegen zijn ex-werkgever voor de terugbetaling van 10.000 euro aan beweerde niet terugbetaalde kosten tijdens zijn tewerkstelling. Over welke kosten had hij het precies en hoe liep het af?

De opgestapte werknemer beweerde dat hij – bovenop zijn maandelijkse forfaitaire kostenvergoeding van 185 euro – tal van kosten had gemaakt tijdens zijn tewerkstelling. Ondanks het herhaalde verzoek hiertoe, had de werkgever deze nooit terugbetaald, zo gaf de werknemer aan. Hij trachtte deze eis hard te maken door de voorlegging van heel wat gedetailleerde onkostennota’s en bonnetjes. Ondanks de voorlegging van deze documenten, floot de arbeidsrechtbank de werknemer terug. Hoezo?

Algemene principes bij vergoeding onkosten

De arbeidsrechtbank bracht vooreerst de algemene principes omtrent de vergoeding van kosten in herinnering:

  • De werkgever beslist zelf of hij de kosten terugbetaalt via forfait of op reële basis.
  • Een forfaitaire kostenvergoeding die de werkelijke kosten dekt, vormt geen loon, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
  • Enkel wanneer de werknemer bewijst dat het bedrag van de forfaitaire kostenvergoeding hoger is dan de werkelijk gemaakte kosten, is er sprake van verdoken loon.

De werkelijke onkosten

In casu stelde de arbeidsrechtbank vast dat de maandelijkse forfaitaire kostenvergoeding van 185 euro wel degelijk de werkelijke kosten dekte. Ze haalde hiertoe de volgende argumenten aan:

  • De arbeidsovereenkomst voorzag enkel in de toekenning van een maandelijkse forfaitaire kostenvergoeding (en niet in een bijkomende terugbetaling op reële basis).
  • Tijdens de ganse duur van zijn tewerkstelling claimde de werknemer op geen enkel ogenblik de terugbetaling van de 10.000 euro beweerde niet-vergoede kosten.
  • Tijdens de ganse duur van zijn tewerkstelling diende de werknemer ook maar twee onkostennota’s voor zijn beweerde niet-vergoede kosten in.

Verdoken loon?

Vervolgens besloot de arbeidsrechtbank dat de werknemer ook geenszins bewees dat de maandelijkse forfaitaire kostenvergoeding verdoken loon vormde. Ze haalde hiertoe in het bijzonder de volgende argumenten aan:

  • De kosten die apart werden terugbetaald (via de twee onkostennota’s) betroffen uitzonderlijke kosten (die niet gedekt waren door de maandelijkse forfaitaire kostenvergoeding).
  • De werknemer bewees niet dat, zoals hij beweerde, elke werknemer een dubbele terugbetaling van kosten genoot (namelijk op forfaitaire én op reële basis).
  • De terugbetaling van kosten tijdens periodes van vakanties en ziektes was te verklaren doordat het om een forfaitaire terugbetaling ging op jaarbasis.
  • De werknemer bewees niet dat het toegekende forfait de werkelijke gemaakte kosten overschreed.

Ten slotte kwam de rechtbank al evenzeer tot het besluit dat de forfaitaire vergoeding de 10.000 euro kosten – die de werknemer claimde – reeds meer dan voldoende dekte. Aldus wees ze erop dat de werknemer geenszins bewees dat het toegekende forfait onvoldoende was om alle gemaakte kosten te dekken. Wel integendeel, zo stipte ze aan, bleek dat de totale vergoeding die de werknemer ontvangen had, ruimschoots het bedrag oversteeg van de thans gevorderde kosten van 10.000 euro. De arbeidsrechtbank voegde er nog aan toe dat de werknemer al evenmin aantoonde dat de genoten (forfaitaire) vergoedingen onvoldoende waren om zijn kosten in het kader van zijn arbeidsovereenkomst te dekken. De werknemer tekende geen beroep aan tegen dit vonnis.

Bron: Arbeidsrechtbank van Brussel (Franstalig), Derde kamer, 7 oktober 2015, AR 14/5935/A

Auteur: Barbara Callewier (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen